Klompvoet bij je baby

Ongeveer één op de tweehonderd baby’s wordt geboren met een klompvoet aan één of beide benen. Wat is het precies en wat staat je baby te wachten als hij een klompvoetje heeft?

Wat is een klompvoet?

Een klompvoet is een aangeboren afwijking aan de voet en het onderbeen. Het is vooral zichtbaar aan de stand van de voet, maar de afwijking begint eigenlijk al onder de knie. Een klompvoet staat gekanteld op het been, naar binnen gedraaid. De hak wijst naar beneden en de voetzool naar boven. Het voetje zelf is mooi en volledig ontwikkeld, maar kan wel een kromming hebben en wat holler en spitser zijn dan normaal. Vaak is een klompvoet ook kleiner dan een gemiddelde babyvoet. Het kan aan één kant voorkomen, of aan beide benen.

Er bestaat bij veel mensen een verkeerd beeld over wat een klompvoet precies is. Sommigen denken dat de voet eruitziet als een vervormd klompje, maar dat is niet het geval. Die verwarring ontstaat vooral door de term ‘klompvoet’, terwijl het niets met een klomp te maken heeft. De term is een verbastering van het Engelse ‘clubfoot’: vernoemd naar een golfclub. De stand van een klompvoet lijkt namelijk een beetje op de vorm van een golfclub.

klompvoet-babyVoorbeeld van baby met een klompvoetje.

Oorzaak klompvoet

Wat precies de oorzaak van een klompvoetje is, is nog niet bekend. Erfelijke factoren spelen een rol, maar er kunnen ook andere factoren zijn waardoor de voet in een afwijkende stand gaat staan.

Mogelijke oorzaken zouden kunnen zijn:

  • erfelijkheid
  • een neurologische aandoening
  • een verstoring van de zenuwvoorziening van de voet
  • of een onbekende oorzaak

Bij een klompvoet zijn tijdens de zwangerschap de spieren, banden en pezen in het onderbeen en de voet niet goed meegegroeid met de rest van de voet. Het gevolg is dat die onderontwikkelde spieren en pezen de voet in een gekantelde, kromme stand trekken.

Een klompvoet kan voorkomen in combinatie met andere aandoeningen. Zo kunnen kinderen met een open ruggetje (spina bifida) ook klompvoetjes hebben: de verstoorde ontwikkeling van het ruggenmerg kan namelijk de ontwikkeling van de benen beïnvloeden. Er zijn ook een aantal syndromen waarbij de kans op een klompvoet groter is. Maar de meeste kinderen met een klompvoet hebben geen syndroom of andere aangeboren afwijkingen.

Hoe vaak komt het voor?

Ongeveer 1,2 tot 1,6 op de duizend baby’s wordt geboren met een klompvoet, enkelzijdig of dubbelzijdig. Het komt erop neer dat er in Nederland iets meer dan tweehonderd baby’s per jaar geboren worden met een klompvoet. De aandoening komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes.

Als je eerste kind bij de geboorte een klompvoet had, terwijl zowel jij als de vader normale voeten hebben, dan is de kans op een klompvoet bij een toekomstig broertje of zusje ongeveer twee procent.

Klompvoet herkennen

Vaak wordt een klompvoet al bij de 20 wekenecho gezien. Er wordt dan specifiek gekeken naar eventuele afwijkingen aan de armen of benen. Als tijdens de 20 wekenecho een afwijking wordt geconstateerd, volgt daarna meestal een extra medische echo. Daarin wordt specifiek gekeken naar de voeten van je ongeboren kind. Blijkt uit deze echo dat het inderdaad gaat om een klompvoetje, dan wordt je doorverwezen naar een kinderorthopeed in een Klompvoetcentrum.

Het kan zijn dat een klompvoetje wordt gemist tijdens de 20 wekenecho. In dat geval zal een klompvoetje herkend worden na de bevalling: het valt altijd direct op tijdens de eerste controle na de geboorte. Soms kan er wat twijfel zijn: is er sprake van een klompvoet, of een vervorming van de voet door een liggingsafwijking in de baarmoeder? Het kan namelijk zijn dat de voet tijdelijk is vervormd door de ligging van het kind in je buik. Een kinderarts kan vaststellen of dat het geval is, door te proberen het voetje in de juiste stand te bewegen. Als dat lukt, is er sprake van een tijdelijke vervorming. Lukt het niet, dan gaat het om een klompvoetje.

Of je het nou al weet sinds de 20 wekenecho, of pas na de geboorte ziet; de definitieve diagnose van een klompvoet wordt altijd pas gesteld na een lichamelijk onderzoek van een kinderorthopeed.

Bevallen van een baby met een klompvoet

Weet je sinds de 20 wekenecho dat je baby een klompvoet heeft? Dan wordt je doorverwezen naar een kinderorthopeed voor meer informatie. Voor de bevalling verandert er niet veel: je mag gewoon nog zelf kiezen of je thuis wilt bevallen of poliklinisch, tenzij er een andere medische indicatie is waardoor je in het ziekenhuis moet bevallen.

Mijn kind heeft een klompvoet, wat nu?

Als op een echo wordt gezien dat je baby een klompvoet heeft, wordt er een afspraak gemaakt bij een Klompvoetcentrum. Daarvan zijn er op dit moment 15 verspreid door Nederland. Bij een Klompvoetcentrum vertelt een kinderorthopeed wat jullie en je kind te wachten staat. Hij zal ook vertellen hoe het behandeltraject gaat verlopen.

