moederinstinct
door

Bestaat het nu wel of niet? Alles over het moederinstinct

Dat onzichtbare lijntje tussen jou en je kind. Dat leeuwinnengedrag als je het gevoel hebt dat je kind in gevaar is. De alarmbellen die afgaan als je kind nú een dokter nodig heeft? Het moederinstinct: bestaat het?

Om maar met de deur in huis te vallen: ja, het moederinstinct bestaat. Net als dieren beschikken ook mensen over instincten. Een instinct zorgt er simpel gezegd voor dat we overleven, en dus niet doodgaan. Het maakt dat we ons op een bepaalde manier gedragen, zonder dat we daar over hoeven nadenken of moeten oefenen om het te kunnen. We dóén het gewoon. Zie het als een natuurdrift. Zo heeft een vogel het instinct om een nest te bouwen en rent een schapenhond instinctief om een roedel schapen om ze bij elkaar te houden. Ons moederinstinct maakt dat we onbewust moederlijk gedrag vertonen. Nesteldrang is er een mooi voorbeeld van: ineens móét de kinderkamer af zijn, en het huis opgeruimd en netjes. Ook je instinct: de onbewuste drang om je baby te voeden als hij huilt of je kind te beschermen als je brein een seintje krijgt dat er gevaar dreigt.

Advertentie

Het zijn je hormonen

Emeritus hoogleraar neurobiologie Dick Swaab legt in zijn boek Wij zijn ons brein uit hoe het moederlijk instinct zich vanaf de zwangerschap in je brein ontwikkelt. Want niet alleen wordt er een minimens in je buik gebouwd en krijgen je borsten de maat van meloenen, ook je brein gaat er anders uitzien. Dat wordt zo geprogrammeerd dat jij je moederlijk gaat gedragen. Een aantal hormonen zijn daarvoor verantwoordelijk. Te beginnen met prolactine. Dit hormoon zorgt er bijvoorbeeld voor dat je gaat nestelen en dat je je huis letterlijk klaar- en veilig maakt voor de baby. Dan is er de stof vasopressine. Dat regelt de moederlijke agressie om je kind te verdedigen, aldus Swaab. Dat je dus als een leeuwin over je kinderen waakt als je het gevoel hebt dat iemand ze iets aandoet. En oxytocine speelt misschien wel een van de belangrijkste rollen bij instinctief moederlijk gedrag.

Oxytocine tijdens en na de bevalling

Swaab: ‘Aan het einde van de zwangerschap maken zowel jouw hersencellen als die van je baby oxytocine aan.’ Misschien ken je oxytocine als de stof waarmee je weeën kunt stimuleren en zo de bevalling kunt opwekken of de borstvoeding op gang kunt laten komen. ‘De hersenen van de moeder scheiden ’s nachts meer oxytocine af en de baarmoeder is ’s nachts ook het gevoeligst voor dit hersenhormoon, zodat de weeën bij voorkeur in rust optreden. Tijdens de bevalling komt er nóg een stoot vrij als het hoofdje van het kind op de uitgang van de baarmoeder drukt. Dit signaal wordt via het ruggenmerg doorgegeven aan de hersenen van de moeder, die daarop een extra stoot oxytocine afgeeft om de weeën te versterken.’

Is je baby geboren, dan komt er weer oxytocine vrij om de borstvoeding op gang te brengen, en zodra je baby je tepel aanraakt, stimuleert dat de afgifte van oxytocine uit de hersenen, waardoor de melk uit je borstklier wordt geperst. Je baby weet op zijn beurt instinctief bij wie hij moet zijn om zijn honger te stillen.

Lees ook: Moedergevoelens ontwikkelen: zo doe je dat

Voor altijd verbonden

Oxytocine zorgt er ook in de maanden en jaren daarna voor dat jij je instinctief moederlijk blijft gedragen naar je kind. Dat uit zich bijvoorbeeld in de hechting tussen jou en je kind, die instinctief ontstaat. Swaab: ‘Tijdens het voeden en het spelen met je kind zorgt oxytocine door zijn werking op de hersenen van de moeder voor een rustgevend effect, en stimuleert het haar warme interactie met en de hechting aan het kind.’ Het hormoon remt ook de stress-as en zorgt er zo voor dat je je kind kunt geruststellen. Zo was er een studie onder meisjes van zeven tot twaalf jaar die gestrest waren omdat ze een toespraak voor onbekenden moesten houden. Onderzoekers ontdekten dat de geruststelling van de moeder voor afgifte van oxytocine zorgde. Het deed er dan niet toe of het kind geknuffeld werd of alleen maar telefonisch door de moeder werd gerustgesteld.’

Zodra je zwanger bent, merk je het vaak meteen: je maakt je zorgen om je kind. Ook daarin speelt oxytocine een rol. Swaab: ‘Kinderen die al lang volwassen zijn, verzuchten nogal eens dat de navelstreng met hun moeder in feite nooit is doorgeknipt, en moeders klagen dat de zorgen en angsten om hun volwassen kind hen nooit loslaten. Dit heeft tot gevolg dat als er wat met hun kind gebeurt, sommigen zeggen dat ze dit de dag tevoren voelden aankomen. Dat klopt, simpelweg omdat ze elke dag over hun kinderen inzitten.’

Instinct of bezorgd?

En nu wordt het ingewikkeld, want we beschouwen ons instinct als een heel betrouwbare bron. Als je instinct je een seintje geeft dat er iets aan de hand is met je kind, moet je wel actie ondernemen, toch? Iedereen kent wel een voorbeeld van een moeder die aanvoelde dat er iets met haar kind aan de hand was, naar de huisartsenpost snelde, en daar net op tijd de hulp kreeg die nodig was. Of moeders die hun kind een dagje bij zich willen houden omdat ze aanvoelen dat het niet lekker in zijn vel zit. Trekt ons instinct dan altijd aan de bel? En zijn de zorgen om ons kind altijd instinctief?

Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk: ‘Het moederinstinct is een sterke oeremotie. Net als onze andere instincten ligt de oorsprong in ons onderbewuste. Wat het lastig maakt, is dat al je gevoelens en instincten zich in ons onderbewuste afspelen. Ik leg het onderbewuste aan mijn studenten vaak uit als een gepureerde soep. Je neemt een hapje en denkt: lekkere soep of vieze soep, maar je weet niet welke ingrediënten erin zijn gegaan die maken dat je het zo beoordeelt.

Als je de vergelijking maakt: in je onderbewuste spelen zich dus meerdere dingen af: oerinstincten die nog steeds functioneel zijn of niet meer, maar ook gevoelens die niets met je moederinstinct te maken hebben, zoals schuldgevoel omdat je veel werkt. Of je niet serieus genomen voelen: als je bij de dokter zit en je per se een oplossing voor je zieke kind wilt. Bezorgdheid omdat de auto’s zo hard voorbijrijden naast de stoep waarop jouw kind rondloopt. Moeite hebben met loslaten. Of je inlevingsvermogen dat zich wel of niet goed kan inleven in wat je kind voelt en nu nodig heeft. Kortom: je onderbewuste is een poel van dingen die je zelf niet kunt zien, maar die je wel een ‘bepaald gevoel’ geven dat weer bepaald gedrag oproept. Wanneer is het dan je instinct en wanneer ben je bijvoorbeeld gewoon bang om de controle over je kind te verliezen?’

Moederlijk gedrag

Helaas kun je dat nooit weten. Wat wel kan helpen is om je emoties van een afstandje te bekijken. Vonk: ‘Het begint met je bewust worden van het feit dat je misschien wel kunt vóélen dat er écht iets met je kind aan de hand is, maar dat je het dus ook helemaal verkeerd kunt hebben. “Ik voelde dat er iets aan de hand is,” hoor je dan. Maar je bent geen dokter en je weet het dus feitelijk niet. Maar je gevoel kán dus tegelijkertijd een betrouwbare instinctieve graadmeter zijn.’ Zoals een moeder die al bijna onder de douche stond, maar instinctief nog even de kamer van haar zieke dochter binnenliep, en twee seconden later haar dochter mond-op-mondbeademing gaf omdat ze niet uit een heftige koortsstuip kwam.

Soms is het niet je instinct dat je waarschuwt, maar ben je bijvoorbeeld zo bang dat er iets met je kind aan de hand is dat je zelf allemaal angstige scenario’s in je hoofd hebt gemaakt. Vonk: ‘Wat helpt: kijk naar je situatie alsof het over iemand anders gaat, neem de hele situatie in ogenschouw en vraag je af of je waarneming klopt. Welk deel van je drijfveren is zuiver en welk deel niet? Soms kun je dan zeggen: het is mijn moederinstinct dat nu ingrijpt, maar misschien was je ongerust en had je toevallig gelijk. Maar wellicht ben je ook vaak ongerust geweest en bleek er uiteindelijk niets aan de hand.’ Het antwoord maakt in die zin niet zo veel uit.

Belangrijk is volgens Vonk wel dat je je realiseert dat je moederinstinct geen heilige graal is. ‘Tegenwoordig hoor je vaak: “Mijn moedergevoel zegt dat mijn kind dat nu nodig heeft.” Bijna als een soort feit en dus een vergoelijking van je gedrag. Maar realiseer je dus dat het misschien niet je moedergevoel is, maar gewoon je angst om los te laten.’ Moedergevoel, intuïtie, instinct: volgens Swaab zijn het verschillende benamingen voor hetzelfde: een natuurdrift die maakt dat we onbewust moederlijk gedrag gaan vertonen.

Een tikkie bezorgder

Maar als we zelf niet eens kunnen beoordelen wanneer ons instinct spreekt of wanneer het gaat om bezorgdheid, hoe kunnen artsen dat dan wel? Huisartsen nemen vaak de waarneming en mate van bezorgdheid van de ouders heel serieus. Net als gynaecoloog Koen Deurloo van het Diakonessenhuis in Utrecht. ‘Zorgen horen er tijdens een zwangerschap bij, het is heel natuurlijk om je ongerust te maken. Wat het lastig maakt, is het onderscheid tussen dat wat iemand denkt te voelen en dat wat ik zie. Als een moeder aangeeft dat ze weinig vertrouwen heeft, zich zorgen maakt of een vreemd gevoel heeft, zoek ik altijd nog verder.

Ja, zo’n gevoel neem ik – en ik weet mijn collega’s ook – heel serieus. Dat hoort bij de zorg. Maar of hun moederinstinct dan spreekt, dat kan ik er niet uitfilteren. Soms zijn vrouwen bang en is er niks aan de hand, soms wel. Ik heb voorbeelden van vrouwen die acuut aan de bel trokken. En ja, soms was er dan ook echt sprake van leven en dood en moesten we bijvoorbeeld snel over tot een keizersnee. Kun je dan achteraf zeggen: dat was het moederinstinct? Dat is lastig te bepalen.’

Controledrang

En wie kan dat artsen kwalijk nemen? Want vaak weten we het zelf dus ook niet. Bovendien verandert het ook nog eens door de jaren heen hoe we omgaan met onze instincten, zegt Vonk: ‘Onze voorouders hadden bijvoorbeeld hetzelfde moederinstinct als wij, alleen hadden ze destijds veel meer een moraal van: je leert met vallen en opstaan. Deze moeders maakten zich instinctief dus ook zorgen om hun kind, maar ze waren wel een stuk minder bezorgd dan tegenwoordig.’ Dat komt omdat moeders van nu veel beschermender zijn en meer last hebben van controledrang. ‘Dan heb je het dus niet meer over een natuurdrift of een reflex, maar eerder gewoon over een overbezorgde moeder.’

Vaderinstinct

Moeder Natuur zou Moeder Natuur niet zijn als ze niet ook vaders een handje zou helpen. Swaab: ‘In het hele dierenrijk zie je in wisselende mate vaderlijk gedrag dat alle aspecten kent van het moederlijk gedrag, behalve de melkproductie. Ook bij vaders vinden er veranderingen plaats in de hormonen die inwerken op de hersenen. Waardoor zij zich niet alleen anders gaan gedragen, maar zich ook anders gaan voelen.’ Allereerst stijgt het hormoon prolactine, goed voor verzorgend gedrag. Daarnaast dalen de bloedspiegels van het hormoon testosteron, waardoor ze wat milder worden (of minder agressief) ten opzichte van hun baby en ook hun voortplantingsdrift wordt minder (ze hebben de klus immers al geklaard). Na de geboorte spelen prolactine en oxytocine een rol bij de binding tussen vader en kind. Ook het hormoon vasopressine komt bij vaders in actie, dat stimuleert het sociale gedrag en de interactie met hun kind.

Meer of minder?

Moederinstinct ontstaat tijdens de zwangerschap en groeit niet als je een tweede, derde of vierde kind krijgt. Niemand is gelijk, zo ook moeders niet. Daarom is bij de ene moeder het instinct sterker aanwezig dan bij de ander. Daar kun je overigens niks aan veranderen.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Femke Zijlema, beeld: iStock

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.