Ik sta op de camping bij een tafel vol kaasjes, olijven en wijn, omringd door vrienden en kinderen. De ouders drinken wijn en praten, terwijl er om ons heen wordt gezwommen, gerend, gelachen, gevist, gehuild en gevallen.
Het is bloedheet en er wordt met waterpistolen geschoten. Ondertussen probeer ik te luisteren naar een kennis die vertelt over een documentaire die ze net heeft gemaakt, maar dat lukt maar matig, want mijn jongste van drie doet steeds zijn zwemvest uit en wil dan aan de waterkant meevissen met de oudere kinderen.
‘Sorry hoor,’ zeg ik voor de zoveelste keer. ‘Ik wil echt luisteren, maar ik moet steeds op die kleine letten.’
Het legenestsyndroom
En daarna begin ik ook nog te klagen. Dat het toch wel jammer is dat ik nooit even rustig een boek kan lezen. Dat je met een peuter eigenlijk nooit écht kunt ontspannen en dat even alleen gaan zwemmen of sporten er ook niet in zit. Ik heb er inmiddels een week op de camping op zitten waarin ik voornamelijk achter hem aan heb gerend en ondanks alle gezelligheid ben ik dat ook wel een beetje zat.
De vrouw tegenover me luistert een tijdje naar mijn geklaag en zegt dan nogal abrupt: ‘Ik heb totaal geen medelijden met je.’
‘O, eh…?’
‘Nee, niet met jou en ook niet met iemand anders met kleine kinderen.’ Kijk, ik daarentegen heb het legenestsyndroom.’
‘Ah,’ reageer ik, want ik weet ongeveer wat dit syndroom inhoudt. ‘De kinderen zijn het huis uit?’
Zo leeg in huis
‘Mijn laatste kind is nét uit huis,’ vertelt de vrouw verder. ‘Hij is negentien en studeert in Utrecht. Het is zo stil in huis. Het is opeens zo leeg.’
Ik probeer het positief te benaderen. ‘Maar je hebt nu wel weer alle tijd samen met je man? Vrijheid? Uitslapen? Festivals? Reizen?’
‘Tja, dat zegt iedereen. Je hebt nu lekker alle vrijheid! Of: zoek een hobby.’ Ze kijkt er bepaald niet vrolijk bij. ‘Maar dit kun je niet opvullen met een hobby. Het is diep liefdesverdriet. Kijk, zie het zo: datgene wat je het allerliefste om je heen hebt, is weg. Gewoon weg. Natuurlijk komen ze nog thuis, misschien één dag in de week. Ik heb mazzel met mijn kinderen. Maar ze gaan natuurlijk niet voor mij thuis blijven wonen.’
Verloren voelen
Ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen, want eigenlijk kan ik me er ineens van alles bij voorstellen. Voordat ik kinderen had, voelde ik me vaak onbestemd. Vrij ook, absoluut. Ik kon veel reizen, uitslapen, uitgaan en urenlang gesprekken voeren zonder ondertussen te hoeven controleren of iemand zonder zwemvest het water in liep. Maar onder al die vrijheid voelde ik me vaak verloren. Sinds ik kinderen heb, sta ik met beide benen op de grond. Een soort bedje van liefde waarop ik altijd weer land. Hoe chaotisch het verder ook is, die grond is er.
En hoe kleiner ze zijn, hoe leuker ik het eigenlijk vind. Die mollige beentjes, kleine billetjes en lieve bekkies, die armpjes om mijn nek. En het heerlijke gevoel dat je voor minstens één persoon op aarde de allerliefste en allerbelangrijkste bent. Ook dat blijkt een fase te zijn.
Het onhandige is dat ik tegelijkertijd voortdurend naar de volgende fase verlang. Als hij straks zelf kan zwemmen. Als hij niet meer om zes uur wakker wordt. Als ik niet meer de hele dag hoef op te letten. Steeds denk ik: dán wordt het makkelijker. En uiteindelijk lukt dat natuurlijk. Dan kunnen ze alles zelf. En dan gaan ze weg.
Lees ook: Af en toe alleen op vakantie is goed voor alle ouders (en hun gezin)
Geniet nog maar van de chaos
Ik kijk naar mijn 3-jarige, die alwéér bezig is zijn zwemvest uit te trekken. ‘Geniet maar van de troep en de chaos,’ zegt de vrouw. ‘Straks mis je het.’ Ik kijk om me heen. Natte handdoeken, schoenen vol zand, bekers, speelgoed, een waterpistool onder mijn stoel. Thuis is het niet anders. Met drie kinderen ruim ik permanent op en ik kan met zekerheid zeggen dat ik daar geen seconde van geniet.
Maar terwijl ik naar die enorme bende kijk, snap ik wat ze bedoelt. Het is niet de chaos die ik straks ga missen, het zijn de veroorzakers ervan. Hun kleine lijven, hun stemmen, het geroep om mama, waarschijnlijk zelfs het eeuwige gedoe met dat zwemvest. Maar de troep? Het lege nest lijkt me verschrikkelijk. Een leeg aanrecht daarentegen heerlijk.
Lees ook: Lauren vraagt zich op vakantie af: ‘We mogen toch ook wel iets voor onszelf doen?’
Meer columns van Lauren lezen? Dat kan hier.