Motorische ontwikkeling van je peuter

Motorische ontwikkeling van je peuter

Rennen zonder te vallen en klimmen tot de hoogste trede: je peuter ontwikkelt zich motorisch steeds beter. Ook leert hij zijn bewegingen steeds meer te verfijnen. Dat zie je als hij tekent of zijn rits opent.

Wat is grove en fijne motoriek?

Motoriek is het vermogen om te bewegen. Hierbij is er een onderscheid tussen de grove en fijne motoriek. De grove motoriek gaat over grove bewegingen, zoals lopen, rennen, springen en fietsen.

Bij de fijne motoriek draait het allemaal om de fijne bewegingen: tekenen, knippen, kralen rijgen of het vasthouden van een potlood. Een goede grove en fijne motoriek ontstaat niet in één keer, maar ontwikkelt zich in fasen of mijlpalen. De eerste fase start al vroeg, in je baby’s eerste jaar. In de jaren die volgen wordt de fijne en grove motoriek van je kind steeds verder ontwikkeld.

Motorische ontwikkeling: 2 – 2,5 jaar

Basale motoriek

De motorische mijlpalen volgen elkaar vanaf nu niet meer in zo’n rap tempo op, als in de eerste twee jaar, maar de ontwikkeling van je kind gaat nog steeds als een speer. Hij bouwt nu zijn basale motoriek verder uit. Alles gaat met meer beheersing, maar nog niet altijd met veel geduld. En dus kan je peuter zomaar heel boos worden. Op zichzelf, op jou of zijn speelgoed.

Buitenspelen

Door buiten te spelen maakt je kind bewegingen die ervoor zorgen dat hij zijn spieren nog beter leert te beheersen; rennen, springen en klimmen. Het is daarom van groot belang je kind buiten zoveel mogelijk ongehinderd zijn gang te laten gaan. Buiten zijn de mogelijkheden om te rennen, klimmen en lekker te ravotten veel groter. In de zandbak spelen is ook leuk: een kuil graven met de schep, zand zeven of figuurtjes maken.

Kralen rijgen

Beide handen laten samenwerken, is voor je peuter een behoorlijke uitdaging. Door te oefenen leert hij het steeds beter. Misschien kan je kind al kralen rijgen en anders lukt het hem na wat oefening waarschijnlijk vrij snel. Gebruik op deze leeftijd liever nog wel grote kralen. Ook leert je kind in deze periode om de juiste vorm in het juiste gat te doen en hoe je kunt prikken, knippen en plakken.

Oefenen met een loopfiets

Vanaf een jaar of twee kan je je kind laten wennen en oefenen met een loopfiets. De één is hier sneller aan toe, dan de ander. Het is de perfecte manier voor je kind om zijn evenwicht goed onder de knie te krijgen. Kinderen die goed overweg kunnen met de loopfiets, maken vlotter de overgang naar een fiets met trappers en zonder zijwieltjes.

Zelf aan- en uitkleden

Vanaf een jaar of twee kan je je kind aanmoedigen zichzelf aan en uit te kleden. Een broek uittrekken zal makkelijker zijn, dan een shirt aantrekken. Door je kind zichzelf zoveel mogelijk te laten aan- en uitkleden, stimuleer je dat hij het straks zelf goed en snel kan.

Motorische ontwikkeling: 2,5 -3 jaar

Rits opentrekken en knopen dichtdoen

Zelf zijn rits opentrekken is een nieuw vaardigheid die je peuter in deze periode leert. Met een beetje oefening lukt het hem misschien ook om een knoop dicht te doen. Het eist nu nog opperste concentratie, maar voor je het weet doet hij het moeiteloos.

Springen met twee benen tegelijk

Met twee benen tegelijk van een verhoging springen, misschien heb je het je peuter al zien doen. Angst lijkt hij niet te hebben. Hou je kind daarom nu extra in de gaten. Peuters zien vaak geen gevaar. Je kind klimt waarschijnlijk in deze periode overal op. Het ene kind is er wat sneller mee dan het andere kind, maar voor je het weet is geen trap of stoel meer veilig.  Ondanks dat zijn acties je soms hartkloppingen bezorgen, is het belangrijk om je kind genoeg ruimte te geven om te klimmen en te klauteren en niet te vaak ‘Pas op!’ te roepen. Zolang het veilig is natuurlijk.

Wat kan je kind: 2-3 jaar

  • Goed achteruitlopen
  • Even op één been staan
  • Rennen en plotseling stilstaan
  • Met beide voeten tegelijk omhoog springen
  • Van een traptrede afspringen met beide voeten tegelijk
  • Op een loopfiets of driewieler fietsen
  • Een bal vangen
  • Rennen en van richting veranderen
  • Zonder hulp de trap oplopen
  • In een bepaalde richting de bal gooien

Motorische ontwikkeling: 3 – 3,5 jaar

Spierballen

De spieren van je kind worden steeds sterker. Kinderen die hun eigen lijf in voorgaande jaren goed hebben leren kennen, zullen nu graag en veel bewegen. Ze dansen, rennen, voetballen, huppelen, springen en klimmen. Veel jonge peuters zijn vaak gericht op activiteiten waar de grove motoriek een rol bij speelt. Ze moeten hun energie kwijt en hebben de ruimte nodig om te rennen. Nu je peuter ouder wordt, zal hij meer geduld krijgen voor andere activiteiten, zoals tekenen en knippen. Je kind leert steeds beter om langere tijd geconcentreerd met hetzelfde bezig te zijn.

