‘Tot mijn dertigste had ik een relatie met een man die geen kinderen wilde. We leerden elkaar kennen toen ik 23 was. Jong en onbezonnen als ik was, dacht ik: we zijn verliefd, dus we zien het wel. We hadden geen leuke break-up, maar een van de eerste dingen die ik gezegd schijn te hebben, is dat onze breuk wel ruimte bood voor mijn kinderwens.
Het was het begin van een lange zoektocht waarbij ik al snel terechtkwam bij Meer dan Gewenst, een stichting voor regenboogouderschap. De stichting informeert mensen met een kinderwens over de opties en brengen wensouders met elkaar in contact. Ik zie mezelf nog staan bij de eerste bijeenkomst: onwennig bij de boekentafel met zweet van mijn oksels tot mijn middel.
Bewust co-ouderschap
Toen ik hoorde over bewust co-ouderschap, voelde dat meteen heel logisch. Het kind zou biologisch van ons allebei zijn, waardoor het nooit vragen zou hebben over wie de ouders zijn. Bij bewust co-ouderschap is er bovendien een goede verstandhouding tussen de co-ouders. Ook zag ik de praktische voordelen: ondanks dat je alleenstaande ouder wordt, deel je de verantwoordelijkheid en heb je ook nog tijd voor jezelf.
Maar er waren ook twijfels. Ben ik niet enorm egocentrisch? Waarom moet dit en doe ik dit om de juiste redenen? Ik wilde mijn wens legitimeren. Gesprekken met vrienden en andere regenboogouders deden mij realiseren dat het oké was om naar mijn wens te handelen. Ik denk ook dat ik altijd gerouwd zou hebben als ik geen vader was geworden.
Daten
Ik ontmoette de moeder van mijn dochter Esmee via Meer dan Gewenst; ze bleek drie straten verderop te wonen. De periode die volgde, kun je het beste omschrijven als daten. We gingen koffiedrinken, uit eten en stonden zelfs een keer op de midgetgolfbaan. Niet alleen om te kijken of we het gezellig hadden, maar heel bewust om te verkennen of we elkaar zagen als de vader en moeder van ons kind. Je zoekt iemand met wie het klikt én die hetzelfde tegen ouderschap kijkt.
We hebben alles ook zorgvuldig vastgelegd. We spraken met een gespecialiseerd counselor en stelden met behulp van een mediator een ouderschapsplan op. We grappen weleens dat het een hoop gedoe achteraf zou schelen als ieder heterostel hetzelfde traject zou doorlopen.
Lees ook: Regenboogouderschap: dit moet je regelen als regenbooggezin
Een positieve zwangerschapstest
Nadat alles was geregeld en alle vinkjes op groen stonden, ging het zwanger worden snel. Toch voelde het alsof we al drie jaar bezig waren. Toen we de positieve zwangerschapstest in onze handen hadden, hebben we allebei gehuild van geluk. Eindelijk!
Toen Esmee geboren werd, ben ik drie weken bij mijn co-ouder ingetrokken. Dat was een bijzondere tijd. Na drie weken met z’n drieën ging Esmee voor het eerst een nachtje met mij mee naar huis. De eerste keer dat ik mijn huis binnenstapte met haar in mijn armen was heel emotioneel. Als vrouw kun je bewust alleenstaande moeder worden via een donor, maar als man kun je het niet alleen. Het was daarom voor mij nooit vanzelfsprekend dat ik vader zou worden. Het besef dat ik vader was geworden en dat ik mijn dochter bij mij thuis had, kwam toen echt binnen.
Eén gezin, twee huizen
We hadden vooraf een schema opgesteld waarin we langzaam opbouwden naar de verdeling waar we nu op zitten. Esmee is inmiddels drie maanden oud en is elke maandag en dinsdag bij mij. De co-ouder is iedere woensdag en donderdag met haar en de weekenden doen we om en om. Het is soms best pittig om een paar dagen alleen met haar te zijn, maar omdat haar moeder en ik zo’n goede band hebben, voelt het toch alsof we het samen doen. We appen elkaar dagelijks over Esmee en voelen ons echt één gezin verspreid over twee huizen. Doordat we zo dicht bij elkaar wonen, kunnen we makkelijk even langsgaan om een flesje te geven of even te knuffelen.
Mensen vragen weleens of ik haar niet mis als ze bij haar moeder is. Natuurlijk doe ik dat, maar als ik net een paar dagen met haar ben geweest, is het ook fijn om weer even tijd voor jezelf te hebben. En op de dagen dat ik niet met haar ben, ben ik hard aan het werk. De tijd vliegt dan voorbij.
In de zorg voor Esmee mis ik geen partner. Het ouderschap deel ik tenslotte met mijn co-ouder. Tijdens het traject heb ik soms wel een partner gemist. Bij tegenslagen heb je natuurlijk wel fijne gesprekken samen, maar daarna ga je weer alleen naar huis. Ik heb mezelf tijdens het traject telkens voorgehouden dat ik dichterbij was dan ooit daarvoor. Dat heeft mij enorm geholpen als dingen tegenzaten.
Lees ook: Opvallend: homoseksuele ouders verdelen de taken thuis beter. Hoe kan dat?
Positieve reacties
Ik vind onze gezinssituatie nu heel normaal en vertel er graag over. Dat was in het begin anders. Ik ben behoorlijk zelfkritisch geweest tijdens het proces. Nu krijg ik zoveel positieve reacties dat ik achteraf gezien opener had mogen zijn. Het had mij geholpen als ik die reacties al tijdens het proces had gekregen.
Toen ik op social media bekendmaakte dat ik vader zou worden, kreeg ik zoveel berichten van alleenstaande homoseksuele mannen die nieuwsgierig waren naar mijn proces. Met sommigen van hen heb ik meer dan twee uur gebeld. Mannen worden aan de lopende band vader, maar over het ‘hoe’ wordt maar knap weinig gesproken. Als ik met het delen van mijn verhaal ook maar één iemand kan inspireren om dit ook aan te durven of in ieder geval te onderzoeken, vind ik dat al winst. Ik verwijs vaak naar Meer dan Gewenst.
Voor Esmee er was, had ik allerlei beelden van hoe het zou zijn. Ik hoorde vaak dat het alleen maar leuker wordt als kinderen ouder worden. Nu denk ik: hoe kan dit nóg leuker worden? Het bevalt ons zo goed dat een tweede al voorzichtig ter sprake is gekomen. Ik had vier jaar geleden nooit kunnen bedenken dat alles zo mooi zou uitvallen.’
Lees ook: Dook (34) is biseksueel en wil vader worden: ‘Ook hetero-ouders hebben baat bij een meerouderschapswet’