Slapen op het kinderdagverblijf: hoe werkt dat?

Jij weet als geen ander wanneer je kind overdag moe is, welk ritme het beste voor hem werkt en hoe hij het liefst in slaap valt. Maar hoe gaat dat als je kind op het kinderdagverblijf is? En hoe zit het met de veiligheid, en wat als je kind overdag niet meer wil slapen? Inge Smit, kwaliteitsmanager bij kinderopvangorganisatie Smallsteps, legt het uit.

Ouders van Nu samen met KidsFoundation

Thuis slapen de meeste baby’s in een ledikant of wieg. Hoe gaat dat op het kinderdagverblijf?

Op onze locaties maken we gebruik van verschillende soorten bedjes. Een daarvan is het dubbelbedje: een soort stapelbed met een hekje ervoor waar zowel baby’s als peuters in kunnen slapen. In het bovenste bedje liggen de baby’s, in het onderste bedje de wat oudere kinderen.

Ook hebben we speciale bedjes voor baby’s laten ontwikkelen. Deze bedjes zijn ideaal voor baby’s die nog korte hazenslaapjes doen, moeilijk in slaap vallen of extra geborgenheid nodig hebben. Doordat deze bedjes op de groep staan, is de pedagogisch medewerker altijd in de buurt als er iets is.

Verder staat er in iedere slaapkamer waar kinderen tot 2 jaar slapen een speciaal evacuatie-bed, dat zo de kamer uit kan worden gereden. Hierin kunnen we baby’s leggen als er een noodgeval is.

Hoe is het met de veiligheid gesteld?

Alle bedden op het kinderdagverblijf voldoen aan de eisen van de Warenwetbesluit kinderbedden en -boxen. Denk aan de juiste afstand tussen de spijlen waardoor beknelling niet mogelijk is, een goed passend matras en de mogelijkheid voor pedagogisch medewerkers om het bed met één hand te kunnen sluiten. De bedden van baby’s worden in verband met de veiligheid bovendien anders opgemaakt dan die van de dreumesen en peuters: namelijk heel kort. Zo ligt een baby met zijn voetjes tegen het voeteneinde en kan hij nooit onder zijn dekentje terechtkomen. Ook kijken wij iedere 10 minuten even in de slaapkamers.

Hebben jullie ook buitenbedjes?

Ja, maar niet op alle locaties. Dit kan namelijk alleen als de buitenruimte van een locatie niet zomaar toegankelijk is. Ook is het een vereiste dat een pedagogisch medewerkster vanaf de groep goed zicht heeft op het buitenbedje. Om een baby buiten te laten slapen, vragen we natuurlijk altijd eerst toestemming aan de ouders. Maar in principe zijn zogenaamde buitenbedjes iets extra’s.

'Bespreek hoe jullie het thuis doen'

'Om ervoor te zorgen dat het slapen op de crèche ook goed verloopt, is het goed te vertellen aan de pedagogisch medewerker hoe het slaapritueel bij jullie thuis gaat. Hoe hou je je baby vast voordat hij gaat slapen? Zing je een liedje? Wieg je hem nog even? We proberen dit op het kinderdagverblijf dan ook op deze manier te doen, zodat je baby weet dat het slaapmoment eraan komt.'

Hoeveel kinderen liggen er op een slaapkamer? En houden ze elkaar niet wakker?

Het aantal kinderen per slaapkamer verschilt per locatie: dit is afhankelijk van hoeveel slaapkamers er zijn en hoe het gebouw is ingedeeld. Het kan zijn dat een groep één of twee eigen slaapkamers heeft, maar soms worden er ook slaapkamers gedeeld door groepen. Natuurlijk verloopt het slapen niet altijd vlekkeloos op het kinderdagverblijf en worden kinderen soms wakker van elkaar. Meestal weten de pedagogisch medewerksters dit wel te voorkomen door van tevoren even goed te puzzelen. Zij weten als geen ander wat het slaapritme is van ieder kind. Door hierop in te spelen, krijgt ieder kind toch voldoende slaap.

Heeft ieder kind zijn eigen bed?

Ja, en ook zijn eigen beddengoed. Zo creëren we een vertrouwde en een hygiënische slaapplek voor je baby. Ook een knuffel en/of speen van thuis mag mee in bed. En we adviseren ouders vaak om een klein lapje uit een gedragen T-shirt van mama of papa te knippen en mee te geven. De geur van een van zijn ouders geeft een baby rust en zo gaat het slapen vaak beter.

Zijn er vaste slaapmomenten?

Ons uitgangspunt is dat een pedagogische medewerker altijd kijkt naar de behoefte van elk kind. Vooral bij baby’s is dit ontzettend belangrijk, omdat zij nog geen vast slaapritme hebben. Als een kind 1,5 tot 2 jaar is, verandert dit. Een peuter slaapt dan, ook op het kinderdagverblijf, meestal na de lunch. Maar ook op deze leeftijd kijken pedagogisch medewerkers nog steeds goed naar de behoefte van elk kind. Heeft een kind ’s nachts slecht geslapen en redt hij de lunch niet? Of voelt hij zich niet lekker en is hij vermoeid? Dan is er natuurlijk altijd ruimte om te gaan slapen of rusten.

Wat als een peuter overdag niet meer slaapt?

Geen probleem! Wordt je kind toch moe, dan zijn er vaak stretchers. De pedagogisch medewerker zoekt dan een plekje waar hij even lekker kan liggen om uit te rusten of bijvoorbeeld een boekje te lezen. En anders kan hij lekker op de bank gaan chillen of aan tafel een rustig spelletje doen met een pedagogisch medewerker of een ander kind. Ook dat zijn rustmomenten.