‘Vroeger hadden wij thuis altijd een poes of een kat. Tommie, een grote rode kater, was mijn lieveling en sliep altijd bij mij op bed. Toen ik jaren later op mezelf ging wonen, wilde ik het liefst weer een kat in huis, maar ik kreeg verkering met een jongen die er allergisch voor was. Die jongen is inmiddels mijn echtgenoot en een kat is er dus nooit gekomen.
Maar mijn liefde voor katten is altijd gebleven. Kraam ik bij mensen die een kat in huis hebben, dan vind ik mijn werk extra leuk. Vooral als het een sociale kat is. Voor mij is het ook geen probleem om de kattenbak te verschonen. Ik zie het zelfs als vast onderdeel van de huishoudelijke taken, want in een schoon en hygiënisch huis hoort een frisse kattenbak.
Lees ook: Deze huishoudelijke klusjes kan jouw kind nu al doen (en dat zijn er meer dan je denkt)
Onderdeel van het gezin
Ik kraamde ooit bij een familie waarvan de kat sprekend op Tommie leek: groot en rood, hij sjokte zelfs op dezelfde manier door het huis. Soms noemde ik hem per ongeluk Tommie, terwijl hij, ondanks dat het toch echt een mannetje was, Poes heette. Ik raakte snel gehecht aan hem.
Poes werd net als mijn Tommie gezien als onderdeel van het gezin. Hij kreeg veel aandacht en werd goed verzorgd. Vader, moeder en hun 3-jarige zoon waren gek op Poes. Poes ook op hen. Hij was ook geïnteresseerd in de baby, want af en toe kwam hij bij het kind kijken.
Lees ook: Huisdier voor je kind: welk dier past het best bij jullie gezin?
Paniek
Ik weet nog goed hoe ik tegen het einde van de kraamweek een stapel was aan het wegwerken was terwijl het hele gezin een dutje deed. Iedereen werd wakker toen de buurvrouw, die toevallig ook een goede vriendin van de kraamvrouw was, meerdere keren aanbelde en paniekerig op het keukenraam klopte. Ik voelde meteen dat er iets goed mis was.
Mijn gevoel klopte helaas. Poes was verderop in de straat aangereden en volgens de buurvrouw zag het er niet goed uit. Vader haastte zich naar buiten en uit automatisme rende ik achter hem aan.
Mee met de ambulance
Toen we bij de lieverd aankwamen, ademde hij gelukkig nog. Maar we zagen meteen dat het niet goed was met hem. Een buurman belde de dierenambulance terwijl de kraamheer en ik de kat gerust probeerden te stellen door rustig tegen hem te praten.
Poes moest met de ambulance mee naar de dierenkliniek. Voor de kraamheer was er geen twijfel over mogelijk: hij wilde achter de ambulance aanrijden. Omdat hij wist dat ik ook gek was op de kat, vroeg hij of ik met hem mee wilde. Dat wilde ik wel. De buurvrouw ontfermde zich ondertussen over de kraamvrouw, hun peuter en de baby.
Afscheid nemen
De kraamheer en ik zijn tot laat in de avond in de kliniek gebleven. De volgende ochtend, voordat mijn kraamdag bij het gezin begon, reed ik er weer naartoe. Omdat het zo slecht met de kat ging, stelde de dierenarts voor om Poes uit zijn lijden te verlossen.
De kraamvrouw en haar man waren er kapot van, maar wisten ook dat dit beter was voor hun dier. Hoewel ze nog niet goed ter been was, wilde de kraamvrouw koste wat kost naar de kliniek om afscheid te nemen van Poes.
Lees ook: Kraamwerk: ‘De vader is in alle staten: hij kan haar nergens vinden’
Ik vond het een heel mooi en lief gebaar dat het stel mij vroeg om mee te gaan, maar dacht ook: is dit niet een veel te intieme gebeurtenis voor een kraamverzorgende om bij aanwezig te zijn? Maar de kraamvrouw en haar man wisten hoe lief ik Poes vond en stonden erop dat ik mee zou gaan. Voor hen was het juist heel logisch dat ik erbij was. Ik voelde me vereerd en aaide Poes terwijl hij zijn laatste adem uitblies.
Nog regelmatig denk ik aan Poes en Tommie. Vooral als ik een rode kater zie, komen herinneringen aan die twee naar boven. Ik hoop dat zij hebben gevoeld hoe geliefd ze waren.’
Liefhebber van onze rubriek Kraamwerk? Eerder gepubliceerde Kraamwerken vind je in ons dossier. Liever op papier? Dat kan! De bijzonderste afleveringen zijn gebundeld in een boek.