Vlak voor een druk terras voel ik me een trotse vader. Aan beide handen een kind, de zon op mijn gezicht. We zijn op weg naar huis wanneer het misgaat. ‘Nee!’, schreeuwt mijn zoon plotseling. ‘Ik wil niet naar huis, ik wil naar de kinderboekenwinkel!’
De speciaalzaak zit vlak naast het terras en we komen er regelmatig, maar op weg naar huis lopen we er nu voorbij. ‘Nee!’, gilt dan ook mijn dochter. ‘Ik wil naar de speeltuin!’ Het dilemma van de tweelingouder tekent zich uit voor de priemende ogen van tientallen onbekenden. Wie geef je extra aandacht? Waarom?
Lees ook: Dirk (40): ‘Zwaar, een tweeling? Helemaal niet, wij zijn geluksvogels’
Geen weegschaal
‘Ik kan niet alleen slapen’, zegt de een soms. ‘Kom je nog op mijn kamer een boekje lezen?!’, vraagt de ander meteen erna. Meestal helpen mijn partner en ik elkaar, soms strepen we iets tegen elkaar af. ‘Gisteren was je zusje aan de beurt, dus vandaag mag jij’. Onbewust turf ik wie het meeste aan bod komt, maar bijna altijd bepaalt het moment. Wie het hardst schreeuwt, krijgt in de praktijk helaas bijzonder vaak gelijk.
Aandacht is onmogelijk gelijk te verdelen. Maar kinderen zijn geen weegschaal die constant in balans moet zijn. Ongelijkheid zit ook niet in het aantal knuffels dat we uitdelen per dag, maar wel in bewust aandacht geven. Soms heeft Thorre meer nodig dan Lizzie, soms juist andersom.
De uitdaging is daarom niet die aandacht gelijk te verdelen, maar te blijven inzien wat ieder kind nodig heeft op elk moment. Degene die tijdens het spelen met de fiets is gevallen, krijgt meestal wel net wat meer appelmoes bij het avondeten.
Lees ook: Dilemma: ‘Hoe verdeel ik de aandacht tussen mijn kinderen goed?’
Sterkte jongen
Er klinkt gegrinnik op het terras. Een man neemt een slok van zijn bier en knikt naar zijn vrouw. ‘Sterkte jongen’, zegt hij tegen mij terwijl Thorre zich losrukt en naar de boekhandel rent. Net als ik hem achterna wil, voelt Lizzie dat haar strijd verloren dreigt te gaan. Ze begint te krijsen.
Ogen prikken in mijn rug. ‘Tja, wat ga je nu doen?’, vraagt de man lachend. Ik buig voorover naar Lizzie, maar in een ooghoek zie ik mijn zoon. Hij is bijna bij zijn bestemming. ‘Luister lieverd, zullen we vanmiddag naar de speeltuin gaan? En de winkel waar je broer heen wilt, is vandaag gesloten. Laat hem maar lopen, dan komt hij vanzelf terug.’
Naar huis
We bukken zodat Thorre ons niet kan zien, ik houd Lizzie extra stevig vast. Dan komt Thorre onze kant op gerend. ‘Papa, de winkel is dicht!’ Vlug pakt hij mijn hand weer vast en trots lopen we verder langs het terras. Ik knipoog naar de man met zijn bier. ‘Wat jammer’, antwoord ik, ‘gaan we nu lekker naar huis?’
Meer lezen van Dirk? Dat kan in zijn dossier.