Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Leren praten: zo leert je baby praten

De meeste baby’s zeggen rond hun eerste verjaardag hun eerste echte woordjes. Voor het zover is, is je baby al druk bezig met leren praten. De taalontwikkeling begint zelfs al in de buik. Hier lees je hoe dit in z’n werk gaat en hoe je je kind kunt stimuleren om te praten.

Taalontwikkeling

Taalontwikkeling bestaat uit leren praten en het herkennen van woorden en zinnen, oftewel het leren begrijpen van taal. Het begint al in de buik als het gehoor van je kind is ontwikkeld, zo rond de 21ste week. Je kind hoort dan jouw stem: het eerste begin van zijn taalontwikkeling.

Advertentie

De taalontwikkeling verloopt vanaf de geboorte bij elk kind volgens min of meer dezelfde stappen. Het tempo waarin een kind deze stappen maakt, verschilt. Sommige kinderen praten rond hun eerste verjaardag al de oren van je hoofd, terwijl andere kinderen pas vanaf anderhalf jaar de eerste woordjes zeggen. Daarnaast kunnen kinderen een tijdje stil lijken te staan in de taalontwikkeling en dan ineens een ‘sprintje’ maken met leren praten. Dit is allemaal normaal, leren praten doet elk kind op hun eigen tempo. Gaat je kind achteruit in zijn taalontwikkeling, dan is het wel goed om dat aan te geven bij je huisarts of het consultatiebureau.

Meer weten? Zo stimuleer je de taalontwikkeling van je baby

Wat heeft je kind nodig om te leren praten?

Om taal te kunnen ontwikkelen moet een kind de volgende dingen kunnen:

  • geluiden maken
  • luisteren naar geluiden en horen waar ze vandaan komen
  • handelingen en geluiden nadoen
  • voorwerpen herkennen
  • een voorstelling maken van een voorwerp dat niet aanwezig is

In déze stappen leert je kind praten en stimuleert de taalontwikkeling:

  1. Huilen

    Huilen is de eerste stap naar leren praten. Dit is de eerste tijd tenslotte de enige manier waarop je baby iets duidelijk kan maken. Bijvoorbeeld dat hij krampjes heeft, honger of een vieze luier. Uit de verschillende soorten huiltjes van je baby kun je afleiden wat hij nodig heeft. Hier is wat oefening voor nodig, maar als je erop gaat letten ga je ze vanzelf herkennen. Als je baby begint te huilen en een geluid maakt dat klinkt als ‘neh’ of ‘nah’, weet je bijvoorbeeld dat het etenstijd is. Met de methode Dunstan babytaal kun je de huiltjes van je baby leren interpreteren.

  2. Klanken

    Als je baby tussen de 6 en 24 weken is, gaat hij met zijn stem spelen. Dit is de tweede fase van de taalontwikkeling. De eerste klanken die je baby maakt zijn: ‘Ah’, ‘Eh’, Oh’ en ‘Uh’. Als je reageert op deze geluiden, krijgt je baby al snel door dat hij zo jouw aandacht kan trekken. Maar het doel van deze klanken is niet alleen communicatie; je baby traint er ook zijn lippen, tong en mondspieren mee om straks echt te kunnen praten. Jouw reactie op de geluidjes is enorm belangrijk, want van de geluiden die jij dan weer maakt, leert je kind verder.

  3. Brabbelen

    Als je baby 6 maanden oud is, gaat hij klinkers en medeklinkers combineren. De ‘dadada’s’ en ‘mamama’s’ vliegen je dan om de oren. De volgende stap is dat hij verschillende medeklinkers in één ‘woord’ gaat gebruiken, bijvoorbeeld: ‘dadama’. Je baby gaat nu leren praten.

    Soms lijkt het gebrabbel op echte woordjes. Lijkt, want je baby heeft echt nog geen idee wat hij zegt. Hij weet alleen dat hij aandacht krijgt door zijn gebrabbel. Pas vanaf 8 maanden kan je baby verbanden gaan leggen tussen brabbelwoorden en jouw reactie hierop. Lees hier meer over het nut van brabbelen. 

