Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

zelfbeeld
door

Onderzoek: 'Ouders hebben grote invloed op het (negatieve) zelfbeeld van een kind'

Je zou het niet zeggen als je peuter zich op de vloer van de supermarkt stort, maar kinderen zijn al op jonge leeftijd gevoelig voor blikken, afwijzingen en complimenten van de mensen om hen heen. Wat een ander van ze vindt, beïnvloedt dan al hun zelfbeeld. Iets waar ouders zich zeker bewust van moeten zijn, volgens wetenschappers.

Je dochter wijst naar een dakloze in de supermarkt. ‘Kijk mama, bah!’ galmt het bij de broodafdeling. Met een rood hoofd loop je door naar de kassa. Terwijl je de boodschappen op de band zet, pulkt je dochter in haar neus en stopt de groene vondst in haar mond. De caissière lacht. ‘Is het lekker?’ Dreumesen en peuters lijken onbevangen en schaamteloos eerlijk. Toch zijn jonge kinderen al gevoelig voor blikken, afwijzingen en complimenten van de mensen om hen heen. Al zou je dat misschien niet zeggen als je zoon of dochter het op een gillen zet in een restaurant of in z’n onesie vol vlekken (want dat ding wilde hij per se aan) rondscharrelt in de supermarkt. Hoe anders is dat bij oudere kinderen, die in de smaak willen vallen bij leeftijdsgenootjes en bang zijn om fouten te maken en voor gek te lopen. Hoe ontwikkelt een kind dat zonder gêne zijn billen laat zien aan het bezoek zich tot iemand die bang is om een slechte indruk te maken?

Advertentie

In de smaak vallen

Baby’s en dreumesen lijken nog weinig schaamte te voelen. Als ze honger hebben, grijpen ze gerust in het openbaar naar je borsten en ze vegen hun vieze handen af aan hun mooie kleding tijdens een etentje. Er werd altijd gedacht dat kinderen pas na hun vierde gevoelig worden voor wat anderen van hen denken, maar uit recent wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse Emory universiteit blijkt dat deze ontwikkeling al op dreumesleeftijd begint. De onderzoekers voerden verschillende experimenten uit bij kinderen tussen de veertien en vierentwintig maanden oud. Zo deed een onderzoeker voor hoe je een robot kunt bedienen met een afstandsbediening.

Als de onderzoeker toekeek aarzelde het kind, en liet hij de afstandsbediening links liggen. Maar zodra de onderzoeker de andere kant op keek, pakte het kind het apparaatje en begon ermee te spelen. In een tweede experiment toverde de onderzoeker twee afstandsbedieningen tevoorschijn. Bij afstandsbediening één lachte hij en zei: ‘Wow, is het niet geweldig?’ En bij afstandsbediening twee fronste hij en zei: ‘Oeps, oh nee.’ Daarna mocht het kind weer spelen. Als de onderzoeker toekeek, speelde het kind alleen met afstandsbediening één, het sociaal wenselijke apparaatje. Keek de onderzoeker de andere kant op, dan speelde het kind ook stiekem met afstandsbediening twee. In een laatste experiment zaten twee onderzoekers aan tafel. Eén onderzoeker reageerde enthousiast op de afstandsbediening: ‘Hoera, de robot beweegt!’. De andere onderzoeker liet duidelijk blijken dat hij het helemaal niks vond: ‘Jakkes, de robot beweegt.’ Ook hier reageerden de kinderen op. Ze speelden alleen met de afstandsbediening als de positieve onderzoeker toekeek.

Volgens hoofdonderzoeker Sara Valencia Botto wijzen alle experimenten in dezelfde richting: ‘Dreumesen en peuters zijn al gevoelig voor de blikken en oordelen van anderen en passen hun gedrag hierop aan om in de smaak te vallen.’ Het vermogen is alleen nog niet zo goed ontwikkeld als bij oudere kinderen. De ene keer werpt je kind zich schreeuwend op de grond in de winkelstraat, ook al kijkt iedereen toe. De andere keer probeert hij in z’n verkleedkleren de show te stelen als er bezoek is en scant hij de gezichten om zich heen: zien ze wel hoe grappig ik ben?

