‘‘Mag ik naar huis komen?’ appte een van de meiden die inmiddels haar mbo-opleiding heeft behaald, werkt en op zichzelf woont. ‘Natuurlijk schat!’ reageer ik met een glimlach. Dat ze het gezinshuis haar ‘thuis’ noemt, is waar ik het voor doe. Ik weet hoe het voelt als je die plek kwijtraakt.
Moeilijke jeugd
Zelf heb ik een moeilijke jeugd gehad. Mijn moeder was nog maar 39 toen ze overleed, waardoor mijn vader er alleen voor stond. Hij is een ontzettend lieve man, maar door een burn-out kon hij me destijds niet meer de ondersteuning bieden die ik nodig had.
Ik belandde op een crisisgroep: een opvanglocatie voor jongeren die niet meer thuis kunnen wonen. Daar wisselden de gezichten van de hulpverleners voortdurend. Niemand kende mijn verhaal en zag hoe het werkelijk met mij ging. Ik voelde me een van velen. Op dat moment wist ik al: dit kan beter.
Zelf hulp bieden
Toen ik jaren later over de drempel stapte van het gezinshuis van Joëls tante, voelde ik het meteen. Hier durfden kinderen te huilen, ‘nee’ te zeggen en stiekem koekjes uit de kast te pakken. Toen dacht ik: Joël, zo’n plek kunnen wij ook realiseren. We hebben allebei zo’n groot hart en – vanuit onze achtergrond in de jeugd-, dak- en thuiszorg – zo veel kennis en ervaring.
Ik ging direct op zoek naar een organisatie waar we konden starten, maar we konden niet meteen doorpakken Ik raakte zwanger, waardoor we onze plannen anderhalf jaar hebben gepauzeerd. In de tussentijd vonden we wel een huis dat aan de eisen van de Jeugdwet voldeed. Dat was het begin van Casa di Rocha.
Lees ook: Rosa is weekendpleegmoeder: ‘Dit is het mooiste wat wij als gezin kunnen doen’
Chronisch slaaptekort
Aanvankelijk dachten Joël en ik dat we de schooluren vrij zouden hebben. Dat valt in de praktijk tegen en dat is soms dus wel zwaar. Ouders, jongeren, leerkrachten en hulpverleners: de hele dag door komen ze over de vloer. We verdienen dan wel een goede boterham en wonen in een prachtig huis, maar daar staat tegenover dat we altijd aan het werk zijn en onze privacy heel beperkt is. Als we ’s avonds in bed liggen, lopen de pubers nog gerust onze slaapkamer binnen. Of ze kloppen op de deur als een van ons op het toilet zit.
Ik ben blij als ik om 23.00 uur kan slapen. Vaak moeten Joël en ik dan nog de dag bespreken. Wie zit niet zo lekker in zijn vel? Wie is er in de trein gestapt zonder dat hij geld op zijn bankrekening had staan om een kaartje te kopen? Wie heeft er stiekem gespijbeld?
We hadden gerekend op iets meer vrijheid, en vooral op iets meer slaap. Dat ene weekend dat we per maand vrij zijn, hebben we nodig om bij te tanken. We hebben daarom weleens een hotel geboekt. Niet om romantisch een weekend weg te gaan, maar om de hele dag te slapen. Maar dat kunnen we natuurlijk niet elke maand doen. Onze eigen kinderen willen ook graag met ons op pad als gezin. Het kost dus veel energie. Maar toch willen we dit blijven doen, want we doen het met veel liefde.
Lees ook: ‘Langs elkaar heen leven sluipt er zo makkelijk bij in’
Iedereen is welkom
Joël en ik hebben allebei een dochter uit een eerdere relatie en kregen samen nog twee kinderen van 5 en 7 jaar. We hadden niet verwacht dat ze allemaal zo’n belangrijke rol zouden spelen in het gezinshuis. Onze kinderen houden van knuffelen en slaan direct hun armen om de pubers heen.
Ze vinden niks raar. Iedereen is welkom, ook als ze tatoeages, piercings of roze geverfd haar hebben. Die onvoorwaardelijkheid doet veel. Van veel pubers horen we terug dat onze kinderen ervoor zorgen dat ze zich snel op hun gemak voelen.
Hechte band
Sommige pubers wonen twee jaar bij ons, andere al zes jaar. Onze kinderen krijgen daardoor vaak te maken met afscheid. Om hechtingsproblematiek te voorkomen, hebben we regelmatig gesprekken met een gedragswetenschapper: hoe kunnen wij onze kinderen begeleiden bij het afscheid?
Voor Joël en mij is het afscheid ook moeilijk. We zijn niet hun ouders, en willen die rol ook bewust niet overnemen, maar we bouwen wel een hechte band met hen op. Onlangs vroeg zelfs een van de meiden of ik oma wilde worden voor haar kinderen. Daar hoefde ik natuurlijk geen twee keer over na te denken.
Lees ook: pleegouder worden, wat houdt dat in?
Gezien, gehoord en geliefd
Het is mijn allergrootste droom om over twintig jaar met alle pubers die we hebben opgevangen – en hun partners en eventuele kinderen – nog eens aan tafel te zitten en terug te blikken op hun tijd in het gezinshuis. Ik hoop dan dat ze zeggen: ‘Mijn jeugd was heel ingewikkeld, maar de tijd bij Casa di Rocha heeft een positieve bijdrage geleverd aan mijn leven. Ik heb me hier gezien, gehoord en geliefd gevoeld.’ Daar doen we het voor!’