Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Hoeveel tweelingen worden er jaarlijks geboren?

De geboorte van een tweeling blijft bijzonder. Niet één maar twee prachtige mensjes erbij. Hoeveel tweelingen worden er eigenlijk jaarlijks geboren én wat is de meest voorkomende samenstelling?

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat er steeds minder tweelingen in Nederland worden geboren. Vorig jaar kwamen er in totaal 2.639 ter wereld. Een jaar daarvoor waren dat er 2.668.

Advertentie

Piek in 2002

De meeste tweelingen werden afgelopen vijftien jaar geboren in 2002. Toen stond de teller op 3.707. Daarna is het aantal tweelinggeboortes, met een paar kleine schommelingen, jaarlijks gedaald. Het aantal drie(-plus)lingen was in 1991 met 124 het hoogst. De laatste jaren schommelt dat aantal tussen de 40 en 50.

Hoe komt het dat het aantal tweelingen daalt?

De belangrijkste oorzaak van de daling is dat er tegenwoordig bij kunstmatige bevruchting (ivf) maar één bevruchte eicel wordt teruggeplaatst. In het verleden waren dat vaak twee of meer om de kans op bevruchting te vergroten.

In 2015 was slechts 6 procent van alle tweelinggeboortes en 5 procent van de drielingen het gevolg van ivf. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse vereniging voor obstetrie en gynaecologie. In 2002 was nog 22 procent van de tweelingen een ivf-meerling. Het aandeel ivf-drielingen lag in sommige jaren tussen de 30 en 40 procent.

Welke factoren vergroten de kans op een tweeling?

De leeftijd van de moeder speelt een belangrijke rol in de kans op een spontane tweelingzwangerschap. Als vrouwen ouder worden, gaan hun eierstokken slechter functioneren. Ook de eisprong (ovulatie) wordt onregelmatiger. Dit vergroot de kans dat er meerdere eicellen tegelijk vrijkomen.

In 2015 kreeg 21 op de 1000 40+ moeders een meerling. Bij de 35- tot 40-jarigen waren dat er in hetzelfde jaar bijna 20 op de 1000 en bij 30 tot 35 jaar 17 op de 1000. Bij de dertigers is het aandeel meerlinggeboortes het sterkst gedaald.

Erfelijkheid

Naast de leeftijd van de moeder speelt ook erfelijkheid een rol bij de kans op een tweeling. Dit geldt overigens alleen voor twee-eiige tweelingen. Het krijgen van een eeneiige tweeling is namelijk niet erfelijk bepaald en kan in alle families evenveel voorkomen. Maar heeft de moeder aanleg voor het krijgen van een dubbele eisprong, dan heeft zij 10 procent kans op het krijgen van een twee-eiige tweeling. Een man kan het gen van twee-eiige tweelingen wel bij zich dragen, maar niet tot uiting brengen. Wel kan hij het overdragen aan zijn kinderen. Krijgt hij een dochter, dan heeft zij kans op het krijgen van een twee-eiige tweeling. Het krijgen van een-eiige tweelingen is niet erfelijk bepaald en kan in alle families evenveel voorkomen.

Welke samenstelling komt het meest voor?

De afgelopen vijf jaar zijn er meer jongenstweelingen geboren, dan meisjestweelingen en jongen- en meisjestweelingen. Zo werden er vorig jaar 921 tweelingjongens, 855 jongens- meisjestweelingen en 863 meisjestweelingen geboren. In de periode 2000 – 2010 waren juist de jongens- meisjestweelingen jaarlijks in de meerderheid.

KIJK OOK: De ontwikkeling van een tweeling in de baarmoeder

MEER LEZEN?

Bron – CBS, StatLine (geboorte, kerncijfers), NVOG – Beeld: Shutterstock