Voor oudersColumns & rubrieken

Wietske: ‘Hoe vertel ik mijn kinderen in hemelsnaam dat hun vader is overleden?’

Wietske en haar dochter
Wietske en haar dochterPrivé
Leestijd 8 minuten
Lees verder onder de advertentie

‘Als ik tien jaar geleden tijdens een tussenjaar in een café ga werken, ontmoet ik Herman. Er is direct een klik, maar drie weken nadat we elkaar leren kennen, vertrek ik op reis voor onbepaalde tijd. We houden contact en binnen een maand kom ik terug. We zijn verliefd. Een half jaar later ben ik zwanger van ons eerste kind: Annigje.

Alles verandert

Na de geboorte van Annigje zit ik niet goed in mijn vel en verdiep ik me in de postpartumperiode en herstellende voeding. Ik merk hoeveel behoefte ik daar zelf aan heb en hoe weinig informatie erover te vinden is. Daarom besluit ik mijn kennis te delen met andere moeders in het e-book dat ik erover schrijf: De kracht van postpartumvoeding en selfcare.

Bijna drie jaar later wordt Abe geboren. Deze tweede postpartumperiode ervaar ik heel anders. Inmiddels ben ik druk bezig met mijn bedrijf en wil ik zoveel mogelijk moeders bereiken. Maar dan verandert alles in één klap.

Lees ook:
De kraamweek, wat kun je verwachten?

De wereld staat stil

Als ik in maart 2025 met mijn kinderen op het strand ben, gaat mijn telefoon. Het is de politie. Er is iets gebeurd met Herman. Ze komen me ophalen, want ik mag zelf niet rijden. Ik weet direct: er is iets heel ergs aan de hand. Ik moet twintig minuten wachten voordat ik word opgehaald. In mijn hoofd bereid ik me voor op het ergste, maar ik probeer zo rustig mogelijk te blijven voor de kinderen.

Niet veel later hoor ik op de parkeerplaats dat Herman is overleden. Een goede vriend, die de politie al voor de deur had zien staan en met hen was meegereden, vangt mijn kinderen op. Het is alsof de wereld stilstaat. Alsof ik in een film ben gestapt. Ik denk: hoe vertel ik dit in hemelsnaam aan mijn kinderen?

De politie kan me er helaas niet bij helpen, dus ik raadpleeg het internet, dat even absurd voelt als de hele situatie. Het advies is om het zo snel mogelijk, rustig en duidelijk te vertellen. Achteraf heb ik geen idee hoe ik dit gedaan heb, maar op dat moment voel ik me een soort leeuwin die er alles aan doet om haar welpjes te beschermen.

Lees verder onder de advertentie

Afscheid nemen

In korte tijd moet ik allerlei belangrijke beslissingen nemen. Een van de moeilijkste: wil ik Herman nog zien? Ik heb weleens een overleden persoon in een kist zien liggen en daar had ik vooral last van. Hoe is dat met mijn eigen man?

Twee dagen later mogen we hem zien. Ik laat mijn familie eerst gaan, want ik twijfel nog steeds en loop naar buiten. De zon schijnt op mijn gezicht en ik voel: ik moet naar binnen. Ik krijg te horen dat zijn rechterkant er minder goed uitziet dan zijn linkerkant en dat ik beter om hem heen kan lopen voordat ik naar hem kijk.

Een klein stukje van hem is er nog

Met een soort oogkleppen op loop ik de kamer in. Minutenlang staar ik naar hem met mijn hand voor mijn mond, om het binnen te laten dringen. Ik vind het heel spannend om hem aan te raken. Maar ik wil het graag. Mijn vader gaat me voor en samen met hem raak ik Herman aan. Eerst zijn haren, daarna zijn armen. Ik leg mijn hand op zijn borst en voel echt dat hij daar is.

Het voelt alsof ik tegen hem kan praten. Het is zo’n bijzonder moment. Ik voel zo veel rust, alsof ik hem ontmoet in zijn kern. Alsof er nog een klein stukje van hem is en zijn ziel nog afscheid aan het nemen is. Ik zal dit moment nooit vergeten.

Tekenen op de kist

We krijgen de vraag of we Herman thuis willen hebben, maar we kiezen ervoor om hem bij zijn broer thuis op te baren. Die woont vlakbij. Ik weet nog steeds niet of ik wil dat de kinderen Herman zien. Maar als de dochter van een vriendin spontaan de kamer binnenloopt en heel natuurlijk afscheid neemt, weet ik: mijn kinderen moeten hier ook bij zijn.

Samen met mijn zus en mijn kinderen gaan we naar Herman toe. Van tevoren heb ik allerlei ideeën over hoe we het zouden aanpakken, maar de kinderen lopen direct naar de kamer waar hun papa ligt. Ze hebben bloemen geplukt en krijtjes meegenomen om op de kist te tekenen.

