oogafwijkingen bij kinderen

Oogafwijkingen bij kinderen

Baby’s kunnen geboren worden met een (erfelijke) oogafwijking. Of ze kunnen op latere leeftijd te maken krijgen met een oogafwijking. Welke oogafwijkingen zijn er? Hoe behandel je het en kan je kind er nog overheen groeien?

Oogafwijkingen bij kinderen

Oogafwijkingen bij kinderen komen vaak voor. Het ene kind ziet niet goed wat er dichtbij staat, het andere kind heeft juist moeite met scherp zien in de verte. Ook scheelzien en luie ogen zijn veelvoorkomende klachten bij kinderen. Dit zijn onschuldige oogafwijkingen, maar er bestaan ook ernstigere afwijkingen.

Vaak worden oogafwijkingen pas op de basisschool ontdekt, als blijkt dat je kind niet goed kan lezen wat er op het bord staat. Om dat voor te zijn, is het verstandig om naar elke afspraak op het consultatiebureau te gaan. De ogen van je kind worden tijdens zo’n bezoek gecontroleerd. Hoe eerder een afwijking wordt ontdekt, hoe sneller je kind kan worden doorverwezen naar een orthoptist.  

Een orthoptist is een speciale oogarts die de ogen van kinderen tot twaalf jaar behandeld. De orthoptist onderzoekt de oogstand, de oogbewegingen, de samenwerking tussen de ogen en de ontwikkeling van het zicht van je kind.

Lees ook: Dit kan je baby het eerste jaar (van maand tot maand) zien 

Onschuldige oogafwijkingen

De ene afwijking van het oog is onschuldiger dan de ander. Een aantal onschuldige oogafwijkingen op een rijtje:

1. Afwijking van de oogsterkte

Om de oogsterkte goed te kunnen meten bij je kind, krijgt hij druppels in zijn ogen. Door deze druppels kan je kind niet meer goed scherpstellen en kan de orthoptist de juiste oogsterkte meten. Je kind ziet door de druppels één dag wazig. Er zijn drie soorten afwijkingen van de oogsterkte:

Bijziendheid (myopie):

  • Dit is te corrigeren met een bril met een min-sterkte.
  • Het oog is in verhouding te groot en/of het hoornvlies is te veel gekromd.
  • Dichtbij kan je kind goed zien, maar veraf is het wazig. Bij hoge sterktes ziet hij ook dichtbij wazig.
  • Als je kind z’n ooglens aanspant, verslechtert het beeld in de verte.
  • Bijziendheid neemt meestal toe. Vooral in de puberteit, doordat het oog ook groeit.
  • Als de bijziendheid erg toeneemt, kan de orthoptist speciale oogdruppels of lenzen voorschrijven om dit te remmen.

Tip: zo voorkom je bijziendheid bij je kind.

Verziendheid (hypermetropie):

  • Dit is te corrigeren met een bril met een plus-sterkte.
  • Het oog is in verhouding te klein.
  • Het zicht kan wisselend zijn. Soms goed, maar soms ook wazig. Meestal zijn de klachten bij dichtbij kijken erger dan bij veraf kijken.
  • Als je kind de lens aanspant, wordt het beeld beter. Wel kan hij last krijgen van hoofdpijn of scheelzien. Als het scherpstellen niet meer lukt, ziet je kind alles wazig.
  • Lichte verziendheid kan afnemen, vooral in de puberteit.

Cilinderafwijking (astigmatisme):

  • Dit is te corrigeren met een bril met een cilinderglas.
  • De afwijking is vaak gecombineerd met bij- of verziendheid.
  • Het oog is niet rond, maar een beetje ovaal.
  • Dichtbij en veraf is het beeld vervormd en wazig. 
  • Als je kind de lens aanspant, wordt het beeld niet beter.
  • De cilindersterkte kan afnemen, maar ook toenemen.

2. Scheelzien

De meest voorkomende aangeboren oogaandoening is scheelzien. Baby’s tot drie maanden oud kunnen zo nu en dan scheel kijken. Je hoeft je dan nog geen zorgen te maken. Als je kind na drie maanden nog steeds scheel kijkt, is het verstandig om contact op te nemen met je huisarts. Je kind kijkt scheel als zijn ogen niet naar hetzelfde voorwerp kijken. Het ene oog concentreert zich op wat hij wil waarnemen en het andere oog kijkt de andere kant op.

Lees meer: Loensen: als je baby scheel kijkt

Er zijn verschillende vormen van scheelzien.

  • Esotropie: één oog staat naar binnen gedraaid (convergent scheelzien)
  • Exotropie: één oog staat naar buiten gedraaid (divergent scheelzien)
  • Hypertropie: één oog staat naar boven (sursumvergens)
  • Hypotropie: één oog staat naar beneden (deosumvergens)

Als je kind scheelziet, zal de huisarts hem doorverwijzen naar een orthoptist. Een orthoptist kan al bij heel jonge kinderen meten of ze een bril nodig hebben of niet. Als je kind met een bril weer scherp ziet, kunnen de ogen weer goed richten en verdwijnt het scheelzien. Op die manier wordt voorkomen dat een oog lui wordt.

Lees meer: Wanneer heeft je kind een bril nodig?

Lui oog

Een lui oog, in medische termen ook wel amblyopie genoemd, is een oog dat niet goed heeft leren kijken. Je kind kijkt eigenlijk maar met één oog. Het andere oog, het luie oog, werkt in principe prima, maar wordt door de hersenen ‘uitgeschakeld’. Hierdoor wordt het te weinig of zelfs niet gebruikt. Daardoor kan het gezichtsvermogen zich niet goed in balans ontwikkelen. 

