Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

Zelluf doen: zo maak je je kind zelfstandig

Ach. Ze zijn zo schattig en kleinen ze kunnen nog zo gezellig weinig. Fout. Je kind kan al veel meer dan je denkt of dan je misschien zelfs wílt. Zelfstandig leren zijn, daar hebben ze hun hele leven wat aan. 

Advertentie

Van een afstandje kijk ik hoe mijn peuter het hoogste woord voert tussen zijn maatjes van de crèche. Wat wordt hij groot, denk ik, net een echt mens. Maar tegelijkertijd nog zo heerlijk ieniemini en hulpbehoevend. Hij heeft niet door dat ik er al ben om hem op te halen, maar zijn juf wel, dus geeft ze hem opdracht zijn jas en schoenen aan te trekken. Haha, nou, succes daarmee, denk ik. Met de worsteling van die ochtend nog vers in het geheugen weersta ik mijn reflex om te hulp te schieten.

In de minuut die volgt, zie ik ademloos toe hoe mijn kleine aap zonder morren zijn jas op de grond zwiert en zich er in één soepele beweging in wurmt – vol goede moed pulkt hij vervolgens aan het klittenband van zijn gympies. Ik sta versteld. Kan hij dit gewoon zelf? En dan óók nog in een behoorlijk vlot tempo? Waarom wist ik dit niet?

Klein houden

Kinderpsycholoog en opvoedkundige Tischa Neve: ‘Vaak zien we niet wat onze kinderen al kunnen. Om verschillende redenen: omdat we zo druk zijn, maar ook omdat we geneigd zijn onze kinderen goedbedoeld dingen uit handen te nemen. Zo wordt bijvoorbeeld het jongste kind vaak bewust of onbewust klein gehouden. Hij is en blijft ‘het kleintje’, dus ach, ik help hem wel in zijn jas.’

Sociale druk

Naast het feit dat begeleiders op de crèche gewoonweg geen tijd of handen genoeg hebben om 24 schoenen aan te trekken, bestaat volgens ontwikkelingspsycholoog Steven Pont ook de factor sociale druk: ‘Een vriendje iets zien doen wat je zelf ook wilt kunnen, zoals je jas aantrekken, is de grootste motivatie. Een kind wil groot zijn. Je hoeft je kind ook niet alles formeel aan te leren, ze zien het bij jou, bij een ander; als ze aan tafel tien keer het woord tafel horen, weten ze echt wel wat een tafel is. Leren is leven en leven is leren. Het gebeurt gewoon.’

Advertentie

Een projectje

In vergelijking met vroeger, toen vissen nog konden lopen en luiers nog van stro waren, zijn gezinnen nu veel kleiner. Ook dat heeft impact. Pont: ‘We zitten overal heel dicht bovenop met onze pedagogische neus. Kinderen zijn ‘een projectje’, we hebben meer tijd, geld, kennis van pedagogiek en minderkinderen. Soms is dat een voordeel, soms niet. Niet gezien worden door je ouders is geen voordeel, maar te veel gezien worden ook niet. Het gevaar is dat mensen ‘beschermend ouderschap’ als de hoogste vorm van ouderschap beschouwen: als ik mijn kind genoeg bescherm, komt het wel goed.

Te beschermend

Dat is een misvatting, want zo stoom je je kind niet klaar voor het leven. Hoe meer je van je kind wegneemt, hoe meer de wereld straks een gevaarlijke plek wordt. Geef je kind de kans de wereld op te vreten!’ roept Pont uit. Daarom is het voor een kind leerzaam om af en toe in een iets minder coulante omgeving te zijn, zoals een peuterspeelzaal. ‘Je ouders laten je wel winnen met een potje memory, maar je leeftijdgenoten denken daar heel anders over. Daardoor leer je verliezen en zelfstandig worden zonder dat je ouders het probleem voor je neus wegkapen. Je kunt niet groeien als je te veel gepamperd wordt. Wees niet té beschermend.’

Lees ook: 6x tips om de zelfredzaamheid van je kind te stimuleren

Kindvriendelijk huis

Ik denk aan mijn zus die, toen ze een kind kreeg, elke hoek of hobbel in haar huis preventief afplakte met luiers. Zaten we daar, opgedoft aan een vijfgangenkerstdiner, met aan elke hoek van de tafel een knoedel stootluiers. Neve lacht: ‘Ieder zijn eigen manier. Je kind kan in een kindvriendelijk huis inderdaad makkelijker zelfstandig rondkruipen en rommelen zonder gevaren. Zo werkt het ook op een kinderdagverblijf: vingers kunnen daar niet tussen deuren, stopcontacten zijn afgeplakt, bekers staan op kinderhoogte. Dat maakt ze zelfstandiger.’

Leren van experimenteren

Overigens, zegt Neve, is het logisch dat een ouder zijn kind wil behoeden voor pijn. ‘Maar vergeet niet dat vallen erbij hoort. Het liefst niet te hard, maar je kind leert er wel van.’ Pont denkt aan de tijd dat zijn zoons leerden fietsen. ‘Door het drukke centrum van Amsterdam moesten ze zich strak aan de verkeersregels houden, maar in het Vondelpark mochten ze los met stunten en racen. Daar kón het. Af en toe maakten ze een harde smak, maar daardoor werden ze wel betere fietsers. Feitelijk is de vraag voor elke ouder: waar is jouw Vondelpark, oftewel de experimenteerruimte voor je kind? Als je kind valt, lijkt het fout gegaan, maar is het in ontwikkelingspsychologische zin juist goed gegaan: hij heeft, in een veilige omgeving, geleerd wat wel en wat niet kan op de fiets.’

Advertentie

Buiten je kunnen

Te veel veiligheid stagneert volgens Pont de ontwikkeling. ‘Wat gebeurt er als ik jou Franse les geef en je alleen maar woorden leer die je al kent?’ vraagt hij me. Simpel, dan kom ik deze zomer met een hoop stokbrood en croissants thuis. ‘Juist,’ antwoordt Pont, ‘dat schiet niet op. Het draait om de ‘zone van naastgelegen ontwikkeling’, oftewel: de dingen die nét buiten je kunnen of kennis liggen. Leren kan alleen met vallen en opstaan.’

Extra gedoe

Dat ouders soms niet doorhebben hoe zelfstandig hun peuter al is, komt ook door de drukte van alledag, zegt Neve: ‘Kinderen tot hun vierde pap uit een fles geven of een tuitbeker, is een keuze uit gemak; ze kunnen allang zelf lepelen of uit een normale beker drinken. Ja, dan wordt er geknoeid, maar dat hoort bij de ontwikkeling. In ons hectische leven hebben we weinig ruimte voor extra ‘gedoe’. Zelf even de boel opruimen gaat inderdaad sneller dan wanneer je samen met je dreumes het opruimlied gaat zingen.’

‘Ik doe het wel even’

Ze ziet het ook in haar eigen leven, vertelt ze. ‘Ik ben gescheiden en als mijn elfjarige zoon om de week bij mij is, ben ik geneigd om te zeggen: ik doe het wel even. Met als resultaat dat mijn zoon nog geen ei kan koken. Of een ander voorbeeld: blijkbaar sneden wij vroeger altijd zijn vlees en groenten, want het valt me nu op dat hij niet zo handig is met een mes, dat komt gewoon door te weinig oefening.’ Geen ramp natuurlijk, maar het is goed – en interessant – om er eens bij stil te staan wat je je kind onbewust allemaal uit handen neemt. Dat begint al in de babytijd, vertelt Neve. ‘Je legt de rammelaar lekker dichtbij zodat hij er makkelijk bij kan zonder om te rollen, terwijl: juist door zich om te rollen, ontwikkelt hij zich.’

Zelf doen

Als ik mijn kleuter op dinsdag van school haal, weet ik altijd direct weer dat het dinsdag is – mocht ik het eens vergeten in deze rare corona-sleur. Dinsdag-gymdag. Te zien aan zijn broek die hij dan steevast binnenstebuiten én verkeerd om aanheeft. Met zijn broekzakken flapperend achter zich aan, komt hij naar me toe gerend: ‘We hadden gym en ik ging mezelf aankleden.’ Smelt. ‘Goed gedaan gozer, niks meer aan doen’

Lees ook: Grenzen stellen: zó blijft je kind zich aan de regels houden

Vertrouwen geven

Neve: ‘Prima. Je kunt hem beter complimenteren dat hij het zélf heeft gedaan, dan zitten muggenziften dat zijn broek verkeerd zit. Laat hem zijn schoenen maar aantrekken, met kans op bananenvoeten. Of macaroni eten, waardoor de helft op de grond belandt. Zelf iets kunnen, inclusief fouten maken en hulp vragen, geeft je kind vertrouwen. Zo leert hij dat hij beter kan worden in iets. Dat kost misschien wat meer tijd, moeite en rommel, maar nou en? Leg een plastic mat onder tafel op je nieuwe keukenvloer, hup, opgelost.’

Pas op de plaats

Opvoeden vraagt soms echt een pas op de plaats, zegt Neve. ‘Het is leuk om, op de momenten dat je geen haast hebt, eens rustig te kijken naar wat je kind allemaal zelf kan. Stap op je vrije ochtend uit je stramien van ‘door door door’. Als je bijvoorbeeld boodschappen doet met je kind: laat je leiden door je kind en sta gewoon eens stil bij elk trappetje dat hij wil beklimmen. Ook al duurt het langer. Kijk van een afstandje wat er gebeurt als hij zich optrekt aan tafel. Misschien stoot hij zijn hoofd, maar daardoor leert hij dat hij onder tafel zijn hoofd kan stoten, dat leert hij niet als je die tafel bij voorbaat opzijschuift. Wees een vangnet in plaats van te voorkomen dat je kind überhaupt valt.’

Bemoei je er niet mee

Haast is onze fabrieksinstelling geworden, beaamt Pont. ‘Je hebt bloemen gehaald en je wilt snel naar binnen om ze in een vaas te zetten. Waarom eigenlijk? Geef je sleutelbos gewoon eens aan je kleuter en laat hem proberen de voordeur open te krijgen. Bedenk iets wat nét buiten zijn kunnen ligt, kijk goed en geef jezelf even vrij, oftewel: bemoei je er niet mee.’ Vrij vertaald: laat je kinderen maar wat aanmodderen?

Zijn gang laten gaan

‘Liefdevolle verwaarlozing noemen we dat, legt Pont uit. ‘We willen allemaal de best parent zijn, maar het is juist de good enough parent die echt vertrouwt op zijn kinderen. Je laat hem niet aan zijn lot over, maar wel zijn gang gaan. Stort zijn blokkentoren steeds in, snel er niet direct naartoe met de oplossing of een goedbedoeld advies. Laat het hem zelf uitzoeken en bedenken hoe hij een stevigere toren kan bouwen. Anders creëer je aangeleerde hulpeloosheid, zo van: als ik iets niet kan, komt er altijd wel iemand uit de volwassen wereld naar me toe om het voor me op te lossen. Zo werkt het niet in het leven.’

Zelf je kont afvegen

Volgens Neve is zelfstandigheid, en daarmee zelfvertrouwen, dan ook het grootste cadeau dat je je kind kunt geven. ‘Hij voelt: als ik oefen, lukt me dat. Bij aankleden, puzzelen, tandenpoetsen of billenvegen. Vooral dat laatste vinden ouders ingewikkeld. Vertrouw er maar op dat het een troep wordt. Maar als ze vier zijn, moeten ze het op school ook zelf doen, dus je kunt het thuis maar beter spelenderwijs oefenen, voordoen en navegen. Na een paar keer oefenen kun je je kind er doorheen praten. “Weet je nog wat de volgende stap is?” Zo leer je je kind doorzetten, iets wat niet lukt als jij het altijd overneemt. Door je kind verbaal te stimuleren, leren ze in hun kracht staan, zichzelf er doorheen te trekken. Ontneem ze hun eigen succesjes niet.’

Helpen

Daarnaast vinden kinderen het ook gewoon léuk om dingen zelf te doen of je te helpen. ‘Daar kun je je voordeel mee doen,’ zegt Neve, ‘want als ze je nooit mogen helpen, doen ze dat ook niet op de leeftijd dat je dat wél van ze verwacht. Samen de was vouwen, iets naar de keuken brengen, dat geeft je kind vertrouwen en het maakt ze behulpzaam en empathisch. Zeker als je het positieve effect benoemt: wat fijn dat je even helpt, nu hoef ik het niet alleen te doen én hebben we nog tijd voor een verhaaltje.’

Tot slot heeft Pont nog een truc om (overbeschermende) ouders op weg te helpen: ‘Stop aan het begin van de dag vijf munten in je linkerbroekzak. Elke keer dat je normaal gesproken zou ingrijpen, maar deze keer niets zegt als hij een verkeerd puzzelstukje probeert te leggen, verplaats je een muntje naar je rechterzak. Als aan het einde van de dag de vijf munten allemaal in de andere broekzak zitten, kijk dan naar je gezicht in de spiegel, dat is hetzelfde gezicht als je kind heeft als hij zelf zijn billen afveegt, de deur open krijgt of op een kruk klautert. En belangrijker: je komt erachter dat de wereld niet is vergaan, je kind leeft nog en sterker, hij heeft veel meer leerervaringen opgedaan dan als jij je er wél mee had bemoeid.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Kim Hopmans, beeld: Pexels

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.