Rhesus-factor

De rhesusfactor: wat is het?

Ben je zwanger dan wordt er rond de derde maand onderzocht of je rhesus-negatief bent. Maar waarom eigenlijk? Wat is de rhesusfactor en hoe kan je de rhesusziekte voorkomen? Wij leggen het uit.

Wat is de rhesusfactor?

Naast de bloedgroepen A, B, AB en O bepalen de rode bloedcellen nog een ander kenmerk van het bloed: de rhesusfactor. Ongeveer 85 procent van de mensen heeft de rhesusfactor en is rhesus-positief. Bij ongeveer 15 procent van de mensen ontbreekt de rhesusfactor, je bent dan rhesus-negatief. Het ABO-bloedgroepensysteem wordt altijd gebruikt in combinatie met de rhesusfactor. De ‘positief’ of ‘negatief’ wordt achter je ABO-bloedgroep geplaatst (bloedgroep A positief, bloedgroep A negatief, bloedgroep B positief etc.).

Onderzoek rhesusfactor

Rond de derde maand van je zwangerschap wordt door middel van bloedonderzoek bepaald of je rhesus-negatief of -positief bent. Het is belangrijk om dit te onderzoeken omdat je dezelfde rhesusfactor als je baby moet hebben. Ben jij rhesus-negatief, maar jouw ongeboren baby rhesus-positief, dan kan dat voor gezondheidsproblemen zorgen bij je baby of tijdens een volgende zwangerschap.

Meer lezen: Dit wordt er onderzocht tijdens het standaard bloedonderzoek

Rhesusziekte

Als jij rhesus-negatief bent en je baby rhesus-positief is, kan dat gezondheidsproblemen opleveren voor je baby. Tijdens de zwangerschap of bij de bevalling kunnen de rode bloedcellen van je baby in jouw bloedbaan terechtkomen. De kans hierop is het grootst tijdens de bevalling. Je lichaam ziet deze andere bloedcellen als ‘vreemd’ en kan antistoffen gaan aanmaken.  Omdat er pas bij de geboorte een beetje bloed van je baby in jouw bloedbaan terecht kan komt, worden deze antistoffen pas na de geboorte aangemaakt. Hierdoor is de kans erg klein dat zich bij je eerste kind problemen voordoen bij een verschil in rhesusfactor.

Wordt je vervolgens opnieuw zwanger, dan kan dit alsnog voor problemen zorgen. De antistoffen blijven namelijk in het bloed van de moeder zitten en kunnen bij een volgende zwangerschap in de bloedsomloop van de ongeboren baby terechtkomen. Hierdoor kan je baby zijn eigen rode bloedcellen gaan afbreken. Dit kan leiden tot bloedarmoede. Als bloedarmoede ontstaat door het afbreken van het bloed noemen we dit de rhesusziekte. Gelukkig komt rhesusziekte door het testen van het bloed van zwangere vrouwen, nu veel minder vaak voor dan vroeger.

Ontstaan rhesusziekte

Rhesusziekte kan ontstaan als:

Optie 1: jij rhesus nagatief bent én je baby rhesus positief is.

rhesus factor

Optie 2: het bloed van je baby via de placenta in jouw bloedbaan terecht komt.

rhesus 2

Optie 3: jouw lichaam antistoffen aanmaakt.

rhesus 3

Optie 4: jouw antistoffen gaan ook naar je kind, waar ze het bloed van je baby afbreken.

rhesus 4

Hoe werkt de rhesusfactor?

Doe hier de test en check of er een verschil in rhesusfactor zit tussen jou en je baby en of dit gezondheidsproblemen kan opleveren voor de baby. Start bij de vraag ‘Uitslag eerste bloedtest’.

rhesusfactor schema Schematische tekening van verschillende rhesus-situaties en vragenlijst om te zien wat je kunt verwachten na de bloedtest.

Gezondheidsproblemen baby

Rhesusziekte kan grote gevolgen hebben voor een ongeboren baby. Hij kan hierdoor ziek worden, soms zo ernstig dat er een bloedtransfusie in de baarmoeder nodig is. Na de geboorte kan de baby ziek worden door de afbraakproducten van het bloed. De baby ziet dan geel. Omdat het belangrijk is dat de afbraakproducten uit het bloed worden verwijderd, wordt de baby in dat geval vaak behandeld met UV-licht. In hele ernstige gevallen moet al het bloed vervangen worden door middel van een zogenaamde wisseltransfusie.

Rhesusprik

Als uit het eerste bloedonderzoek blijkt dat je rhesus-negatief bent, krijg je in week 27 een tweede bloedtest. In dit onderzoek wordt de rhesusfactor van je baby vastgesteld. Komt uit deze tweede test naar voren dat je baby rhesus-positief is dan krijg je twee rhesus-prikken: een prik rond de 30 weken zwangerschap en een tweede prik binnen 48 uur na de geboorte.

De afweerstoffen die met deze prik worden toegediend zullen de rhesus-positieve rode bloedcellen, afkomstig van de baby, snel opruimen. Hierdoor maak je geen blijvende afweerstoffen aan. Je krijgt de prik meestal in je bovenarm, bovenbeen of bil. In 40% van de zwangerschappen zijn zowel de moeder als baby rhesus-negatief. De rhesus-prik is in dat geval niet nodig.

De prik die je rond de 30 weken zwangerschap krijgt als je rhesus-negatief bent, wordt gedaan uit voorzorg. Bij uitzondering kan het namelijk voorkomen dat jouw bloed tijdens de zwangerschap in aanraking komt met het bloed van je baby. Ook na sommige onderzoeken en behandelingen, zoals een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, het kering van de baby in de baarmoeder bij een stuitligging of na een ongeval of val op de buik, kan een extra rhesus-prik nodig zijn.

Een tweeling en de rhesus-prik

Bij een tweeling wordt na de geboorte bepaald of één van de baby’s of allebei de baby’s rhesus-positief zijn. Als blijkt dat allebei de baby’s positief zijn, krijg je een dubbele hoeveelheid anti-D (het stofje in de rhesus-prik) toegediend. Complicaties bij een tweelingzwangerschap, wat kun je verwachten?

Video met uitleg over rhesusfactor