Na de geboorte wordt de definitieve diagnose gesteld door middel van een lichamelijk onderzoek. Soms is er een röntgenfoto nodig, maar meestal niet. Tijdens het stellen van de diagnose zal de kinderorthopeed ook een inschatting maken van de ernst van de klompvoet en wat de juiste behandeling is. Elk klompvoetje is anders, het hangt onder andere van de soepelheid af hoe makkelijk het te behandelen is.

De behandeling van een klompvoet is een intensief traject, vooral het eerste jaar. Er wordt bij voorkeur al binnen 48 uur na de geboorte gestart met de behandeling van het klompvoetje, door het in te gipsen. De behandeling duurt in totaal zo’n vier jaar.

Behandeling

Sinds 2014 krijgen alle baby’s met een klompvoet dezelfde behandeling die alleen mag worden uitgevoerd door kinderorthopeden die werken bij een Klompvoetcentrum. Die behandeling bestaat uit vier stappen en heet de Ponseti-methode. Artsen die niet bij zo’n centrum zijn aangesloten, mogen dus ook geen klompvoeten behandelen.

  1. Ingipsen

    Met het gipsverband wordt de stand van de voet beetje bij beetje gecorrigeerd. Het been wordt vanaf de teen tot aan de lies ingegipst. Je zult daarna regelmatig met je kind naar het ziekenhuis moeten om het gips te vervangen, ongeveer elke vier tot zeven dagen. Elke keer wordt het voetje iets meer in de juiste positie gezet.

  2. Tenotomie

    Na een paar maanden wordt een tenotomie gedaan: dat houdt in dat er onder verdoving een sneetje in de achillespees wordt gemaakt. Bij een klompvoet is de achillespees te kort en rekt niet genoeg. Door deze door te snijden komt er meer ruimte en kan de voet in de juiste positie verder groeien. Na een tenotomie krijgt je kind weer gips, wat een paar weken blijft zitten. De achillespees herstelt zich in die periode weer.

  3. Brace

    Daarna zal je kind een paar maanden een brace moeten dragen. Daar moet je kind de eerste drie maanden ook mee slapen. De brace is een soort spalk tussen de twee voeten van je baby: de voeten worden er met schoentjes aan vastgemaakt. Ook als je kind maar één klompvoet heeft, moeten beide voeten in de brace. De spalk houdt de behandelde klompvoet in de goede positie. Ook in deze periode moet je kind regelmatig op controle komen. Na een tijdje hoeft je kind de brace niet meer overdag te dragen, alleen nog ’s nachts. Dat duurt tot de vierde verjaardag van je kind.

  4. Nacontroles

    Als je kind 4 jaar is en de brace heeft tot een goed resultaat geleidt, dan is de behandeling in principe klaar. Je kind moet nog wel jaarlijks op controle komen zo lang hij groeit; meestal tot een jaar of 18.

Is het resultaat van de behandeling niet voldoende, dan is er een operatie nodig, maar dit is zelden het geval.

Resultaat

Een klompvoetje is niet te genezen, maar wel goed te corrigeren. Het doel van de behandeling is dan ook om:

  • een goede, neutrale stand van de voeten te creëren, zodat ze plat op de grond staan
  • dat de voeten volledig en pijnloos belast kunnen worden
  • dat je kind gewone schoenen kan dragen
  • en niet beperkt wordt in zijn dagelijks leven

Bij negentig procent van de kinderen die behandeld worden in een Klompvoetcentrum wordt dit resultaat behaald. Het hangt voor een groot deel af van de inzet van de ouders. De brace moet consequent gebruikt worden en op de juiste manier omgedaan worden.

Mogelijke gevolgen

Een klompvoet heeft meestal nauwelijks of geen gevolgen voor de lichamelijke en motorische ontwikkeling van je kind. Bij de meeste kinderen verloopt de ontwikkeling zoals bij elk ander kind. Je kind kan gewoon leren staan, lopen, rennen en springen. Ook kan hij later in principe elke sport doen die hij maar wil.

Als de behandeling goed is verlopen, kan je kind z’n voet daarna volledig gebruiken, zonder pijn. Hij kan ook gewone schoenen dragen. Soms lukt dat niet en zijn er aangepaste schoenen nodig. De kans bestaat dat de voeten van je kind er iets anders uit blijven zien dan normaal en dat de kuit iets dunner blijft.

In principe is er geen fysiotherapie nodig. Soms wel, als het lopen niet helemaal goed gaat of als de spieren nog niet sterk genoeg zijn. Lees hier meer over kinderfysiotherapie.

Praktische tips voor de behandeling

Een aantal praktische tips voor ouders tijdens de behandeling van je baby’s klompvoetje:

  1. In de periode dat je baby in het gips zit, kun je hem niet thuis in bad doen. Het gips mag namelijk niet nat worden. Op de dagen dat het gips verwisseld wordt, kan je kind in bad op het Klompvoetcentrum.
  2. Koop babysokjes in een maatje groter, die over het gips heen passen.
  3. Datzelfde geldt voor broeken: kies voor een groter maatje of voor een soepele, rekbare stof die makkelijk over het gips heen gaat.
  4. Je baby wordt zo ingegipst dat het gewoon mogelijk is om luiers te verschonen.
  5. Als je baby in het gips of in een brace zit, past hij – als het goed is – gewoon in een autostoeltje, buggy of kinderwagen en in de meeste draagzakken.
  6. Heeft je kind pijn door de brace, of zie je rode plekken of blaren? Meldt dat dan bij je kinderorthopeed. Waarschijnlijk knelt de brace of is het tijd voor een grotere maat.

Video: zo werkt de Ponseti-methode


Bron: Nederlandse Vereniging Klompvoetjes