Scheel kijken, ook wel loensen genoemd, is de meest voorkomende oorzaak van een lui oog. Een lui oog is goed te behandelen, maar het is wel belangrijk dat het wordt ontdekt voordat je kind acht jaar is. Als je kind jonger dan acht is, is het ‘scherp zien’ nog in ontwikkeling. Daarna kan de behandeling niet meer optimaal worden uitgevoerd, omdat na deze leeftijd de gezichtsscherpte niet meer te verbeteren is. 

Bij de behandelingen wordt ervoor gezorgd dat het goede oog minder goed ziet, zodat het luie oog gedwongen wordt om te kijken. Dit kan door het goede oog af te plakken met een speciale pleister. Ook kan je kind (tijdelijk) een bril dragen of oogdruppels krijgen. De druppels verwijden de pupil. Het doel hierachter is vergelijkbaar met het afplakken: het goede oog gaat slechter zien en het luie oog wordt gestimuleerd om meer te doen.

Lees meer: Hoe herken je een lui oog? 

4. Kleurenblindheid

Bij kleurenblindheid kan je kind een aantal kleuren niet op de normale manier zien. Iemand die kleurenblind is, ziet meestal één of meer kleuren niet goed, maar mogelijk ook geen enkele kleur. Kleurenblindheid is meestal aangeboren, maar kan ook later optreden door bijvoorbeeld een medische aandoening. Als je kind kleuren niet of verkeerd ziet, kan hij daarmee problemen krijgen in het dagelijks leven. 

Een behandeling van kleurenblindheid is er niet, maar met behulp van een paar tips, een speciale bril of contactlenzen valt er goed met kleurenblindheid te leven.

5. Ptosis

Bij aangeboren ptosis zijn de oogspieren verslapt. De bovenste oogleden hangen gedeeltelijk over het oog heen. Dit is geen gevaarlijke oogafwijking en meestal trekt het vanzelf weer weg.

6. Nystagmus

Sommige kinderen, één op de honderd, hebben de oogafwijking nystagmus. Die is beter bekend onder de namen wiebelogen of tril-ogen. Daarover lees je hier meer.

Hoofdpijn en leesklachten

Als je kind vaak last heeft van hoofdpijn of (opeens) minder goed gaat lezen, denk je misschien niet meteen aan een oogafwijking. Toch kan hij dit wel hebben, omdat:

  • de ogen niet goed samenwerken
  • de ogen minder goed scherpstellen voor dichtbij
  • je kind een afwijking aan de oogsterkte heeft
  • je kind een oogstandafwijking heeft

Door oefeningen of een (tijdelijke) bril kunnen deze klachten vaak worden verholpen.

Minder onschuldige afwijkingen

Er zijn ook afwijkingen aan het oog die ernstiger kunnen zijn.

  1. Aangeboren blindheid
    Een kind met aangeboren blindheid is al vanaf de geboorte blind. Er wordt gesproken van aangeboren blindheid als je kind een gezichtsscherpte heeft van minder dan tien procent en een gezichtsveld van minder dan tien graden. Het gezichtsveld is het beeld dat bekeken kan worden zonder het hoofd of de ogen te bewegen.
  2. Aangeboren staar
    Aangeboren staar is zeldzaam. Als je kind aangeboren staar heeft, is hij geboren met een troebele ooglens. Bij oudere mensen komt staar vaker voor. Staar kan erfelijk zijn of ontstaan door een infectie tijdens de zwangerschap. Als je merkt dat je kind je niet goed aankijkt of zijn ogen wegdraait, kan dit een teken zijn van staar. Het is belangrijk om de afwijking te behandelen. Onbehandelde staar kan leiden tot een verminderd gezichtsveld.
  3. Glaucoom
    Glaucoom is één van de meest voorkomende chronische oogaandoeningen bij mensen ouder dan veertig jaar. Volgens het Oogfonds hebben in Nederland ongeveer 100.000 mensen glaucoom, maar in werkelijkheid zijn dat er meer. Het Oogfonds denkt dat er nog eens 100.000 mensen zijn die glaucoom hebben, maar dit zelf niet weten.Ook baby’s kunnen geboren worden met glaucoom. Bij deze oogafwijking is de oogdruk te hoog. Je kunt de oogafwijking herkennen aan een vergroot hoornvlies. De diagnose wordt meestal al snel na de geboorte vastgesteld. Glaucoom kan goed behandeld worden, maar de schade die al is ontstaan, is niet meer te herstellen. Onbehandelde glaucoom kan leiden tot blindheid.
  4. Coloboom
    Coloboom is een zeldzame aangeboren oogafwijking. Er ontbreekt een deel van het oog dat tijdens de zwangerschap niet goed is ontwikkeld. Meestal is dit het deel van de iris en/of de pupil. Coloboom ziet eruit als een uitloper van de iris en/of pupil.
    Als je kind coloboom heeft, is het belangrijk om één of twee keer per jaar een oogonderzoek te laten doen. Dit is belangrijk, omdat coloboom mogelijk samenhangt met glauboom of netvliesloslating.
  5. Retinoblastoom
    Retinoblastoom is een vorm van oogkanker bij kinderen. De diagnose wordt meestal gesteld op de leeftijd van nul tot vijf jaar. In de meeste gevallen (75 procent) is de ziekte in één oog aanwezig. De rest (25 procent) heeft dubbelzijdig retinoblastoom. Van alle kinderen in Nederland met retinoblastoom geneest meer dan 95 procent.

Bescherm kinderogen

Op zonnige dagen is het heerlijk om naar buiten te gaan met je kind. Je smeert je kind goed in, maar die uv-straling is niet alleen slecht voor de huid, ook voor de ogen. Daarom is een goede zonnebril voor je baby of kind ook belangrijk. Daarover lees je hier meer.