bevallingsverhaal
door

Bevallingsverhaal: ‘Paniek in de ogen van de verpleegkundige. ‘Hoezo is er niemand beschikbaar?’

Deborah (27) is 39 weken en 4 dagen zwanger als de bevalling wordt ingeleid. Er wordt een ballonnetje ingebracht, en dan is het wachten geblazen. ‘Het doet zó veel pijn. Ik moet persen, maar ik mag nog niet.’

‘“Jij nog een stukje chocolade?” Casper en ik zitten samen op de bank een film te kijken. Alsof we een avondje voor onszelf hebben. Alleen ben ik aan het bevallen. Of nou ja, het is begonnen. Er is net een ballonnetje geplaatst om de boel op gang te brengen, maar ik voel alleen nog wat krampen. Dus we hebben de tv in de ziekenhuiskamer aangezet. Eigenlijk best lekker. Onze kleine Ivan slaapt altijd zó slecht. Stiekem voelt dit als bijkomen.’

Slaapcocktail

‘“Wil je een slaappil?” vraagt de verpleegkundige na de film. Casper nestelt zich op de slaapbank. Met wat water slik ik een slaaptablet en twee paracetamols in. Misschien helpt het tegen de krampen. Als ik van zo’n ‘cocktail’ niet in slaap val, weet ik het ook niet meer…’

Goedemorgen

‘Een warme hand op mijn arm. Gefluister: “Deborah, wakker worden.” Het is de verpleegkundige. Hoe laat is het? Ongelooflijk, ik heb de hele nacht doorgeslapen! “Wil je nog even douchen?” vraagt ze. “Dan doe ik daarna je controles.”’

Tempo erin

‘Hup, ballonnetje eruit. Ontsluiting checken. “Dat schiet lekker op,” zegt de verpleegster enthousiast. “Je zit al op vijf centimeter!” Wauw, mijn lichaam heeft dus goed gereageerd zonder dat ik er last van heb gehad. Ze breken meteen mijn vliezen. Pats! Een stortvloed aan vruchtwater. En de krampen worden meteen krachtiger. Dit gaat goed.’

Bellen en puffen

‘We facetimen even met Ivan, die bij opa en oma logeert. “Mama baby!” zegt hij blij. Ja, mama krijgt een baby. En snel ook! Een stevige kramp trekt mijn buik samen. Niet aan Ivan laten merken. Rustig blijven ademen. “Doei lieverd, veel plezier vandaag,” zeg ik zo relaxed mogelijk. Maar de weeën lijken echt te zijn begonnen.’

VBTB

Serieuze weeën

‘Woelen, draaien. Het is lastig om een fijne houding te vinden. Daar komt weer een wee. Ik probeer te puffen. Casper doet het voor. Ik volg hem. Het voelt heel serieus nu. Een controle tussendoor. Op hoeveel centimeter ontsluiting zit ik nu? De verpleegster kijkt bedenkelijk. Nog steeds vijf centimeter. Nee, hoe kan dat nou!’

Lees ook: Dit kun je verwachten van de ontsluitingsfase (per centimeter)

Paniek

‘Ik kan nergens heen. De CTG-snoeren houden me op m’n plek. De weeën voelen heftig, maar op de monitor is weinig actie te zien. Ik weet niet waar ik het zoeken moet. Weeënopwekkers erbij. Het wordt rustig opgebouwd, maar de weeën knallen door. Casper masseert mijn rug. Daar komt er wéér een. Wegpuffen lukt niet meer. Ik moet iets. Naast het bed staan, kan dat? “Doe maar,” zegt de verpleegkundige. “Ik blijf bij je.” Ik grijp de bedrand. Leun tegen Casper. Het doet zó veel pijn. Ik moet persen! De verpleegkundige pakt snel haar telefoon. “Het gaat nu gebeuren,” zegt ze tegen iemand. Paniek in haar ogen. “Niemand beschikbaar? Maar er moet NU iemand komen!”’

Pompje, please

‘Couveuse. Doeken. De verpleegkundige zet alles haastig klaar. Voor als ze het alleen moet doen. Ze pakt mijn arm: “Kom maar, ik help je op bed voor een controle. Oh jee, nog steeds vijf centimeter,” zegt ze al snel. “Je mag nog niet meepersen.” Tranen prikken in mijn ogen. Geef me alsjeblieft pijnstilling. Een pompje, dat is nog mogelijk. Terwijl het klaargemaakt wordt, krijg ik een warme kruik. De verloskundige komt binnen: “Hoe gaat het hier?”’

Lees hier meer over remifentanil als pijnbestrijding bij de bevalling.

Eindelijk persen

‘Het pompje. Wat een verschil. Meteen is alles anders. Ik zie dubbel, maar het maakt me niks uit. Weeën opvangen, een houding vinden; het is ineens dragelijk. En de weeën doen nu hun werk. Het gaat ineens razendsnel. “Pers maar rustig mee,” zeggen ze.’

Mooie jongen

‘Ik draai op mijn rug. Een keer persen. Twee keer persen. Het hoofdje staat al! De verloskundige helpt me overeind. Casper coacht: “Duw maar.” Ik doe mijn armen naar voren. Ik wil hem zelf aanpakken. Laatste keer persen. Ja, daar is hij! Een kopie van onze eerste zoon. Weer zo’n mooie jongen. Oh lieve Tijn, wat ben je welkom.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Janou Zoet, Fotografie: Mirjam Cremer