Voor oudersJij als ouder

Kinderdiëtist legt uit: er is een evolutionaire reden waarom kinderen soms weinig lusten

Ballonnen in de vorm van groenten, met paarse achtergrond.
Adobe Stock
Leestijd 6 minuten
Lees verder onder de advertentie

Om maar direct met de deur in huis te vallen: waarom lusten jonge kinderen zoveel (gezonde) dingen niet?

‘In mijn praktijk werk ik met kinderen van 0 tot 12 jaar en ik krijg altijd dezelfde vragen over eten. Waarom eet mijn kind zo moeizaam? Wat kan ik doen? Maar kinderen die vanaf 1 jaar, 1,5 jaar opeens veel dingen niet meer willen eten, zitten in een heel normale, evolutionaire fase: de neofobiefase. Neofobie is de angst voor nieuwe dingen.

Baby’s eten vaak nog vrijwel alles, maar vanaf 1,5 tot ongeveer 6 jaar worden kinderen veel voorzichtiger. Dat had vroeger een functie: ze worden vanaf deze leeftijd onafhankelijker van hun ouders en zouden in de natuur – in het bos – zomaar van alles kunnen opeten, inclusief giftige planten. Daarom worden kinderen van nature wantrouwig naar nieuwe dingen. Dat wantrouwen voor nieuw voedsel zit dus diep in hun systeem verankerd.

Hoe sterk dat wantrouwen is, is voor zo’n 70 procent genetisch bepaald. Sommige kinderen zijn van nature avontuurlijker, anderen juist gevoeliger en angstiger. Ik hoor vaak van ouders: ‘Ik had dit zelf ook als kind’. Maar dat betekent niet dat je er helemaal niks tegen kunt doen. 30 procent blijft nog beïnvloedbaar.’

Lees verder onder de advertentie

Lees ook: Hoeveel groente en fruit moet een kind per dag eten?

Je boek heet ‘Moeilijke eters bestaan niet’. Wat bedoel je daarmee?

‘De term ‘moeilijke eter’ klinkt alsof een kind het expres doet en het een keuze is om lastig of opstandig te zijn. Maar kinderen kiezen hier niet voor: ze hébben het moeilijk met eten. Als je je kind met dat uitgangspunt benadert, verandert dat alles. Soms vinden ouders het makkelijker te accepteren dat een kind niet durft te fietsen, dan dat een kind iets niet durft te proeven. Terwijl het om hetzelfde gaat: angst en voorzichtig zijn.

Als je het zo bekijkt, ga je niet denken: hoe krijg ik het eten bij mijn kind erin? Je zult eerder op zoek gaan naar hoe je hem kunt helpen om het eten makkelijker te maken. Hierdoor voel je minder frustratie en je kind voelt minder druk. Het wordt geen strijd meer om dat hapje broccoli erin te krijgen.’

Lees verder onder de advertentie

Waarom eet een kind in de opvang dan vaak wél, maar thuis niet?

‘Groepsdynamiek werkt vaak heel positief: zien eten doet eten. Daarnaast is de kinderopvang heel gestructureerd en voorspelbaar. Dat geeft veiligheid. Bovendien zijn kinderen thuis het meest zichzelf. Daar laten ze het gedrag zien dat ze écht voelen. Thuis wordt groente ook vaak ’s avonds gegeten, precies wanneer kinderen moe zijn. Moe en groente is zelden een succesvolle combinatie.’

Lees ook: Stress aan tafel? Slimme tips en gadgets voor moeilijke eters

Wat moet je vooral níét doen tijdens het eten?

‘Dwingen, pushen, onderhandelen: alles wat voelt als druk werkt averechts. Het zorgt voor veel frustratie, gehuil en strijd. Misschien krijg je één hapje naar binnen, maar dat levert qua voedingsstoffen niks op. Op de lange termijn wordt eten juist moeilijker. Het negatieve gevoel wordt sterker, soms zelfs een (klein) trauma.

Lees verder onder de advertentie

Het doel moet nooit zijn om dat hapje erin te krijgen, maar om de angst of weerstand te verminderen. Let wel: als je stopt met pushen, betekent dat niet dat je alles loslaat en je kind alleen nog maar kipnuggets laat eten. Je moet variatie blijven aanbieden. Anders probeert je kind niets nieuws.’

Wat kun je thuis dan wél doen?

