Ryan laat zich aansluiten op een weeënsimulator. Een verslag van zijn bevalling...

Journalist Ryan Claus heeft nog iets goed te maken bij zijn vrouw, die onlangs beviel van hun dochter. En dus laat hij zich uit solidariteit aansluiten op een weeënsimulator, van het begin tot volledige ontsluiting. Een verslag van zijn bevalling.

Amper twee maanden nadat ik mijn vriendin voor de eerste keer aansprak in onze lokale discotheek, sprak ik hartstochtelijk mijn kinderwens uit. Een tikkeltje voorbarig, want in de zeven jaren die volgden, was ik ook degene die de boot afhield. Tot vorig jaar zomer, waarin ik mij eindelijk volwassen genoeg voelde om mezelf te vermenigvuldigen; een beslissing die negen bizarre maanden inluidde vol moodswings, yoga-avonden en cadeaus voor een ander. Mijn vriendin sloeg zich er fluitend doorheen. Met speels gemak verving zij witte wijn door gingerale en sushi door vissticks.

De zwangerschap leek vooral een zware tol te eisen op mij. Zwerend bij de vier heilige woorden ‘nu het nog kan’ stuiterde ik drie avonden per week naar de kroeg. Allerminst solidair. Een dieptepunt werd bereikt bij de lokale slager, waar ik in het bijzijn van mijn hoogzwangere vriendin haar favoriet bestelde: een pistoletje met filet americain. Pas toen haar tranen begonnen te vloeien, besefte ik welke kolossale fout ik zojuist had begaan. Hoog tijd om het goed te maken.

Mijn vriendin is inmiddels bevallen van onze mooie dochter, maar dat betekent niet dat het te laat is om solidair voor de dag te komen. En wat getuigt nu van meer solidariteit dan het zelf ondergaan van het zwaarste en pijnlijkste onderdeel van het vrouw-zijn? In het kader ‘niets is onmogelijk’ vond ik na lang zoeken en met veel hulp van verloskundigenpraktijk Baren & Zo en zwangerfitbevallingscoach Ellen Aalpoel een heuse weeënsimulator. Op naar mijn eerste (en zonder twijfel laatste) bevalling!

Angstzweet

Samen met verloskundige Marlies (27), mijn vriendin Sara (32) en dochter Kiki (0) rij ik op een zonnige maandagochtend met klamme handjes naar Topvorm Twente in Enschede, waar sportfysiotherapeut Janneke den Butter ons verwelkomt. Hoe meer de fysiotherapeut glimlachend uitlegt, hoe sneller de druppeltjes angstzweet zich op mijn voorhoofd vermenigvuldigen. ‘Het grote verschil vandaag is natuurlijk dat dit bij jou niet je baarmoeder, maar je buikspieren zullen zijn. Het principe is hetzelfde, dus je zult behoorlijk in de buurt komen van de pijn van echte weeën en dus van een bevalling.’ Ik werp een zorgelijke blik in de richting van mijn vriendin en denk terug aan haar bevalling van vier maanden geleden. Een benauwd gevoel bekruipt me. ‘Wordt het echt net zo pijnlijk als het echte werk?’ vraag ik Janneke. ‘Nou, vrouwen maken tijdens de bevalling endorfine aan als reactie om de intense pijn tegen te gaan, als een soort natuurlijke pijnstiller. Daar kan jij natuurlijk niet op terugvallen. Helaas heb ik hier ook geen ruggenprik of lachgas liggen,’ zegt ze grappend. Marlies, mijn vriendin en zelfs mijn baby schieten gezamenlijk van deze opmerking in de lach. Zelf zie ik er de humor totaal niet van in en wil me het liefst heel klein maken in het hoekje van de kamer. ‘Kom, we gaan beginnen,’ oppert Janneke. ‘Ga maar liggen.’