  4. De eerste woordjes

    Rond zijn eerste verjaardag kun je tussen al het gebrabbel door de eerste echte woordjes horen. Vaak zijn dat woorden van personen of voorwerpen die veel in zijn omgeving te zien zijn, zoals ‘mama’, ‘papa’ en ‘auto’. Je kind weet nu ook precies wat hij met deze woordjes bedoelt en vindt het leuk om het juiste woord te noemen bij wat jij aanwijst. Zegt je kind eenmaal de eerste echte woordjes, dan leert hij er in rap tempo heel wat bij.

  5. Twee-woord-zinnen

    Vanaf achttien maanden begint je kind met het combineren van losse woordjes. Hij gaat dan twee-woord-zinnen maken door twee belangrijke woorden te combineren, om zo iets duidelijk te maken. Bijvoorbeeld: ‘Papa auto’ als papa thuis komt met de auto. Je kind gaat nu ook steeds meer begrijpen van wat jij zegt. Je hoeft niet meer iets aan te wijzen om duidelijk te maken wat je bedoelt, maar je kind begrijpt korte, eenvoudige zinnen steeds beter.

  6. Drie-woord-zinnen

    Is je kind twee jaar geworden, dan leert hij er opeens heel veel nieuwe woorden bij en maakt hij steeds langere zinnen. Eerst van drie en later soms wel van vier of vijf woorden. Ook grammaticaal worden de zinnen steeds beter. Je kind kan nu werkwoorden vervoegen, meervoud gebruiken en bijvoorbeeld lidwoorden en voorzetsels gebruiken. Ook kun je je kind nu langere opdrachten geven, zoals ‘Pak je laarzen en trek ze aan.’ Vanaf zijn derde jaar gaat je kind nog veel beter praten en voor je het weet hebben jullie de leukste gesprekken.

    Praten met je peuter: zo voer je een goed gesprek

Leren praten stimuleren

Kun je niet wachten tot je baby voor het eerst ‘mama’ of ‘papa’ zegt? Je kunt verschillende dingen doen om het praten van je baby te stimuleren. Veel met je kind praten is in elk geval een goed idee. Zelfs als hij nog niet alles begrijpt wat je zegt. Stel je kind simpele vragen, zoals: ‘Ga je lekker mee naar buiten?’ voordat jullie de deur uitgaan. Kijk je kind hierbij aan en geef hem de tijd om wat terug te ‘zeggen’. Reageert je baby door te brabbelen of geluidjes te maken, laat hem dan merken dat je naar hem luistert.

Let wel op dat je niet in babytaal praat à la ‘ga-ga-boe-boe’. Gebruik gewone woorden en zinnen. Probeer ook zoveel mogelijk de echte woorden te gebruiken als je je kind een opdracht geeft of zijn aandacht ergens op vestigt. Dus in plaats van ‘hij ligt daar’ zeg je liever ‘de bal ligt onder de bank’.

Infant-directed speech

Als mensen een baby zien, zijn ze geneigd om met een hoog stemmetje te gaan praten: ‘Ja! Ben jij zo’n blije baby? Blije baby, ja!’ Ondanks dat het misschien wat overdreven aanvoelt, heeft het toch nut. Wetenschappers noemen het IDS: Infant-directed Speech. Door zo te praten, hou je de aandacht van je baby langer vast. Ook help je je kind om structuur te ontdekken in de onbekende woordenbrij. Dat komt vooral doordat woorden op deze manier langzaam, herhalend en sterker beklemtoond worden uitgesproken. Ouders over de hele wereld praten zo tegen baby’s. Gewoon blijven doen dus, het helpt je kind om de taal te leren. Wist je dat: zingen en voorlezen een gunstig effect op de taalontwikkeling hebben, dus daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen.

Aanwijzen en benoemen

Vanaf een maand of negen kan je kind verbanden leggen tussen gedrag en wat jij zegt. Dit kun je stimuleren door dingen aan te wijzen of te laten zien en deze te benoemen. Maak je er ook nog geluiden bij als je bijvoorbeeld een plaatje van een poes laat zien, dan zal je kind dit al snel na proberen te doen. Je kunt je kind nu ook kleine opdrachtjes geven: ‘Waar is je knuffel?’ om zo nog meer woorden te leren begrijpen en straks zeggen.