‘Een belangrijke basis is de verdeling van verantwoordelijkheden. Als ouder bepaal je wat er wordt gegeten, wanneer en waar. Je kind bepaalt of en hoeveel hij of zij eet. Daarnaast is het belangrijk dat er tijdens elke maaltijd wat safe food op tafel staat: één soort voeding dat je kind sowieso lust.

Dat hoeft niet zijn of haar lievelingseten te zijn; simpele dingen als pasta, rijst, aardappel, komkommer of tomaat zijn vaak prima. Dat geeft rust aan tafel. Verder is het goed om geen aparte maaltijden te maken. Bied gevarieerd aan wat jullie normaal eten.

Lees verder onder de advertentie

Bij angstige kinderen helpt het om te kijken wanneer iets nieuws proberen wél lukt. In welke situaties is dat vaak? Die omstandigheden geven inzicht. Vaak zijn het toevallig ontstane momenten waarop je kind iets probeert, zonder dat iemand oplet. Bijvoorbeeld op een feestje, omdat niemand zit te kijken. De druk is er dan af. Praat daarom ook niet te veel over het eten tijdens het eten.’

Nee dank je

‘Ook ben ik fan van een nee-dank-jekommetje: een kommetje naast het bord waarin je kind iets mag leggen wat hij niet wil. Sommige kinderen verliezen hun eetlust namelijk als er iets op hun bord ligt dat ze vies vinden. Ze willen dan niets eten dat in aanraking is geweest met iets wat ze vies vinden. Een vakjesbord kan daarom ook helpen voor kinderen die niet willen dat eten elkaar raakt.

Kinderen eten graag knapperige groenten. Denk aan rauwe tomaten, komkommer, wortel en paprika. Je kunt proberen om groente minder zacht te koken of juist te roosteren of te wokken. Deze aanpassingen in het bereiden kunnen soms grote verschillen maken.’

Hoe vaak moet een kind iets proeven voordat het went?

‘In de neofobische fase heb je tien tot vijftien positieve ervaringen nodig om de angst te laten zakken. Veel ouders denken dat het gaat om smaakpapillen laten wennen, maar het gaat om angst die verdwijnt door positieve ervaringen. Dat kan overigens ook zijn: ruiken, aanraken, het op de lippen houden, kijken, het op een apart bordje leggen. Alles telt mee. Zo verdwijnt de angst stukje bij beetje.’

Lees ook: Alles over smaakontwikkeling bij baby’s (én hoe jij kunt helpen)

Lees verder onder de advertentie

Hoe kun je stimuleren zonder druk te zetten?

‘Dat verschilt per kind. Bij sommigen werkt het prima om te zeggen: ‘Wil je een hapje proberen?’ Bij anderen voelt dat al als te veel druk. Je kunt ook inspelen op interesses. Mijn zoon wilde ooit heel graag leren fluiten. We aten penne en ik vroeg: ‘Kun je door zo’n pastaatje fluiten?’ Hij hield het tegen zijn lippen en ontdekte dat de saus best lekker was. Zo’n speels moment kan soms precies het duwtje zijn dat nodig is.’

Je zegt dat deze neofobiefase vanzelf over gaat. Maar wanneer moet je je wél zorgen maken?

‘Laat het los en kijk het aan als je kind goed groeit, voldoende energie heeft, meer dan vijftien tot twintig verschillende dingen eet en uit alle voedselgroepen wel iets eet. Er zijn situaties waarin je wel hulp moet inschakelen. Denk aan gewichtsverlies, slechte groei, extreme angst voor voedsel, minder dan vijftien geaccepteerde voedingsmiddelen, hele voedselgroepen die volledig worden geweerd of een kind dat bleek en lusteloos is. Dan kan sprake zijn van ARFID, een ernstige eetstoornis waarbij voedsel angst oproept. Dan zul je professionele hulp moeten inschakelen.’

Meer lezen over ARFID: dit zijn de kenmerken en mogelijke behandeling

Lees verder onder de advertentie

Wat is jouw belangrijkste boodschap aan ouders?

‘Kijk met mildheid naar je kind. Je kind doet dit niet om jou te pesten; hij heeft het moeilijk. Als je een veilige eetomgeving biedt, zonder druk en met variatie, komen de meeste kinderen vanzelf door deze fase heen.’

Moeilijke eters bestaan niet van Rolinde Demeyer is verschenen bij Lannoo (24,99 euro).

Delen: