linkshandig

Wordt jouw kind links- of rechtshandig?

Ieder kind ‘kiest’ op een gegeven moment of hij met links of met rechts gaat schrijven, snijden en pakken. Is die rechts- of linkshandigheid aangeleerd of aangeboren? En wanneer kun je definitief vaststellen wat de voorkeurshand van je kind is?

Bij de geboorte

De eerste maanden van hun leven zijn de meeste baby’s rechtshandig. De reden hiervoor is onduidelijk. De positie van de baby in de buik zou ermee te maken kunnen hebben. De meeste baby’s liggen met hun rechterkant dichter bij de buikwand van de moeder, waardoor die kant meer prikkels zou ontvangen. Op die manier zou de rechterkant zich beter ontwikkelen.

De eerste jaren

Kinderen ontwikkelen beide handen in de eerste jaren van hun leven, al komt het weleens voor dat een kind dan al een voorkeurshand heeft. Het ontwikkelen van beide handen is belangrijk: aan beide kanten moeten de spieren sterker worden en de motoriek worden ontwikkeld. Zie je dat je baby al een voorkeurshand heeft, stimuleer dan ook het gebruik van zijn andere hand.

Rechts- of linkshandig

Rond het derde jaar ‘kiest’ een kind meestal of hij rechts- of linkshandig is. Het komt ook voor dat kinderen dan nog beide handen gebruiken. Kinderen wisselen tot ongeveer zes jaar van voorkeurshand of blijven tot die tijd tweehandig. Vanaf zes jaar kun je pas echt zien of je kind rechts- of linkshandig is.

Erfelijkheid

Waarom een kind voor een bepaalde hand kiest, hangt van meerdere factoren af. Een van die factoren is erfelijkheid. Linkshandige ouders hebben een grotere kans op het krijgen van kinderen met een voorkeur voor de linkerhand. Twee rechtshandige ouders hebben tien procent kans op een linkshandig kind, twee linkshandige ouders 26 procent. Maar bij een eeneiige tweeling kan, ondanks hun identieke genen, de een links- en de ander rechtshandig zijn.

Hersenhelften

Ook de taakverdeling in de hersenen speelt een rol. Taal zit bijvoorbeeld vooral in de linkerhersenhelft, oriëntatie in de rechterhersenhelft. In de baarmoeder kan deze verdeling worden beïnvloed door blootstelling aan testosteron. Ook stress voor of tijdens de geboorte heeft effect.

Er werd lang gedacht dat de taakverdeling van linkshandigen voor bijvoorbeeld taal omgekeerd was aan die van rechtshandigen. Nieuw onderzoek laat zien dat dit lang niet altijd het geval is. Verschillende functies in het brein kunnen onafhankelijk van elkaar bepalen in welke hersenhelft ze zich ontwikkelen. Al met al: er bestaan dus verschillende oorzaken van links- of rechtshandigheid.

Nadelen linkshandigheid

Tien tot vijftien procent van de Nederlandse bevolking is linkshandig. De maatschappij is om die reden vooral op rechtshandigen ingericht. Ook veel voorwerpen zijn ontworpen voor rechtshandige mensen, denk hierbij aan scharen en gereedschap.

Een ander nadeel van linkshandigheid kan het schrijven zijn. Als je met je linkerhand schrijft, betekent dit dat je tijdens het schrijven met je hand over het geschreven stuk beweegt. Hierdoor kunnen vlekken op het papier en op de hand ontstaan. Vulpennen zijn om deze reden niet aan te raden voor linkshandigen. Ook is schrijven vermoeiender voor linkshandigen: zij ‘duwen’ de pen met hun vingers over het papier, terwijl rechtshandigen vanuit hun pols schrijven en de pen zo over het papier ‘trekken’.

Test je kind

Je kind ontwikkelt dus pas een definitieve voorkeurshand rond zijn zesde jaar, maar voor die tijd kun je wel al wat testen doen om de meest waarschijnlijke voorkeur te ontdekken:

  • Pasgeboren baby: let op de kant waar je baby zijn hoofd het vaakst naar toedraait, dat zou weleens richting zijn voorkeurshand kunnen zijn.
  • Als je kind dingen kan vastpakken: geef je kind een speeltje aan. De hand waarmee hij het speeltje aanpakt, wordt waarschijnlijk zijn voorkeurshand. Je kunt ook een speeltje in het middel leggen en kijken met welke hand je kind het oppakt. Nog een leuke test: geef je kind een leeg wc-papierrolletje aan en laat hem hier doorheen kijken. Kijkt hij met zijn rechteroog door het rolletje? Dan is de kans groot dat hij rechtshandig wordt.
  • Als je kind een lepel vasthoudt: aan het begin gebruiken kinderen vaak beide handen tegelijkertijd voor een activiteit, maar na een tijdje gaan ze een voorkeur ontwikkelen. Linkshandige kinderen houden hun bakje eten het liefst vast met rechts en gebruiken de lepel met hun linkerhand.
  • Als je kind zelf kan eten: kijk in welke richting je kind roert tijdens het eten. Linkshandige kinderen roeren in een (denkbeeldige) kom tegen de klok in. Rechtshandige kinderen roeren met de klok mee.
  • Als je kind kan staan: rol een bal richting je kind en kijk met welke voet hij de bal tegenhoudt of terugschopt. Linkshandige kinderen schoppen eerder een bal met hun linkervoet en hebben – wanneer ze op één been moeten staan – een betere balans met links. Hou er wel rekening mee dat kinderen op jonge leeftijd nog experimenteren met beide kanten. Automatische handelingen, zoals eten of krabben, laten een betrouwbaarder beeld zien van zijn handvoorkeur dan activiteiten zoals voetballen.
  • Als je kind kan tekenen: let op welke hand hij (het meest) gebruikt tijdens het tekenen/kleuren. Tekenen is voor kinderen niet alleen leuk, het is ook een manier waarop ze hun cognitieve en motorieke vaardigheden leren ontwikkelen. Linkshandige kinderen doen het complexe werk met hun linkerhand (kleuren, schrijven en tekenen) en rechtshandige kinderen met hun rechterhand.