Geen zorgen

Het is een paar minuten over twaalf als ik plaatsneem op Janneke’s massagetafel. ‘Trek je shirt maar omhoog.’ Vier elektroden worden op mijn onderbuik geplaatst, twee links en twee rechts. De plakkertjes staan in verbinding met de RSQ1, die Janneke van hier af aan zal bedienen om mij bevallingspijn te geven. ‘Op de plek waar ik de elektroden nu plaats, zullen je spieren zich zo dadelijk gaan samentrekken. We beginnen met je buik, maar als je straks intenser de pijn wilt voelen, plak ik er nog twee op je rug.’ Vooralsnog bedank ik vriendelijk voor haar aanbod. Marlies zit op het krukje naast mijn tafel en begint haar coaching. Adem nog maar goed in en uit en ontspan je hele lichaam.’ De beelden die ik vanochtend nog bekeek van – voor zover bekend – het enige soortgelijke experiment in Nederland, waarin BNN- presentatoren Valerio Zeno en Dennis Storm zich aan hetzelfde RSQ1-apparaat koppelen, schieten me weer te binnen. Het geschreeuw en gehuil van de twee volwassen mannen galmen onafgebroken door mijn hoofd. Ik slaak een diepe zucht. ‘Geen zorgen Ryan, ik ga jou hier doorheen loodsen,’ hoor ik Marlies naast mij aanmoedigen. ‘Jij kan dit!’

Een vreemd gevoel

Voordat Janneke de gevreesde weeënzee op gang brengt, wil ze weten of ik het type ben dat graag de controle heeft of dingen juist graag op zich af laat komen. ‘Ik zweef ergens in het midden, maar neig iets meer naar die eerste,’ reageer ik. Ze grinnikt en keert zich naar het bedieningspaneel. Vol afwachting staar ik naar het plafond. Tien seconden kruipen voorbij. Op de achtergrond hoor ik herhalende piepjes uit de RSQ1. ‘Wat voel je nu?’ vraagt Marlies. ‘Een vreemd gevoel,’ antwoord ik. ‘Een soort lichte golfjes in mijn buik. Het heeft nog weinig met pijn te maken.’ Janneke schiet in de lach. ‘Grappig, ik heb het apparaat nog niet eens aangezet.’

Terwijl Sara, Marlies en zelfs Kiki niet meer bijkomen van het lachen, vraag ik Janneke nerveus wanneer mijn bevalling echt gaat beginnen. ‘Ik laat je nu even kennismaken met het gevoel. Ik zal het percentage langzaam opschroeven.’ Dan zijn de eerste echte tintelingen voelbaar in mijn onderbuik. De fysio laat er geen gras over groeien. Direct draait zij het startpercentage van vijf procent omhoog met nog eens vijf procent. De tintelingen slaan over in een stekelige pijn. Een benauwd gevoel overvalt me. ‘Het is hier goed warm, of niet?’ vraag ik. Iedereen in de kamer ontkent. ‘Nee Ryan, niet echt.’ Als ik Janneke na twee minuten vraag hoe ver ik ben, schrik ik me kapot. ‘Dit was vijftien procent. Dat is waarschijnlijk nog geen centimeter ontsluiting.’ De RSQ1 is heel eventjes uitgezet. ‘Nu weet je wat je ongeveer kunt verwachten en gaan we kijken hoeveel pijn jij echt kunt verdragen.’

Ik kan wel janken

De intensiteit van de stroomgolven neemt in rasse schreden toe. Met de handen op mijn hoofd laat ik de pijn over mij heen komen. Mijn eerste reactie is een lach van verbazing. Gedurende een halve minuut voelt het alsof er een zeer zwaarlijvig persoon op mijn buik staat. Ik schreeuw drie keer de naam van de heer voordat Janneke mij weer een rustmoment gunt. Vanaf de seconde dat de intensiteit weer terugzakt, lijkt de dikkerd die op mijn buik stond er direct vanaf te zijn gestapt. In de hoek van de kamer hoor ik een harde, vrolijke gil van mijn dochter. Ook zij is opgelucht. Maar de opluchting is van korte duur. Net als in het echte leven wordt de ruststand ingesteld op dertig seconden en de ‘wee’ zelf op zestig trage, demonische seconden. ‘Dit was een beginnende wee Ryan, kom op,’ lacht Marlies. Ik kan wel janken, maar er is geen tijd om bij te komen. De RSQ1 springt weer aan. Vanaf hier is er geen weg meer terug, de achtbaan is begonnen.

Onhoudbare pijnscheuten schieten genadeloos door mijn buik heen en weer. Stil blijven liggen zit er niet meer in en datzelfde geldt voor netjes omschrijven wat er gebeurt. ‘Ooooooh FUCK,’ schreeuw ik uit. Marlies wijst me op de cruciale combinatie van focus en ademhaling. ‘Diep inademen en vijf keer uitpuffen.’ De eerste poging werkt averechts, het inademen levert extra pijn op. AAAAAAAH.’ Verschrikkelijke, martelende pijn in mijn buik, alsof alles van binnenuit volledig kapot wordt gescheurd. Zestig seconden lang, en dan ein-de-lijk weer een rustmoment. Dertig seconden van complete verlichting en gigantische opluchting in zijn puurste vorm. Voorbij. PIJNSCHEUTEN! Snel diep in- en uitademen, anders trek ik dit niet. Met hulp van Marlies lukt het om dezelfde intensiteit zonder gescheld of geschreeuw door te komen. ‘Heel goed, je hebt de piek van deze wee nu gehad,’ hoor ik haar op de achtergrond aanmoedigen, terwijl ik met alles in mij haar hand volledig fijnknijp.

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

Bij de derde en vierde ronde lig ik op mijn zij. Helaas. Verbetering is amper voelbaar en ik ben genoodzaakt terug te vallen op schreeuwen. AU, DIT DOET FUCKING VEEL PIJN!’ Tussen haar coaching heen hoor ik Marlies lachen. Ook Janneke lijkt een kostelijke werkdag te beleven. Mijn vriendin ziet het hele proces aan met een meelevende blik van herkenning. De weeënsimulator pijnigt mij nu al enige tijd met de helft van zijn volledige kunnen. Op dit punt zou ik zonder twijfel een ruggenprik hebben ingeschakeld. ‘Echte weeën kunnen nog heftiger zijn dan je nu hebt gevoeld,’ stelt Janneke. Vol ongeloof besluit ik de vijfde en zesde wee staand te ontvangen, met één been omhoog zeer onhandig leunend op de massagetafel. Weer voel ik de genadeloze vijftig procent van de RSQ1 door mijn lijf gieren, alsof een dwerg met prikkeldraad touwtjespringt in mijn buik. Ik weet niet meer hoe ik moet staan of liggen. Ik vecht met mezelf. Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Wat een verschrikkelijke pijn. Ik kan hier toch elk moment mee stoppen?

‘STOP! STOP! STOPPPPP!’

Mijn ademhaling is mijn enige redding, ik moet hierop blijven focussen. In de seconden waarin dit niet lukt, schreeuw ik het uit van pijn. Dit leidt tot nog meer pijn, waardoor ik mezelf steeds harder dwing om op mijn ademhaling te letten. Als de pijngolven weer wegtrekken, eis ik een korte pauze op. ‘Ik wil niet hoger dan vijftig,’ kraam ik uit terwijl ik mijzelf over de massagetafel laat vallen. Als de pijn even later is weggetrokken, heeft Janneke me toch overtuigd de grens op te zoeken. Met nu twee elektroden op mijn buik en twee op mijn rug zit ik voorovergebogen op mijn knieën. De intensiteit wordt stevig opgeschroefd. Het voelt alsof een hand mijn buik binnendringt en alles langzaam omdraait. ‘STOP! STOP! STOPPPPP!’ gil ik uit. Als ik weer trillend en wit weggetrokken opsta, feliciteert Janneke me. ‘Je hebt de honderd procent aangetikt! Dat is die jongens van BNN niet gelukt.’

Met een diep respect voor vrouwen verlaat ik na een uur mijn bevalkamer. Het idee om, na zo’n intense pijn, ook nog een klein mens naar buiten te moeten persen doet evenveel pijn als honderd procent op de RSQ1. Sorry mannen, maar ik weet het nu zeker: de vrouw is het sterkere geslacht. Dit. Nooit. Meer.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine –  Auteur: Ryan Claus, Beeld: Shutterstock