bril kind

Wanneer heeft je kind een bril nodig?

Als je merkt dat je ogen achteruit gaan, maak je waarschijnlijk een afspraak bij de opticien. Als kinderen problemen hebben met hun ogen, worden ze door een orthoptist behandeld. Hoe weet je wanneer je kind een bril nodig heeft en wat doet een orthoptist?

Wat is orthoptie?

Het woord orthoptie is Grieks en bestaat uit de woorden ‘orthos’ (recht) en ‘opsis’ (zien). Een orthoptist onderzoekt en behandelt de ogen van kinderen tot twaalf jaar bij klachten of problemen op het gebied van:

  • scheelzien
  • lui oog
  • dubbelzien
  • oogbewegingsstoornissen
  • bijziendheid
  • verziendheid
  • hoofdpijn- en/of leesklachten

Lees ook: Loensen: als je baby scheel kijkt

Hoe weet je of je kind een bril nodig heeft?

Kinderen kunnen vaak nog niet goed vertellen waar ze last van hebben. Voor hen is het lastig om duidelijk te maken als ze minder goed zien. Het is verstandig dat je naar elke afspraak op het consultatiebureau gaat. De kinderarts controleert tijdens het bezoek ook de ogen van je kind en als er iets aan de hand is, kan hij je doorverwijzen naar een orthoptist. Het is wel goed om te weten dat een kinderarts geen oogspecialist is. Het is daarom belangrijk dat ouders, verzorgers en leraren oogklachten bij kinderen kunnen herkennen. 

Dit kun je bijvoorbeeld merken aan het gedrag van je kind. Hij kan zich misschien minder goed concentreren of heeft meer moeite met lezen en schrijven. Je kind kan daardoor minder goed presteren op school. Je denkt niet zo snel aan oogproblemen, maar dit kan wel de oorzaak zijn. Ook als je kind dichter bij de televisie zit of klaagt over hoofdpijn kun je het beste een afspraak maken bij een orthoptist. 

Lees ook: Zo help je een kind met concentratieproblemen

Veel voorkomende oogafwijkingen

Je kind heeft een bril nodig als de ogen een afwijkende vorm hebben. Door de afwijkende vorm komt het beeld niet goed terecht aan de achterkant van het oog en je kind ziet dan niet scherp. Met een bril wordt het zicht wel scherp. De volgende afwijkingen zijn mogelijk:

  • Myopie: Dit wordt ook wel bijziend genoemd. Het zicht is in de verte slechter dan het zicht dichtbij. Toch kunnen er ook problemen zijn met het zicht dichtbij. Bij deze afwijking is het oog in verhouding te lang. Het beeld dat het oog binnenkomt, komt niet precies op de achterkant van het oog terecht, maar ervoor. De bril die je kind nodig heeft, heeft een min-sterkte.
  • Hypermetropie: Dit wordt ook wel verziendheid genoemd. Het zicht dichtbij is slechter dan het zicht veraf. Toch kunnen er ook problemen zijn met het zicht in de verte. Bij deze afwijking is het oog in verhouding te kort. Het beeld dat het oog binnenkomt, komt niet precies op de achterkant van het oog terecht, maar erachter. De bril die je kind nodig heeft, heeft een plus-sterkte.
  • Astigmatisme: Dit noem je ook wel een cylinderafwijking. Het oog heeft een ovale vorm in plaats van een ronde vorm. Het beeld wordt vervormd voor zowel veraf als voor dichtbij. De bril die je kind nodig heeft, heeft een cylinder-sterkte.
  • Anisometropie: Hier is een verschil van één punt of meer tussen beide ogen. De hersenen ontvangen twee verschillende beelden. Dat is een scherper en een waziger beeld. Door deze afwijking is er meer kans op een lui oog.

Lees meer: Dit zijn de meest voorkomende oogafwijkingen bij kinderen

Thuistest

Wil je een grove indicatie van het zicht van jouw kind? Doe dan twee thuistesten:

  1. Laat je kind televisie kijken en vraag om te beschrijven wat hij ziet. Vervolgens maak je stap voor stap de afstand tussen je kind en de televisie steeds groter. Blijf bij elke nieuwe positie steeds vragen wat je kind ziet.
  2. Gaat het kijken met het linkeroog net zo goed als met het rechteroog? Test dit door om en om een oog te bedekken wanneer je kind focust op iets op korte afstand (bijvoorbeeld een televisie) en op lange afstand (zoals het einde van de straat). Hiermee test je het bereik van beide ogen.Als je na de test twijfelt, maak dan een afspraak met een orthoptist.