Lees ook15x tips en taakjes om het zelfvertrouwen van je kind te boosten

Wie ben ik?

Bedenken wat anderen van je vinden, is een zeer complex vermogen, dat langzaam vorm krijgt, legt ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman uit. ‘Eigenlijk weten we er nog heel weinig van. Het is dus moeilijk om harde conclusies te trekken.’ Wel is duidelijk dat het niet een vermogen is dat zomaar uit de lucht komt vallen. Allereerst moet een kind gezichten kunnen lezen, en onderscheid kunnen maken tussen positieve en negatieve emoties. Iets wat baby’s rond de zes maanden al kunnen, blijkt uit onderzoek van de Brigham Young University. Ook moet een kind zelfbewustzijn hebben. Hij moet doorhebben dat hij iemand is, een eigen persoon met een eigen wil, die losstaat van zijn ouders. En tot slot moet hij door de ogen van een ander de wereld in kunnen kijken, om te voorspellen wat deze persoon zal denken. En heel belangrijk: wat deze persoon over hém zal denken. In de psychologie wordt dit ‘Theory of mind’ genoemd.

Blije baby’s

Het zelfbewustzijn van een kind daalt volgens Brummelman rond de vijftien tot achttien maanden in. Een leuke proef waarmee je kunt testen of je kind dit al heeft, is de spiegelproef. Het idee is simpel: smeer wat lippenstift of rouge op het voorhoofd van je kind, en zet hem voor de spiegel. Een kind dat zijn voorhoofd aanraakt of de vlek probeert weg te wrijven, herkent zichzelf in de spiegel. Hij is nu in staat om het perspectief van iemand anders in te nemen, en naar zichzelf te kijken door de ogen van een buitenstaander. Een ontwikkeling die hand in hand gaat met gevoelens als trots en schaamte. Je zult dit gauw genoeg merken. Je kind laat trots zijn tekening zien. Of wordt opeens verlegen als alle ogen op hem gericht zijn, terwijl hem dat eerder nog niks kon schelen. Een kind kan volgens Brummelman ook trots zijn zonder publiek. Maar dan heeft hij altijd iemand anders in zijn achterhoofd. Hij is trots op zijn tekening, omdat hij weet dat jij hem een compliment zou geven.

‘Het is heel normaal om gevoelig te zijn voor wat anderen van je vinden,’ zegt Botto. ‘Vanaf jonge leeftijd wordt ons ingepeperd dat we ons niks van de oordelen van anderen moeten aantrekken, maar het is juist heel menselijk om dat wél te doen.’ In onze evolutionaire geschiedenis hebben we altijd in groepen geleefd. Als je werd verstoten, overleefde je het niet. Het was van levensbelang om erbij te horen en geaccepteerd te worden. Met die gevoeligheid worden we geboren. Ook kinderen (en volwassenen) die stoer vertellen dat ze zich niks van anderen aantrekken, worden geraakt door onaardige opmerkingen en afkeurende blikken. En dat begint dus al bij dreumesen en misschien – daar doet Botto nu onderzoek naar – al bij baby’s. Je kunt het zelf ook merken. Als je boos naar een jong kind kijkt, werkt dat sterk door – je ziet hem ineenkrimpen. Maar als je blij kijkt, merk je ook dat het invloed heeft. Z’n hele gezicht klaart op, alsof hij een binnenpretje heeft: jippie, ik val in de smaak. Ze vinden me leuk!’

Lees ook: Complimenten geven aan je kind, zo doe je het goed

Trek het je niet aan

Als je kind eenmaal gevoelig is voor de blikken en oordelen van anderen, dan kan dat zijn zelfbeeld beïnvloeden. Brummelman: ‘Het zelfbeeld ontwikkelt zich altijd in relatie tot anderen. Als ouders plezier delen met hun kind en interesse tonen, krijgt een kind het gevoel dat hij er mag zijn. En als ouders of vriendjes altijd zeggen dat een kind zo vervelend is, of een ouder nooit opkijkt van zijn telefoon, dan kan een kind gaan denken dat hij niet de moeite waard is.’ Als vader of moeder heb je dus een behoorlijke vinger in de pap bij de vorming van het zelfbeeld van je kind.

En dat gaat volgens Brummelman niet altijd goed. Sommige kinderen lopen rond met een niet-kloppend zelfbeeld: zij vinden zichzelf fantastisch of hebben juist een te lage dunk van zichzelf. ‘Er is verrassend weinig bekend over hoe een onrealistisch zelfbeeld bij kinderen ontstaat. het vervelende is dat kinderen die onterecht denken dat ze stom gevonden worden, soms andere kinderen gaan vermijden. Hierdoor voelen ze zich nog slechter en ontstaat een vicieuze cirkel. Het is volgens Brummelman niet makkelijk om een kind te leren minder te geven om het oordeel van de ander. Opbeurende zinnen als ‘trek het je niet aan’ zijn misschien goed bedoeld, maar het maakt een kind niet minder gevoelig. ‘Je kunt een kind wél leren om wiens oordeel hij geeft. Wie zijn belangrijke mensen voor hem? En wie hebben het goed met hem voor?’

Lees ook: Peuterpuberteit, over eigenwijs zijn en nee zeggen

Niet oordelen

Als een vriendje op de crèche onaardig is of niet wil spelen, hoef je dat niet weg te wuiven. ‘Je mag er best aandacht aan besteden en proberen te begrijpen hoe het komt. Maar geef geen globaal oordeel over je kind, zo van: je bent ook altijd zo.’ Maar ook niet over het andere kind: ‘wat een stommerd’, adviseert Brummelman. Er kunnen veel redenen zijn waarom een kind niet wil afspreken: misschien heeft hij gewoon geen zin, vindt hij het spannend of is er geen ‘speelklik’. Door dit te benoemen, leert je kind om niet meteen een negatief oordeel te vellen over zichzelf of een ander. (ze wil niet spelen, dus ik ben stom/zij is stom). Ook is het volgens Brummelman goed om kinderen uit te leggen dat alle kinderen wel eens een mindere dag hebben en dat ze zelf iets kunnen doen om de situatie te veranderen. Je kind kan leren om wat minder ruw te zijn of zijn speelgoed te delen. Ook kun je hem aanmoedigen om zelf op een kind op de peuterspeelzaal af te stappen, in plaats van af te wachten tot kinderen naar hem toe komen. Zo leert je kind dat hij invloed heeft op de situatie, dat hij niet overgeleverd is aan de grillen en oordelen van anderen. En dat is goed voor zijn zelfvertrouwen.

Briljant kind

Sommige ouders redeneren: als ik mijn kind regelmatig vertel hoe geweldig hij is, komt het vanzelf wel goed met zijn zelfvertrouwen. Dat is een misvatting. Je kind overladen met positieve oordelen kan juist averechts werken. In een onderzoek van Brummelman moesten kinderen een schilderij van Van Gogh natekenen. Na afloop kregen ze een opgeblazen compliment (‘Wat een ongelooflijk mooie tekening’), een niet-opgeblazen compliment (‘mooie tekening’) of geen compliment van een schilder. Vervolgens mochten de kinderen kiezen uit het maken van een makkelijke of moeilijke tekening. Onzekere kinderen kozen vaker voor de moeilijke opdracht na een normaal compliment, maar juist minder vaak na een opgeblazen compliment. Als je een kind zegt hoe ongelooflijk goed hij iets heeft gedaan, leg je de lat onbewust heel hoog. Je kind kan het gevoel krijgen dat hij telkens opnieuw moet waarmaken hoe briljant hij is. Onzekere kinderen kunnen door deze druk uitdagingen soms juist gaan vermijden. Volgens Brummelman kun je een kind veel beter prijzen voor z’n inzet: ‘Wat heb je goed je best gedaan’ of ‘Wat goed dat je die speeldate zelf hebt geregeld.’

Meer lezen? Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld, Eddie Brummelman € 20 (Nieuwezijds)

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Interview: Otje van der Lelij. Beeld: istock

Leestip: Zo ontwikkelt je kind een positief zelfbeeld