Veilige hechting
Je baby is in het eerste jaar vrij hulpeloos. Hij heeft jou nodig om te overleven en heeft nog niet veel manieren om te communiceren. Hij huilt daarom om de aandacht van jou als ouder te trekken. Er is iets wat hem dwarszit, hij is moe of heeft honger. Als je baby huilt, roept dat bij jou waarschijnlijk meteen een reactie op.
Als je reageert op de signalen van je baby, zoals huilen, versterkt dit de band tussen jou en je kind. Als je baby huilt en jij hem troost, leer je je kind dat hij altijd op jou kan terugvallen en dat je er bent om hem te verzorgen, beschermen en steunen. Dit bevordert een veilige hechting.
Hoeveel huilt een baby?
Het is goed om te beseffen dat huilen erbij hoort. Elke baby huilt, maar de een doet dat meer dan de ander. Baby’s huilen over het algemeen het meest in de eerste 8 weken. Daarna neemt het huilen snel af. Rond de 3 maanden huilt een baby gemiddeld zo’n 1 tot 1,5 uur per dag, vooral ’s avonds.
Baby laten huilen of meteen troosten?
Wijsheid: laten huilen of troosten? Hierbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen baby’s tot 6 maanden en baby’s vanaf 6 maanden. Pasgeboren baby’s kunnen zichzelf niet kalmeren. Ze kunnen hun behoeften nog niet uitstellen en communiceren vooral door geluid te maken, en dus te huilen. Een baby jonger dan 6 maanden laten huilen met als doel om hem te leren zichzelf te kalmeren en vervolgens in slaap te vallen, heeft dus weinig zin.
Daarom is het advies: huilt je baby en is hij jonger dan 6 maanden? Troost hem dan altijd meteen. Je baby leert zo dat hij er niet alleen voor staat en dat je er altijd voor hem bent.
Lees ook: Hoe ga je om met een huilbaby? Kinderosteopaat Anne Kuilboer vertelt wat je kunt doen als je baby niet stopt met huilen
De 5 S-en
Jonge baby’s die veel huilen, kunnen ook baat hebben bij de 5 S-en. Deze methode is ontwikkeld door de Amerikaanse kinderarts Harvey Karp en erkend door de Amerikaanse Vereniging voor Kinderartsen. De wetenschappelijk bewezen methode bestaat uit vijf stappen waarmee je nabootst wat een baby ervaart in de baarmoeder. Je creëert een geborgen en veilige omgeving voor je baby. Dat kan precies zijn wat jouw onrustige baby nodig heeft. De vijf stappen zijn:
- 1
Swaddling (inbakeren). Inbakeren mag niet bij koorts, luchtweginfecties, heupdysplasie, scoliose en ook niet binnen 24 uur na een vaccinatie. Lees hier meer over inbakeren
- 2
Side/Stomach position (in zij- of buikligging vasthouden). Leg je baby op zijn zij of buik op je arm, met zijn hoofdje in je hand.
- 3
Shushing sounds (sussende geluiden). Zeg ‘ssshh’, dicht bij het oor van je baby. Dat mag best luid, luider dan het huilen van je baby.
- 4
Swinging (wiegen). Wieg je baby heen en weer, zodat zijn hoofdje zachtjes heen en weer wiebelt.
- 5
Sucking (zuigen). Laat je baby zuigen op een speen of op je pink.
Het is belangrijk dat je deze volgorde aanhoudt voor de grootste kans op succes. Deze stapjes kunnen ook helpen om je baby in slaap te laten vallen. Is je baby in slaap gevallen? Leg hem dan in ingebakerd op zijn rug in zijn bedje. Lees ook: Dit is waarom je moet rondlopen met een huilende baby
Oudere baby’s: steeds beter zelf kalmeren
Tussen de drie en zes maanden leren baby’s zichzelf al wat meer reguleren. Zo kunnen ze bijvoorbeeld hun duim in hun mond stoppen om erop te zuigen en zo rustig worden. Ook leren ze actie-reactiepatronen herkennen. Bij honger komt er voeding en bij een vieze luier word ik verschoond. Tussen zes en twaalf maanden kunnen baby’s doelgerichter geluiden en gebaren maken, waardoor huilen minder nodig is. Baby’s leren dan ook dat ze huilen kunnen inzetten om de aandacht van jou als ouder te krijgen.
Helpen bij zelf in slaap vallen
Vanaf de leeftijd van zes maanden kun je je baby helpen om zelf in slaap te leren vallen, terwijl jij nabijheid en geborgenheid blijft bieden. Dat kan op verschillende manieren, afhankelijk van waar jij je als ouder fijn bij voelt:
De stoel-methode: je begint naast het bedje van je baby en gaat elke dag iets verder weg zitten. Start de eerste nachten met de stoel direct naast het bed. Aai of sus je baby als dat nodig is. Gaat dat goed? Zet je stoel dan een stukje verder, tot je baby uiteindelijk in slaap kan vallen zonder jouw aanwezigheid.
Steeds even terugkomen: leg je baby in bed, wens hem een goede nacht en verlaat de kamer van je baby. Is je baby onrustig? Wacht een korte, vaste tijd (bijvoorbeeld een halve minuut) en kom dan opnieuw de kamer in. Stel de baby kort gerust met je stem (‘Ik ben er, ga maar lekker slapen’) en ga de kamer weer uit. Gaat dit goed? Maak dan de tijd tussen weer de kamer in komen steeds iets langer tot je baby zelf in slaap is gevallen. Door telkens terug te keren, leert je baby dat hij niet alleen is, maar dat hij ook zelf kan leren slapen.
Huilt je baby ontroostbaar? Dan is het belangrijk je baby te troosten. Baby’s die overstuur zijn, kunnen niet rustig in slaap vallen. Is je baby weer gekalmeerd? Probeer het dan opnieuw.
Voorspelbaarheid
Ook voorspelbaarheid helpt bij het leren slapen. Vaste rituelen geven een baby houvast: hij herkent wat er gaat komen. Kijk hierbij ook altijd goed naar de signalen die je baby afgeeft. Zie je dat je baby flink moe is? Leg hem dan in bed en wacht niet een halfuur, omdat het dan pas zijn echte bedtijd zou zijn. Een voorspelbare slaaproutine helpt ook bij het makkelijker gaan slapen. Bijvoorbeeld: slaapzak aan, liedje zingen, even knuffelen en dan je baby in bed leggen.
Wees consequent
Een huilende baby is prikkelbaar. Als je veel verschillende methodes probeert, wordt hij daar alleen maar onrustiger door. Probeer dus niet allerlei verschillende troostmethoden door elkaar, of ze te snel achter elkaar op te volgen. Zoek stap voor stap uit wat je baby nodig heeft om getroost te worden.
Bron: Vakblad Vroeg, Nederlands Jeugdinstituut (NJ) en Richtlijn Gezonde Slaap