Waarom ontwikkelt een kind een voorkeur voor één ouder?
Een tijdelijke voorkeur voor één van de ouders komt doordat een kind zich op dat specifieke moment veiliger of meer verbonden voelt bij diegene, of omdat de opvoedstijlen tussen jullie verschillen. De hevigheid en de duur van deze fase variëren enorm per kind. Het kan de hele dag spelen, of puur gekoppeld zijn aan een specifieke routine, zoals het naar bed brengen.
Redenen voor deze voorkeur kunnen zijn:
Hechting
Kinderen voelen zich vaak het meest verbonden met de ouder die goed voor hen zorgt en bij wie ze zich veilig voelen.Tijd samen doorbrengen
De ouder die vaker bij het kind is, bijvoorbeeld doordat hij of zij thuisblijft of flexibel werkt, wordt soms de favoriete ouder.Verschillen in opvoeding
Kinderen kiezen soms eerder voor een ouder die bijvoorbeeld strenger of juist liever is, afhankelijk van wat ze fijn vinden.Veranderingen in het gezin
Als er iets verandert in het gezin, zoals de geboorte van een broertje of zusje, kan dat invloed hebben op wie het kind fijner vindt op dat moment.Eigen voorkeur van het kind
Soms vindt een kind het gewoon prettiger hoe één van de ouders knuffelt, speelt of helpt. Daarom kiest het kind dan vaker die ouder.
Orthopedagoog Mariëlle Beckers benadrukt dat deze fase heel natuurlijk is. Het is volgens haar logisch dat een kind alle aandacht wil opslurpen van de ouder die bijvoorbeeld fysiek minder vaak aanwezig is. Tegelijkertijd zie je vaak – zeker bij heel jonge kinderen – precies het tegenovergestelde: het kind trekt dan juist onafscheidelijk toe naar de ouder die het vaakst thuis is.
Hoe ga je als ouder om met deze voorkeur?
Blijf rustig, vat het niet persoonlijk op en forceer de aandacht van je kind niet. Kinderen wijzen je niet af in hun hart; ze zijn enorm loyaal. Het gedrag is echt puur tijdelijk.
Met deze praktische tips kom je de fase soepel door:
Zorg voor één-op-éénmomenten: Investeer tijd in positieve, onverdeelde aandacht zonder afleiding van je telefoon. Kijk waar je kind blij van wordt en sluit je daarbij aan.
Maak er geen wedstrijd van: Voorkom concurrentiestrijd met je partner. Probeer niet krampachtig de liefde van je kind te winnen met cadeaus of door ineens te mild te worden.
Kijk de kunst af (als het past): Doet je partner de bedtijdroutine soepeler? Neem zijn of haar ritueel over, maar alleen als jij er ook echt achter staat. Blijf wel dicht bij jezelf.
Trek samen één lijn: Als je kind de voorkeur geeft aan mama voor het aankleden, spreek dan af dat je hier niet altijd in meegaat. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik hoor dat je wilt dat mama helpt. Vanochtend doet papa het, en morgen is mama weer aan de beurt.’ Leg alvast kleding klaar zodat je kind nog wel een beetje de regie houdt.
Erken de teleurstelling: Geef ruimte aan de emotie als je kind baalt dat zijn favoriete ouder niet helpt. Dit zorgt ervoor dat hij zich gehoord en begrepen voelt.
Bied voorspelbaarheid: Peuters houden van structuur. Bereid je kind goed voor op wie hem gaat helpen bij een bepaald moment, eventueel met behulp van een overzichtelijk schema.
Zoek samenwerking op de achtergrond: Verloopt een taak echt heel moeizaam bij de ene ouder? Doe het dan tijdelijk even samen. De favoriete ouder kan dan op de achtergrond aanwezig zijn om rust te creëren, zonder de taak helemaal over te nemen.
Bespreek het buiten het kind om: Praat met je partner over deze voorkeursfase, maar doe dit nooit in het bijzijn van je kind. Alles wat je aandacht geeft, groeit.
Komt de harmonie in huis in gevaar, levert de situatie enorme stress op of zorgt het voor serieuze wrijving in jullie relatie? Vraag dan laagdrempelig opvoedhulp aan via het consultatiebureau of je huisarts.
Hoe kan de partner het beste helpen in deze fase?
Als partner kun je helpen door het kind zoveel mogelijk huid-op-huidcontact te bieden, de verzorging actief op te pakken en je baby regelmatig in een draagdoek te dragen. Een pasgeboren baby is de eerste negen maanden in de buik van zijn moeder geweest, dus de drang naar die vertrouwde geur en hartslag is enorm sterk. Voor een partner kan dit weleens als een grote uitdaging voelen.