Ze raken hem aan, leggen bloemen op hem neer en Abe schuift een foto van ons vieren in het borstzakje van Herman. Ik zie aan Annigje dat ze zich heel bewust is van de dood van haar vader en dat hij niet meer terugkomt. Bij Abe is dat anders. Bij hem zal het pas later binnenkomen. Het breekt mijn hart om ze zo te zien, maar ik voel ook dat dit belangrijk is voor hun proces.

Lees verder onder de advertentie

Rouwtherapie en een maaltijdentrein

De maanden die volgen vind ik vergelijkbaar met de postpartumperiode als het gaat om zorg. Als er iemand wordt geboren of overlijdt: je hebt hetzelfde nodig. Denk aan liefde, je gedragen voelen en voedzaam eten. Ik vind het heel bijzonder om te merken dat ik dit ook mag ontvangen. Spontaan ontstaat er een maaltijdentrein en worden er drie weken lang elke dag verse maaltijden bij ons gebracht.

Al snel schakel ik een rouwtherapeut in voor de kinderen. Ze werkt spelenderwijs: met poppetjes, knutselwerkjes en ondertussen praten ze samen over wat er speelt. In het begin moet vooral Annigje wennen en heeft ze wat weerstand. Maar inmiddels vragen beide kinderen regelmatig wanneer ze weer naar de rouwtherapeut mogen. Ook ik heb goed contact met haar. Als ik zelf ergens mee zit, kan ik met haar praten. Daar ben ik heel dankbaar voor.

Emotietherapie thuis

Thuis hebben we emotiezakjes in verschillende kleuren. Blauw is bijvoorbeeld verdriet en geel is blijdschap. Aan de hand van de zakjes bespreken we samen welke emoties er spelen. Ook hebben we een emotiekaart met gezichten erop. Ik zie dat het de kinderen helpt om te vertellen wat ze voelen. Vaak is dat al genoeg. We hebben ook een altaar in huis met de rouwkaart van Herman en een plek voor dingen die de kinderen erbij willen leggen. Wat voor mij persoonlijk erg helpt, zijn de gesprekken met familie, vriendinnen en mijn therapeut.

Ik kan me nog goed herinneren dat ik een mooie sessie had met mijn therapeut, die mij liet inzien dat Herman meer mocht thuiskomen in ons gezin, omdat hij altijd onderdeel van ons zal blijven. Dat kan bijvoorbeeld al door een kaarsje aan te steken bij het ontbijt of avondeten. Als ik dat met mijn kinderen bespreek, komen zij met het idee om dan ook iets tegen papa te zeggen. Dat voelt heel kloppend. Het lukt ons heus niet elke dag om dit te doen, maar als het wel lukt, is dat fijn.

Lees ook:
Hoe werkt rouwverwerking bij een kind?

‘Mama, ik ben bang dat jij ook ineens dood gaat’

Inmiddels is het anderhalf jaar geleden dat Herman overleed en merk ik dat we het leven weer hebben opgepakt. De praktische kant dan. Ik ben zelfs een opleiding tot postpartumbehandelaar gaan volgen en werk naast mijn bedrijf één dag per week in een koffiezaakje. Ritme en structuur hebben een enorme rol gespeeld in het terugvinden van het gewone leven.

Het mentale stuk lijkt soms juist zwaarder te worden. Al is dat niet gek. Ik kom langzaam uit de overlevingsstand. Ook merk ik dat de kinderen het af en toe nog moeilijk kunnen hebben. Bij het naar school brengen of als ze gaan slapen, zeggen ze regelmatig: ‘Mama, ik ben bang dat jij ook ineens dood kan gaan.’

Hoewel ik geneigd ben om te zeggen dat het niet zal gebeuren, kan ik ze dat niet beloven. Ik weet simpelweg niet of ik er morgen nog ben. Dus druk ik ze op het hart dat ze nooit alleen zullen zijn. En dat er altijd voor ze gezorgd zal worden door de lieve mensen om ons heen.

Lees ook:
Kinderboeken over de dood: de mooiste tips per leeftijd

Lees verder onder de advertentie

Voor altijd

Ik heb inmiddels ook een nieuwe vriend, die er dag en nacht voor me is. Ik praat veel met hem en we doen veel leuke dingen samen, zoals wingfoilen en surfskaten. Meer naar buiten en in beweging. Dat is ontzettend fijn. Er zijn nog veel dagen waarop ik me slecht voel. En die zullen er misschien altijd wel blijven. Maar dat ik dit proces met hem mag delen, helpt zo enorm.

Hoe moeilijk ik het soms ook vind, dit zal voor altijd een onderdeel zijn van ons leven. Maar als er iets is dat ik heb geleerd, is het dat gevoelens naast elkaar mogen bestaan. Zowel rouw en verdriet als liefde en (nieuw) geluk. En ik hoop dat ook voor altijd aan mijn kinderen mee te kunnen geven.’

Delen: