Kun je het geslacht beïnvloeden?

Kun je het geslacht beïnvloeden?

Natuurlijk, als ouder is de gezondheid van je kind het allerbelangrijkst. Maar na twee jongens wil je misschien stiekem toch héél graag een meisje. Of juist nóg een jongen. Maar kun je het geslacht van je kind beïnvloeden? Hier vijf fabels en vijf feiten.

1. ‘De kans op een jongen is fiftyfifty’

Dit is niet helemaal waar. De kans op een jongen is zo’n 52%. Waarschijnlijk heeft dit iets te maken met een verschil in het overleven van mannelijke en vrouwelijke zaadcellen op weg naar de eicel. Ook het verschil in innesteling en in de levensvatbaarheid tussen mannelijke en vrouwelijke embryo’s speelt hierbij een rol. Goed om te weten: Bij een stel dat twee jongens heeft, blijkt de kans op een derde jongen zelfs nog wat groter te zijn, namelijk zo’n 54%.

2.  ‘Sommige mannen verwekken alleen zoons’

Niet waar. Uit onderzoeken blijkt dat iedere man evenveel X en Y-zaadcellen produceert. Wel lijkt het zo te zijn dat mannelijke zaadcellen nét iets kwetsbaarder zijn. Stress, roken en blootstelling aan radioactieve straling of chemische gifstoffen vergroten de kans op een meisje. Zo hebben radiologen, tuinders en schilders volgens sommige artikelen meer kans op dochters.

3. ‘De man bepaalt het geslacht’

Dit klopt. Maar dit betekent niet dat de man het voor het kiezen heeft. Een man heeft zaadcellen met een Y-chromosoom én zaadcellen met een X-chromosoom. Of de baby een jongen of een meisje wordt, hangt af van welke zaadcel met de eicel van de vrouw versmelt. Dus in die zin bepaalt de man inderdaad het geslacht. Hij stuurt echter miljoenen zaadcellen per zaadlozing naar de eicel, maar heeft geen controle over welke zaadcel de race wint.

4. ‘Kwestie van timing’

Deze methode lijkt te helpen. Wil je graag een jongetje? Vrij dan op het moment van de eisprong. Jongenszaadcellen zwemmen namelijk sneller, maar leven korter. Meisjeszaadcellen daarentegen zijn langzamer maar leven weer langer. De kans op een meisje is dus groter als je vóór de eisprong vrijt. Er zijn verschillende wetenschappelijke publicaties die deze tip ondersteunen. Er worden zelfs percentages van 60-70% genoemd. Je moet echter wel je ovulatie goed kunnen voorspellen.

5. ‘Rabarber? Ja! Salami? Nee!’

Dit lijkt te werken. Je kunt de kans op een meisje iets vergroten als je als vrouw een dieet volgt waardoor de minerale samenstelling in je lijf verandert. Kies dus voor voeding die rijk is aan calcium, zoals: yoghurt, harde kaas en rabarber, spinazie, broccoli, tofu en amandelen. Ook magnesium helpt en zit in bonen, cashewnoten, volle granen en vijgen. Een recent onderzoek toont aan dat de combinatie van dit dieet met de juiste timing van gemeenschap de kans op een meisje tot wel 80% kan verhogen.