Kind leren praten leeftijd

Zodra je kind zijn eerste woordjes zegt, gaat hij in snel tempo nieuwe woorden leren en kun je hier bewust mee bezig gaan. Meestal begint dit dus rond de eerste verjaardag, maar wat als je kind dan alleen nog brabbelt? Maak je geen zorgen. Ook voor praten geldt dat elk kind dit op zijn eigen tempo doet. Sommige kinderen zeggen al met een maand of acht hun eerste woordje, terwijl andere kinderen er met achttien maanden nog vrolijk op los brabbelen. Meestal is er geen ernstige oorzaak, maar stoppen trage praters eerst al hun energie in bijvoorbeeld leren kruipen of lopen.

Laat met praten?

Als er rond anderhalf jaar nog geen enkel herkenbaar woordje uit de mond van je dreumes is gekomen, is dat een reden om contact op te nemen met het consultatiebureau. Er hoeft niets aan de hand te zijn, maar het kan wijzen op een ontwikkelingsachterstand of problemen met het gehoor. Heb je dit vermoeden al eerder, bespreek dit dan met het consultatiebureau. Gaat je kind minder goed praten, dan is dit ook een reden om een afspraak te maken bij de huisarts of het consultatiebureau. Twijfel je zelf over het praten van je kind? Vraag ook dan gerust advies.

Jaren in taal

Nog even kort samengevat:

  • 1 jaar: de meeste kinderen brabbelen veel en gevarieerd.
  • 1,5 jaar: je kind kent ten minste vijf woordjes, bijvoorbeeld ‘mama’, ‘papa’ of ‘eten’.
  • 2 jaar: je kind spreekt in zinnen van twee woordjes, bijvoorbeeld ‘koek hebben’ of ‘oma toe’.
  • 3 jaar: je kind kan zinnetjes van drie tot vijf woorden spreken, al kloppen ze grammaticaal vaak nog niet.
  • 4 jaar: je kind spreekt enkelvoudige zinnen.

Woordjes oefenen met app?

Apps zijn leuk, maar een taal leer je vooral door contact te maken en te ervaren. Je kind leert veel meer door samen naar de kinderboerderij te gaan en daar allerlei dieren en hun geluiden te benoemen. Of ga naar het bos, of samen spelen en benoem wat je doet en ziet.

Kinderen gaan leren als ze zich echt betrokken voelen, dus apps kunnen een leuk extraatje zijn, maar vervangen het contact met jou niet.

Tip: De beste apps voor kinderen op een rijtje

Versprekingen corrigeren

Hoe schattig het ook is als je kind pijlpaard zegt in plaats van nijlpaard, gebruik zelf de goede woorden. De ouders zijn tenslotte het spreekvoorbeeld voor hun kind. Noem een pinguïn dus zelf geen mimmim. Bovendien is iets afleren moeilijker dan iets aanleren. Je kind is er bij gebaat als je het niet in stand houdt.

Tip: als je je kind niet steeds wilt verbeteren, kun je het ook anders doen. Stel je kind zegt: ‘lappekap’. Dan herhaal je het op de goede manier, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ja, dat is een lampenkap, ik zie het.’ Op die manier verbeter je je kind zonder dat hij het idee heeft dat hij iets verkeerd doet.

Stotteren of slissen

Je kind struikelt soms over woorden of hapert, dat hoort bij een normale taalontwikkeling. Sommige kinderen weten in gedachten al heel goed wat ze willen vertellen, maar hun mondmotoriek en timing werken nog niet helemaal mee. Dan stottert een kind, zoals je zelf ook weleens naar woorden moet zoeken als je ergens enthousiast over bent. Blijft je kind stotteren? Neem dan contact op met je huisarts of consultatiebureau. Zij kunnen je kind doorverwijzen naar een stottertherapeut.

Een kind dat een beetje slist heeft waarschijnlijk zijn tongspieren nog niet helemaal onder controle. Geef je kind tijd om zijn eigen ontwikkeling te volgen.

Mocht het stotteren, slissen of moeilijk praten aanhouden, dan kun je een logopedist of stottertherapeut raadplegen. Soms zijn een paar adviezen genoeg, soms is er langer begeleiding nodig.

Lees meer over logopedie en de meest voorkomende spraakproblemen.

Bron: GGD

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Jente Timmer

Logopedist

Jente behandelt als logopedist kinderen met spraak- en taalproblemen. De taal- en communicatieve ontwikkeling van jonge kinderen boeit haar mateloos en is daarom haar gebied van expertise. Als eigenaar van Meertaalpraktijk geeft Jente daarnaast workshops over (meer)talig opvoeden en thuis brengt ze de meertalige opvoeding in de praktijk bij haar twee kinderen.