baby zitten

Leren zitten: wanneer kan een baby zitten?

Als je baby kan zitten, is dat een enorme mijlpaal. Opeens ziet de wereld er heel anders uit en kan hij van alles pakken dat in zijn buurt ligt. Maar wanneer kan een baby gemiddeld voor het eerst zelfstandig zitten? En is het nodig om het zitten te stimuleren?

Vanuit de kinderfysiotherapie is de algemene regel dat een kind klaar is om te zitten als het er zelfstandig naar toe kan. Dus als een kind vanuit zijligging zelfstandig omhoog kan komen of vanuit bijvoorbeeld knieën stand in de zit positie op zijn billen kan komen.

Je baby leren zitten

De fysieke ontwikkeling van je baby gaat in een razendsnel tempo het eerste jaar. Als je baby regelmatig op zijn buik ligt als hij wakker is, zal hij met een maand of vier zijn hoofd rechtop kunnen houden. Tussen de 4 maanden en 7 maanden probeert hij omrollen onder de knie te krijgen. Als hij bij jou op schoot zit zal hij steviger zitten en niet meer in elkaar zakken. Wel zal je hem nog moeten blijven ondersteunen.

In het begin zal je baby zijn balans nog niet zo goed kunnen houden, dus zorg dat je hem goed vasthoudt of leg hem tussen allemaal kussens, zodat hij zich niet bezeert als hij omvalt. Hoe veilig je je kind ook hebt neergezet: blijf er altijd bij als je kind nog niet goed zelfstandig kan zitten. Zo voorkom je dat hij bijvoorbeeld met zijn gezichtje in de kussens komt te liggen of verkeerd terecht komt.

Zelfstandig zitten

Tussen de 6 en 9 maanden gaan de meeste baby’s zelfstandig rechtop zitten. De spieren in de rug, het bovenlichaam en nek van je kind zijn dan sterk genoeg om het lichaam rechtop te houden. Je kind zal rond deze tijd ook zelf proberen in de zitstand te komen. Dit doet hij door in een soort push-up houding te gaan liggen. Vervolgens zijn er twee manieren waarop je baby in de zithouding terecht kan komen:

  1. Vanuit buikligging richt hij zijn borst op, draait zich naar zijn zij en drukt zich met zijn onderste arm omhoog tot hij op zijn billen zit.
  2. Als hij op zijn buik zijn knietjes intrekt en zijn lijfje afzet met zijn handen komt hij op handen en knieën terecht en dan laat hij zijn billen naar achter vallen tot hij erop zit. Dit kan ook zijwaarts. Dus vanuit de kruippositie gaan de billen op de hielen, het gewicht verplaatst naar achteren en het kind laat zichzelf langzaam naar rechts of links zakken tot zijn billen de grond raken. Daarna trekt hij zijn beentjes naar voren tot de kleermakerszit, langzit of de tv-zit.

In het begin heeft je kind nog ondersteuning van zijn armen nodig het is hierbij belangrijk dat het zwaartepunt (het hoofd en de romp) iets naar voren ligt. Mocht je kindje toch niet sterk genoeg zijn dan valt hij naar voren en kan hij zich opvangen met zijn armen. Als zijn zwaartepunt te ver naar achteren ligt valt hij achterover en kan hij zich niet opvangen waardoor hij op zijn hoofd terecht kan komen. Al snel leert hij zijn balans te houden zonder ondersteuning. De meeste baby’s kunnen tussen de zeven maanden en hun eerste verjaardag goed zelfstandig zitten.

Zitten in kinderstoel of fietsstoeltje

Kan je kind zelfstandig in de zithouding komen en goed zelfstandig blijven zitten, dan kan je je kind aan tafel in een kinderstoel zetten of op de fiets meenemen in een fietsstoeltje. Meestal is dat ergens tussen de zes en negen maanden. Daarvóór kun je hem beter niet in een fietsstoeltje vervoeren, omdat de rug- en nekspieren nog niet zo ontwikkeld zijn dat ze tegen het gehobbel kunnen.

Het is ook vooral niet aan te raden om een kind voor 6 maanden teveel te laten zitten. Hoe leuk hij het ook vindt. Probeer je kindje niet teveel te verwennen, want voor je het weet wil hij niet meer op zijn buik omdat zitten natuurlijk veel leuker is. Buikligging is echter zeer belangrijk voor de ontwikkeling van de rug en de nek. Ook het draaien om de as op de buik zorgt voor de ontwikkeling van de kracht in de flanken. Deze kracht heeft een kindje hard nodig als het zit zodat hij niet naar de zijkant valt. Kortom: focus de eerste maanden vooral op de buikligging, het ronddraaien en tijgeren. Ga op de grond erbij liggen om het leuk te maken.

Billenschuiver

Misschien kan je niet wachten tot je baby gaat zitten, maar stimuleer dit niet te vroeg. Als je baby te vroeg al te veel zit, kan dit zijn ontwikkeling belemmeren. Hij heeft dan minder bewegingsvrijheid en mist de training van bepaalde spiergroepen zoals hierboven genoemd ‘de flanken’. Hierdoor kan je kind zich ontwikkelen tot een zogenaamde billenschuiver. Dit houdt in dat je baby zich op zijn billen voortbeweegt en het kruipen overslaat.

Ook is het moeilijk voor je baby om van houding te wisselen. Je kindje is afhankelijk van jou, omdat jij hem in zit moet neerzetten, vervolgens kan hij niet veranderen van houding, terwijl hij hier cognitief misschien al lang aan toe is. Hij wil zelf de wereld ontdekken, en zelf van lig naar zit komen, en van zit naar stand. Omdat hij alle stappen voor het zitten heeft overgeslagen is het vaak lastig om dit te doen. Dit levert vaak veel frustratie en soms ook angst op.

Tips om zitten te stimuleren

Het is dus niet verstandig om je kind te vroeg, te vaak te laten zitten. Wel kun je de spierontwikkeling van je kind stimuleren, zodat hij sterk genoeg is om zelfstandig te gaan en blijven zitten. Hier een paar tips om je kind hierbij te helpen:

  • Leg je baby regelmatig op zijn buik als hij wakker is. Zo traint hij de spieren die nodig zijn om te zitten. Belangrijk hierbij is dat je een kindje eerst op de rug neerlegt en vanuit ruglig laat omdraaien zodat hij deze rotatie al voelt mee kan doen. Dit is eigenlijk de eerste transfer die een kind leert. Leren rollen is van groot belang bij het zelfstandig gaan zitten.
  • Laat je kindje op zijn buik veel om zijn as draaien, hierbij traint hij zijn flanken
  • Als je kindje om zijn as kan draaien bied hem dan een speeltje aan waardoor hij een beetje op zijn zij ligt en zichzelf moet ondersteunen met zijn elleboog en met de andere hand gaar reiken
  • Als je je kindje wilt laten zitten laat hem dan altijd via zijn zij in een draai gaan zitten. Ga achter hem zitten op je knieën en laat je kindje tussen je knieën zitten. Hierdoor heeft je kindje zowel aan de achterkant als aan de zijkant steun. Breng het gewicht naar voren zodat hij met zijn handjes op de grond kan steunen. Als je het idee hebt dat je kindje het nog niet houdt op zijn armpjes en niet in staat is zijn rompje recht te houden dan is het echt nog te vroeg.
  • Als je kindje langzaam beter zit ga dan achter hem zitten maar ondersteun hem niet te veel. Laat hem speeltjes pakken. Leg de speeltjes af en toe ook rechts of links van hem of laat hem het speeltje wat hoger pakken zodat hij wat moet opstrekken vanuit zijn rug.
  • Als je kindje echt zelfstandig zit en zijn zwaartepunt goed heeft gevonden waardoor hij niet meer achterovervalt kun je bijvoorbeeld met een bal gaan overrollen.
  • Uiteindelijk wil je ook dat je kindje vanuit de zit positie weer naar buikligging kan komen of naar de knieënstand om zo weer de naar de volgende stap te gaan, op je knieën zitten en gaan staan aan bijvoorbeeld de bank!

Anna Baltus

Kinderfysiotherapeute

Anna is mede eigenaar van De Fysio Studio in Amsterdam waar zij kinderen van 0 tot 18 jaar behandelt. Anna is expert op het gebied van alles wat met motorische ontwikkeling bij kinderen te maken heeft. Haar doel is om kinderen binnen hun kunnen met plezier te laten bewegen, zonder beperkingen, pijn of angst.