Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Risicovol spelen: dit leert je kind ervan

Iedereen krijgt te maken met risico’s en spannende situaties. Misschien wil je je kind hier zo lang mogelijk voor behoeden, maar je kunt hem er ook spelenderwijs mee laten kennismaken. Risicovol spelen heet dat, en zo pak je het aan.

Wat is risicovol spelen?

Alle manieren van spelen waarbij je kind zich zou kunnen bezeren, kun je risicovol spelen noemen. Slootjespringen, hard rolschaatsen, een zwaardgevecht, in een kist van een heuvel glijden: kinderen verzinnen van alles waarvan jij misschien wel een verhoogde hartslag krijgt. Er is een definitie bedacht voor deze wilde, gevaarlijke spelletjes: bij risicovol spelen gaan kinderen aan de slag met spannende, uitdagende en avontuurlijke activiteiten, waarbij het risico bestaat op een (kleine) verwonding.

Advertentie

Risicovol spelen is hartstikke leerzaam

De meeste ouders weten nog wel dat ze het zelf ook deden als kind: in hun spel grenzen of zelfs het gevaar opzoeken. Van een hoog klimrek springen terwijl je eigenlijk niet durft, en dan de kriebel in je buik voelen en de kick als het is gelukt: heerlijk. Maar nu ben je volwassen, verantwoordelijk voor je kind en voel je het tot in je tenen als hij zich bezeert. Toch levert het je kind veel op als hij het risico mag opzoeken dat juist dát gebeurt. Dit zijn de voordelen:

  • Het voldoet aan zijn natuurlijke behoefte om grenzen te verkennen en te ontdekken wat hij kan.
  • Hij leert risico’s inschatten en zelf de afweging te maken of hij ze wel of niet moet nemen.
  • Het is goed voor de motorische vaardigheden.
  • Het maakt zelfverzekerd en zelfredzaam.
  • Je kind leert angsten overwinnen.
  • Het versterkt zijn doorzettingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel.
  • Het helpt de sociale ontwikkeling.

Manieren van risicovol spelen

Er zijn allerlei activiteiten die je met je kind kunt doen, of je kind kunt laten doen, om hem te leren risico te nemen. Deze elementen maken het spelen risicovol:

  • Snelheid – steppen, skaten, met de skelter racen, van een duin fietsen.
  • Hoogte – bomen klimmen, slingeren aan een touw, van de kabelbaan.
  • Gevaarlijke voorwerpen – spijkers in een plank timmeren, takken slijpen met een zakmes, dartpijlen in het dartbord gooien, een kampvuur maken.
  • Gevaarlijke plekken – spelen bij een slootje, in een oude schuur of op een ruig terrein.
  • Geen toezicht – zelf op ontdekking uitgaan, spelen in een geheime hut (‘verboden voor ouders’), zelf naar de speeltuin.
  • Wilde fysieke spellen – vechten met stokken en zwaarden, stoeien.
  • Impact – botsen tegen een muur of tegen elkaar, van iets hoogs afspringen, hard rennen en vallen.

Uiteraard gebruik je je gezonde verstand. Laat je kind bijvoorbeeld nooit zonder toezicht bij vuur, een drukke weg of diep water, ook niet als hij zijn zwemdiploma’s heeft. De ruimte die je een kind geeft, is per kind verschillend. Dat hangt vooral af van de ontwikkelfase waarin een kind zit.

Risicovol spelen zorgt juist voor veiligheid

Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar door je kind vanaf jonge leeftijd zo nu en dan risicovol te laten spelen, leert hij vaardigheden die hem helpen om de kans op letsel te voorkómen. Bijvoorbeeld doordat hij zich goed motorisch ontwikkelt, hij afstanden en snelheid leert inschatten, leert aanvoelen wanneer hij iets zelf kan en wanneer hij beter hulp kan vragen, en leert omgaan met allerlei voorwerpen die hij in het dagelijks leven gaat gebruiken. De blauwe plekken of snee in de vinger die hij daarbij misschien oploopt, kun je zien als leergeld. Ook vinden kinderen spelen met gevaarlijke voorwerpen zoals een zakmes of vuur vaak heel aantrekkelijk. Je kunt het verbieden met de kans dat hij het stiekem gaat doen óf je kunt hem leren hoe hij het verstandig kan doen. Dat gaat met loslaten en beschermen.

Loslaten…

Als je kind de eerste keer zelf van de hoge glijbaan gaat, als hij voor het eerst buiten jouw gezichtsveld gaat spelen, als hij een hut gaat timmeren bij de slootkant… Het is elke keer een beetje loslaten. Je moet misschien weleens op je handen gaan zitten om niet in te grijpen, maar het is ook heel verstandig om je kind de vrijheid te geven om te ontdekken. Daarmee laat je hem juist veilig opgroeien. Hoe groter hij wordt, hoe minder jij in zijn buurt zult zijn om hem te helpen. Als hij spelenderwijs mag leren om zonder jou risico’s te nemen en grenzen te voelen, geef je hem een sterke basis mee.

… en beschermen

Natuurlijk ben je er ook om je kind te behoeden voor gevaar. Je kind leren omgaan met risico’s begint klein en je bouwt het op naarmate je merkt dat hij toe is aan meer. De meeste kinderen willen van nature hun grenzen verleggen en angst overwinnen. Door goed naar je kind te kijken ontdek je waar hij aan toe is. Wil je dreumes zelf de trap van de glijbaan op klimmen? Blijf ernaast staan, maar help niet en kijk wat er gebeurt. Gaat je kleuter keihard met de step? Misschien valt hij, maar dan troost je hem en staat hij weer op, een ervaring rijker. Risicovol spelen kan niet honderd procent veilig. Het is nou juist de bedoeling dat het een beetje spannend is en misschien wel een schaafwond oplevert.

