Gameverslaving bij kinderen

Gameverslaving bij kinderen

Nauwelijks meer eten of slapen, geen sociale contacten meer hebben: je hoort nare verhalen over tieners die te veel gamen. Wanneer is een kind verslaafd aan gamen en hoe voorkom je een gameverslaving bij kinderen? Mediapedagoog Frederike Lems legt het uit.

Gameverslaving bij kinderen

Gameverslaving komt weinig voor, zeker onder kinderen. Het is lastig om in cijfers aan te geven hoeveel kinderen echt verslaafd zijn. Er zijn allerlei onderzoeken gedaan, onder verschillende leeftijden over diverse bezigheden (gamen, surfen op internet). Daaruit blijkt dat ongeveer 1,5 tot 4% van de jeugd/jongeren verslaafd is. Vaak blijkt uit nader onderzoek dat er een ander probleem achter de verslaving zit, bijvoorbeeld een psychisch of sociaal probleem, waarvoor het kind door middel van gamen wegvlucht.

Symptomen van een gameverslaving

Het punt waarop het mogelijk verkeerd gaat, herken je aan het zich terugtrekken uit het echte leven. Er wordt steeds meer tijd besteed aan gamen en steeds minder aan bijvoorbeeld hobby’s, sport, afspraken met vrienden en vriendinnen. Het gamen verstoort de nachtrust, waardoor kinderen vaak vermoeid zijn en schoolresultaten achteruitgaan.

Is mijn kind gameverslaafd?

Volg je intuïtie. Je maakt je terecht zorgen als je het gevoel hebt dat je kind gelukkiger is in de virtuele wereld, bijvoorbeeld in een game, dan in het echte leven. Praat erover met je kind. Spreek je zorg uit en neem zijn reactie serieus. Misschien blijkt dat je je onterecht zorgen maakt. Als je kind je vertelt dat hij zich inderdaad minder gelukkig voelt in het echte leven, probeer dan het onderliggende probleem te achterhalen. Dan heb je de kern te pakken en kun je samen met je kind aan de slag om het échte probleem op te lossen. Je kunt in dat geval hulp inschakelen. Denk bijvoorbeeld aan het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin).

tip: via gameadviesopmaat.nl vind je een zelftest over gamen.

Gameverslaving voorkomen

Te veel, te lang en te vaak is niet goed. Om dat te voorkomen, is het belangrijk dat je interesse toont en tijdslimieten stelt. Bespreek de games van je kind. Speel samen en tegen elkaar. Maak vervolgens afspraken over de speeltijd. Houd daarbij rekening met zijn ‘speelwereld’: op de minuut af het apparaat uitzetten als hij midden in een spel zit, wekt frustratie. Spreek in plaats van een vast aantal minuten liever een minimaal en maximaal aantal minuten af. Help je kind zich daaraan te houden. Zet een wekker vlak voor het minimale aantal minuten en vraag je kind hoe dat uitkomt met zijn spelsituatie: kan hij nu stoppen of heeft hij de reservetijd deze keer echt nodig?

Op zijn tijd een discussie over de hoeveelheid tijd die je kind besteedt aan gamen, hoort erbij. Houd er ook rekening mee dat kinderen in bepaalde periodes langer en vaker spelen; bijvoorbeeld als ze net een nieuwe game ontdekt hebben. Het intensieve gebruik neemt na verloop van tijd meestal vanzelf weer af. Heb je het gevoel hebt dat je kind alleen nog maar oog heeft voor gamen, dan kan het verkeerd gaan.

Frederike Lems

Mediapedagoog

Mediapedagoog Frederike Lems geeft ouders en basisscholen advies en tips over het onderwerp mediaopvoeding. Ze ontwikkelt lesmateriaal en schrijft artikelen in het kader van mediawijsheid.