‘Ik kom uit een gezin met drie broers en heb altijd de wens gehad om een groot gezin te hebben. Toen ik zestien was, zei ik al tegen mijn moeder: als ik per ongeluk zwanger word, zou ik het houden. Toen mijn inmiddels ex-partner en ik ouders werden van Rosa (8), was ik dolgelukkig. Maar na haar geboorte kwam mijn cyclus niet goed op gang en ik trok aan de bel bij de huisarts.
Uiteindelijk bleek uit bloedonderzoek dat ik op mijn dertigste POI had; premature ovariële insufficiëntie (vervroegde menopauze). Mijn eicelvoorraad was vergelijkbaar met die van een vrouw van 44 jaar, terwijl ik 30 was. Dat was een grote shock. Dat Rosa überhaupt geboren was, was een wonder. En ineens kreeg ik te horen dat het zeer onwaarschijnlijk was dat ik nogmaals zwanger zou worden, al ovuleerde ik nog wel.
Lees ook: Claire kwam in de vervroegde menopauze
Toch zwanger
Twee weken nadat ik dit nieuws kreeg, bleek ik zwanger. Wat een emotionele rollercoaster. Ik zag een kloppend hartje en alles leek goed te gaan. Het voelde als mijn laatste kans op nog een kind. Ik durfde voorzichtig te geloven dat het echt zou kunnen. Tot het vlak voor het tweede trimester misging. Ik zat in een kerk voor de uitvoering van een koor waar ik de koordirectie van over zou nemen toen ik enorme krampen kreeg. Ik voelde meteen dat het niet goed was.
Ik wilde de uitvoering afmaken, en zodra het koor klaar was, ging ik snel naar het toilet. Ik begon enorm te bloeden. Ik rende naar mijn auto en belde mijn broer. Rosa was bij hem, samen met mijn moeder. Ik vroeg of Rosa daar nog even kan blijven en vertelde wat er aan de hand was. Daarna belde ik mijn toenmalige partner, die op het vliegveld stond om naar Korea te vliegen voor zijn werk. Hij gaf aan direct naar huis te komen. Eenmaal thuis bleef het bloed stromen. Ik werd duizelig en misselijk. Opnieuw belde ik mijn broer. Hij kwam me direct ophalen om me naar het ziekenhuis te brengen, met een auto vol handdoeken.
Van mezelf ben ik een rustig persoon, maar vanbinnen was ik toen volledig de weg kwijt. Er bleef weefsel zitten, waardoor ik een ontsteking kreeg. Daarna kreeg ik ook bloedarmoede. Lichamelijk was ik helemaal op.
Bel maar weer als het niet goed gaat
Ik weet dat één op de vier vrouwen een miskraam meemaakt en ik kende ook vriendinnen die het hadden meegemaakt. Maar verdriet kun je nooit vergelijken. Bij mij voelde het zo beladen, omdat de kinderwens zo groot was en ik het gevoel had dat ik ook mijn vruchtbaarheid verloor. Vanuit het ziekenhuis was er eigenlijk geen mentale steun. Het was meer: bel maar weer als het niet goed gaat.
Gelukkig kreeg ik wel veel steun uit mijn omgeving. Mijn schoonzus kwam langs met lekkere dingen en een fles Floradix tegen de bloedarmoede. Een andere vriendin zei: ‘Als je een eicel nodig hebt, ben ik er.’ En ergens hield ik hoop en dacht ik: misschien komt het alsnog goed.
Lees ook: De impact van een miskraam
Terug naar de kerk
Maanden later moest ik opnieuw optreden in dezelfde kerk. Ik schakelde EMDR-therapie in, om de herinnering een plek te geven. Mijn therapeut adviseerde me om een lied te schrijven over wat er was gebeurd. Ik ben immers zangeres en zong altijd voor Rosa. Het lied dat ik schreef heet July’s Hymn. De tekst ‘And so I sing for you, like I would have done’ gaat over hoe ik voor de verloren baby zing zoals ik ook deed voor Rosa. Het beschrijft de miskraam zelf en de maanden erna waarin ik de EMDR onderging (November, my body remembers).
Voor het koor de kerk in kwam, mocht ik een moment alleen zijn en daar nam ik het nummer op. Het was een manier om weer in die ruimte te kunnen zijn. Daarna heb ik twee jaar niet naar die opname geluisterd. Het was te confronterend. Maar eigenlijk had het lied zijn taak volbracht: ik had mezelf zover gekregen dat ik weer in die kerk kon zijn en daar kon zingen.
Prematuur Ovarieel Falen
Mijn kinderwens gaf ik nog niet op en jarenlang probeerden mijn partner en ik opnieuw zwanger te raken. Ondertussen probeerde ik ook van alles om mijn vruchtbaarheid te stimuleren: ik ging naar een orthomoleculair therapeut en volgde allerlei diëten. Op een gegeven moment raakte ik opnieuw zwanger. Maar vanaf het begin voelde ik eigenlijk: dit wordt het niet. En dan heet de diagnose die ik eerder kreeg ook nog eens premature ovariële insufficiëntie.
Waarom noemen ze dit in godsnaam zo? Zit je daar met je gebroken hart, krijg je ook nog het gevoel dat je faalt als vrouw. Het was een enorme confrontatie met het idee dat we denken dat we het leven in de hand hebben, terwijl dat absoluut niet zo is. Al vond ik blijkbaar wel dat ik het onder controle moest hebben. Daarbij koppelde ik blijkbaar onbewust ook veel aan mijn vruchtbaarheid. Vrouwelijkheid, bijvoorbeeld.
De gedachte dat je als vrouw vruchtbaar moet zijn, is een gedachte die niet overeenkomt met mijn werkelijkheid. En juist die gedachte deed pijn. Ik moest leren om die dingen van elkaar los te koppelen. Dat deed ik met behulp van stoïcijnse filosofie. Mijn vruchtbaarheid bepaalde niet of ik vrouwelijk ben. Na een lang traject besloot ik dat ik mijn energie weer wilde stoppen in de dingen waar ik wél controle over heb en de rest moest leren loslaten.
Lees ook: Miskraam verwerken: dit kan helpen
Een plek voor rouw
Muziek werd een manier om die verschillende kanten van mijn rouw te vangen. Het tweede nummer van mijn nieuwe album, Weave, gaat daarover. Ik heb bewust gekozen om met vrouwelijke muzikanten te werken en hen toe te laten in mijn muziek. Eén nummer zing ik zelfs helemaal niet: Hey Mother wordt gezongen door een andere artiest en is geschreven vanuit mijn kind naar mij toe. Mijn label vond dat een beetje gek, maar voor mij past het precies bij het album.
Uiteindelijk zie ik dat het loslaten van waar ik geen controle over had me zoveel heeft gebracht. Het heeft me meer autonomie gegeven en ook veel aan het licht gebracht over oude patronen. Ik ben dichter bij mezelf gekomen. Bij de vraag wat ik eigenlijk wil in het leven. En ik heb een diep besef gekregen van hoe kwetsbaar en hoe kort het leven is. Dat probeer ik mee te geven aan mijn dochter. Je kunt niet alles controleren, maar je kunt wel kiezen waar je je energie aan geeft. Maar dat kan ze van zichzelf al heel goed.’
Lees ook: Cerissa’s miskraamverhaal: ‘Ik ben al acht jaar bezig met zwanger worden’