Plaatsvervangend risicovol spelen

Ook door te kijken naar andere kinderen die risicovolle dingen doen, leert je kind omgaan met risico’s. Dit noem je plaatsvervangend risicovol spelen. Je kleuter mag nog niet zelf een kampvuur aansteken, maar zijn tienerzus misschien wel. Door naar haar te kijken, ervaart je kind ook de spanning van bezig zijn met vuur. Hij kijkt hoe zij dat aanpakt en welke aanwijzingen jij haar erbij geeft, en leert daarvan hoe je omgaat met zo’n uitdaging zonder dat hij zelf in gevaar is.

Door je kind te laten spelen met oudere, meer ervaren kinderen leert hij ook veel. Hij ziet hoe grotere kinderen situaties aanpakken, hoe ze risico’s inschatten en wat de consequenties zijn van te roekeloos gedrag. Je hoeft daarbij niet bang te zijn dat hij alles zal nadoen wat de anderen doen, en te ver over zijn grenzen gaat. Kinderen nemen meestal alleen de risico’s waar ze aan toe zijn. Desnoods hou je (af en toe) een oogje in het zeil.

Volg je kind

Sommige kinderen hebben een duwtje in de rug nodig, andere kinderen zien nauwelijks gevaar en moet je eerder een beetje afremmen. Geef kaders aan om het veilig genoeg te houden: je mag alleen naar het speelveldje gaan, maar blijf op de stoep. Of: zet een helm op als je gaat skateboarden. Kijk goed naar je kind: wat kan hij allemaal al, wat vindt hij leuk om te doen, hoe onbesuisd of juist voorzichtig pakt hij dingen aan? Een kind dat wel wat voorzichtiger mag worden, leert door risicovol te spelen dat het pijn doet als je je hoofd stoot. Een kind dat wel wat meer mag durven, voelt zich trots als hij tóch naar de hoge tak is geklommen. Dat vergroot het zelfvertrouwen. Om risicovol te kunnen spelen heeft een kind vrijheid en het voordeel van de twijfel nodig.

Tip! Altijd handig om kinder-EHBO onder de knie te hebben, zeker als je kind graag risicovol speelt.

Tips voor ouders

Hoe jij zelf omgaat met risico’s, is ook van invloed op hoe je kind dat tijdens het spelen doet. Hier kun je op letten:

  • Hoor je jezelf voortdurend ‘pas op’ of ‘wees voorzichtig’ roepen? Probeer wat vaker op je tong te bijten. Als jij overal gevaar ziet, kan dit je kind angstig maken, waardoor hij nauwelijks een risico durft te nemen.
  • Kijk eens van een afstandje wat je kind aan het doen is en vraag je af: wat kan er gebeuren? Kan hij hooguit wat schrammen oplopen? Moet je hem klein leed echt besparen, ten koste van de lol die hij heeft?
  • Natuurlijk grijp je in als je het helemaal ziet misgaan. Leg je kind in dat geval uit waarom je ingreep. Ook daarvan leert hij waar het risico zit.
  • Je kunt je kind ook aanwijzingen geven en het hem vervolgens zelf laten proberen: kijk eerst maar eens hoe ver je kunt springen. Is dat ver genoeg om de overkant van de greppel te halen? Of: zo klap je een zakmes veilig open en dicht, nu jij.
  • Neem van tevoren situaties met je kind door en laat hem vertellen hoe hij het zal oplossen. Stuur zo nodig bij.
  • Kijk of je kind een helm en andere beschermingsmiddelen nodig heeft, bijvoorbeeld bij het skaten of ‘stuntsteppen’.
  • Leg je kind uit dat andere kinderen misschien niet dezelfde grenzen hebben als hij. Misschien wil een vriendje niet zo wild spelen.
  • Nieuwe dingen proberen en risico’s nemen kan ook in stappen. Klim in het zwembad eerst maar eens op het startblok en kijk of je durft te springen, dan volgt de duikplank vanzelf (of niet).
  • Twijfel je of je je kind niet té veel vrijheid hebt gegeven? Krijg je een onrustig gevoel? Ga even kijken of alles oké is.

Op Veiligheid.nl lees je nog veel meer tips voor risicovol spelen, en hoe je kinderen van verschillende leeftijden in allerlei situaties leert omgaan met risico’s.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Bron: Veiligheid.nl

Mieke Cotterink

Expert kinderveiligheid

Mieke is afgestudeerd bewegingswetenschapper en dè expert op het gebied van kinderveiligheid in en om huis bij VeiligheidNL. Al ruim 13 jaar doet zij onderzoek naar (ernstige) ongevallen bij jonge kinderen en vertaalt deze kennis naar praktische adviezen voor ouders. Adviezen om enerzijds ongevallen te voorkomen, denk aan het plaatsen van een traphekje, en anderzijds om kinderen vaardiger te maken en te leren omgaan met bepaalde risico’s, denk aan het leren traplopen.

Mieke is lid van de Europese Child Safety werkgroep en adviseert in die rol over veiligheidsnormen voor baby- en kinderproducten, ze is vast jurylid bij de jaarlijkse Baby Innovation Award verkiezing, treedt op als deskundige in vele baby- en kindermedia en is vaste vraagbaak voor professionals in de kraam- en jeugdgezondheidszorg en de kinderopvang.

Voor meer informatie: kijk op VeiligheidNL en voor achtergrond:
LinkedIn Mieke
LinkedIn VeiligheidNL
Facebook
Twitter