Leren knippen

Vanaf een jaar of drie leren kinderen een schaar goed vast te houden. Pas als je kind vier jaar is, zal hij echt figuren kunnen knippen. Laat je kind tot die tijd – onder toezicht – oefenen en experimenteren met een schaar. Vooral als verfrommelen en scheuren geen uitdaging meer voor hem is.

Links- of rechtshandig

Wat betreft de fijne motoriek: tussen het derde en het vierde jaar krijgt je kind de voorkeur voor de linker- of rechterhand. Maar zelfs als je kind drie jaar oud is en alles met links doet, kan hij na twee jaar alsnog voor rechts ‘kiezen’. Ben jij of is je partner linkshandig, dan is de kans groter dat je kind dat ook is. Toch betekent dit niet dat een kind sowieso linkshandig is, als beide ouders dat zijn.

Zelf zijn gang gaan

Je kunt je kind nu lekker zijn gang laten gaan, zeker in de speeltuin. Hij kan zelf op de glijbaan en klimmen. Dit is goed voor zijn spierontwikkeling, motoriek en zelfvertrouwen. Bovendien heeft hij er veel plezier in. Bang dat hij valt? Blijf dan in de buurt om hem op te vangen, als dat nodig is.

Evenwichtsgevoel

Op één been staan en leren hikkelen; misschien kan je kind het al zelfstandig en anders leert hij het de komende periode. Evenwichtsoefeningen zijn leuk om te doen in deze fase, bijvoorbeeld over een boomstam lopen. Komend jaar zal je kind ook zelfstandig leren koprollen.

Motorische ontwikkeling: 3,5 – 4 jaar

Vangen, gooien, richten en mikken

Een jonger kind kan een bal alleen vanuit zijn onderarm gooien en nog niet vanuit een draai. Jouw kind kan nu zijn lichaam draaien, als hij een bal gooit. Hij kan nu ook een stap zetten, waarbij hij zijn voet afwikkelt van de hak naar de teen. Ondertussen bewegen zijn armen precies de andere kant uit, precies zoals het hoort. Ook kan je kind steeds beter huppelen.

Schrijven

Je peuter wil net als jij schrijven en probeert dat ook te doen. Hij maakt dezelfde bewegingen als jij en levert zo hele vellen met krassen bij je af. Dit na-apen is niet alleen leuk, maar ook nuttig. Zo oefent je kind de schrijfbeweging. Sommige peuters kunnen na een tijdje zelfs hun eigen naam al schrijven. Dit hangt onder andere af van de lengte en moeilijkheid van de naam én de mate van interesse om te leren schrijven. De meeste kinderen leren het pas op de basisschool.

Tekenen

Je kind tekent anders dan hiervoor. Hij tekent een rondje voor de zon, een vierkant en kruisjes, want hij weet nu dat er verschillende vormen bestaan. Zijn koppoter (popje getekend met hoofd en benen) gaat steeds meer op een mens lijken, en als hij een huis tekent, zijn er steeds meer details te zien.

Knopen dichtdoen en veterstrikken

Veterstrikken is op deze leeftijd waarschijnlijk nog een ingewikkelde klus, vaak leren kinderen dit pas in groep twee. Door goed te kijken naar de fijne motoriek van je kind, kun je zien of hij er al klaar voor is. Kost kralen rijgen en knippen je kind weinig moeite, dan kun je proberen te oefenen met veterstrikken. Knopen dichtdoen lukt misschien al wel. Je kind krijgt namelijk steeds meer controle over zijn handmotoriek. Makkelijk is het nog niet, dus het vraagt om geduld en doorzettingsvermogen.

Zonder zijwieltjes fietsen

Het ene kind kan al met amper drie jaar fietsen zonder zijwieltjes, de ander durft het met zeven jaar nog niet aan. De leeftijd waarop kinderen leren fietsen loopt enorm uiteenloopt. Karakter en aanleg spelen hierbij een belangrijke rol. Gemiddeld fietsen kinderen tussen vier en vijf jaar voor het eerst los.

Wat kan je kind: 3 – 4 jaar

  • Kort hinkelen
  • Steeds betere poppetjes tekenen
  • Knippen
  • Zelfstandig een koprol maken
  • Met twee benen tegelijk naar voren springen
  • Een pen of potlood op de juiste manier vasthouden
  • Een eenvoudige puzzel maken
  • Rondjes en plusjes tekenen