Oogtest

Het is belangrijk om te weten of je kind goed kan zien. Daarom krijgt je kind twee keer een oogtest op het consultatiebureau. De eerste krijgt hij als hij drie jaar is en de tweede als hij vier jaar is.

Oogtest als je kind drie jaar is

Als je kind drie jaar is, wordt de gezichtsscherpte onderzocht. Dit noem je ook wel het visusonderzoek.

  • Aan de muur hangt een grote kaart met plaatjes.
  • Je kind zit bij jou op schoot of mag zelf op een afstand van de kaart staan.
  • Met een bril wordt één van de ogen afgedekt.
  • De arts of verpleegkundige wijst een plaatje aan.
  • Je kind zegt welk plaatje dat is of wijst het aan op een voorbeeldplaatje.
  • Daarna is het andere oog aan de beurt.

Oogtest als je kind vier jaar is

Deze oogtest is net als de eerste oogtest, maar dan zijn de plaatjes anders. Het zijn nu rondjes die aan één kant open zijn. Je kind moet aangeven waar het rondje open is.

  • Aan de muur hangt een grote kaart met rondjes.
  • Je kind zit bij jou op schoot of mag zelf op een afstand van de kaart staan.
  • Met een bril wordt één van de ogen afgedekt.
  • Je kind krijgt een rondje in de handen of een voorbeeldkaart met vier verschillende rondjes.
  • De arts of verpleegkundige wijst een rondje aan.
  • Je kind houdt het rondje in de handen dat hetzelfde is als het rondje op de kaart aan de muur of wijst het juiste rondje aan op de voorbeeldkaart. De richting mag ook met de hand worden aangegeven.
  • Daarna is het andere oog aan de beurt.

Oogonderzoek

Als blijkt dat je kind niet goed kan zien, is er een uitgebreid oogonderzoek nodig. Er wordt dan gekeken naar de oogstand. Die bepaalt de samenwerking tussen de ogen en de gezichtsscherpte. Het kan zijn dat je kind een druppelonderzoek krijgt. De druppeltjes verwijden de pupil en veroorzaken een wazig beeld. De orthoptist of oogarts onderzoekt of je kind een afwijking heeft.

Tip: waarom een zonnebril zo belangrijk is voor kinderogen.

Tips voor kinderbrillen, waar moet je op letten?

Aan kinderbrillen worden andere eisen gesteld dan aan brillen voor volwassenen. Zo is het belangrijker dat de bril tegen een stootje kan tijdens het spelen of sporten. Dit zijn de belangrijke tips voor het uitzoeken van een kinderbril:

  • Laat de glazen ontspiegelen. Hierdoor worden schitteringen verminderd.
  • Het montuur moet goed passen. De pasvorm is in verband met de beweeglijkheid van kinderen erg belangrijk.
  • Kies voor flexibele pootjes. Zo kan de bril meer klappen opvangen en staat hij minder snel scheef.

Brillen voor baby’s

Baby’s tot drie maanden kunnen af en toe scheel kijken (dat is heel normaal en komt best vaak voor), maar als je baby dit ook nog na drie maanden doet kun je het beste contact opnemen met een orthoptist. Dat kun je ook doen als je baby één of meerdere symptomen heeft:

  • Als je baby trillende ogen heeft of als zijn ogen voortdurend ‘heen en weer schieten’.
  • Als de pupil in de ogen van je baby niet pikzwart is, maar witte stipjes heeft of helemaal wit is.
  • Als de pupillen van je baby niet rood oplichten op foto’s die je met flits hebt gemaakt.
  • Als de pupillen niet mooi rond zijn, maar een andere vorm hebben.

Voor baby’s die een bril nodig hebben, bestaan er speciale brillen met een bandje van elastiek voor om zijn hoofd. Op die manier blijft de bril goed zitten en kan hij de bril niet van zijn hoofd trekken.

Lees ook: Het gezichtsvermogen van je baby: wat ziet hij per maand?