Met deze stappen versterk je als partner jullie band:
- 1
Huid-op-huidcontact: dit zorgt bij zowel partner als baby voor de aanmaak van het ‘knuffelhormoon’ oxytocine, dat de hechting bevordert en zorgt dat jullie je vertrouwd met elkaar (gaan) voelen. Hier meer tips voor een veilige hechting met je baby.
- 2
Probeer te verdelen wie de baby oppakt en troost als hij huilt. Ook de stem van de partner voelt vertrouwd voor een baby: die hoorde hij al toen hij nog in de buik zat. Partners mogen erop vertrouwen dat zij hun kind ook troost en geborgenheid kunnen geven, op hun eigen manier, en moeders mogen dat gerust aan hun partner overlaten.
- 3
Het kan ook goed helpen als een partner zijn baby regelmatig draagt in een draagdoek of draagzak. Een baby wordt vaak rustig tijdens het dragen. Het is fijn en vertrouwd om zo dicht bij zijn ouder te zijn: de geur, stem, hartslag en bewegingen geven een gevoel van veiligheid. Voor ouders is het bijzonder om te merken dat ze hun kindje op deze manier kunnen troosten. Dit directe contact versterkt niet alleen de band, maar ook het vertrouwen in hun rol als ouder.
- 4
Verdeel de verzorging: een schone luier, in bad doen, de fles geven, je kunt als partner eigenlijk alles doen, behalve de borst geven.
- 5
Of doe een cursus babymassage (dat kan privé aan huis of in een groep). Daar leer je vaak niet alleen hoe je je baby kunt masseren, maar krijg je ook inzicht in de lichaamstaal van je kind en hoe je daarop kunt reageren. Babymassage zorgt voor mooie momenten van aandacht en verbinding.
- 6
Moeders, doe hier je voordeel mee! Kolf genoeg melk als je borstvoeding geeft en ga lekker de deur uit, naar vriendinnen, of bijslapen. Die twee redden zich wel samen, het versterkt hun band en jij kunt even opladen.
Volgens Mariëlle Beckers is deze eenkennige fase heel logisch. Een kind hecht zich direct na de geboorte logischerwijs als eerste aan de primaire verzorger, wat vaak de (biologische) moeder is als zij borstvoeding geeft. Ze benadrukt dat deze fase altijd vanzelf bijtrekt, waarna het kind zich net zo krachtig hecht aan de andere ouder.
Waarom ontstaat er vaak opnieuw een voorkeur in de peuterfase?
Tijdens de peuterpuberteit ontstaat er vaak opnieuw een voorkeur, omdat het kind in deze fase volop zijn eigen wil ontdekt en verschillen in opvoedstijl begint te testen. Deze 'nee'-fase start vaak rond de anderhalf tot twee jaar en stopt vaak pas tegen het vierde levensjaar.
Je kind voelt haarfijn aan wie de regels net wat soepeler hanteert, en past zijn voorkeur daar slim op aan. Ook karakter speelt ineens een rol. Als jij en je kind veel op elkaar lijken, trekt hij misschien vaker naar je toe. Tegelijkertijd kan het zijn dat jullie juist minder botsen omdat de karakters compleet verschillend zijn.
Lees meer: Dit zegt de plaats in het gezin over het karakter van je kind
Hoe voorkom je ruzie over de voorkeur van je kind?
Je voorkomt spanning tussen jou en je partner door de situatie niet persoonlijk te maken en door niet te gaan concurreren om de gunst van je kind. Een kind dat hard “Nee, ik wil papa!” roept, zoekt simpelweg naar een gevoel van controle en onafhankelijkheid. Dit wijst juist op een volkomen veilige hechting.
Het is cruciaal dat jullie elkaar geen verwijten maken over wie te streng of juist te verwennerig is. Volgens Beckers is het belangrijk om naar binnen te kijken als je je geraakt voelt door de afwijzing. Ben je stiekem onzeker over de taakverdeling in huis? Misschien werk je minder of ben je fulltime bij de kinderen, en baal je ervan dat je partner wél ‘de populariteitsprijs’ wint. Bespreek deze gevoelens rustig met elkaar en leer van elkaars succesvolle aanpak in plaats van te botsen.
Een huilend kind moet getroost worden en als de ene ouder hem niet kan kalmeren maar de ander wel, maak daar dan verder geen punt van. Laat het gebeuren, en geef je kind waaraan – of wie – hij op dat moment behoefte heeft. Accepteer dat hij bij de ander, of juist bij jou, op dít moment meer rust krijgt.
Mariëlle Beckers BuroBloei
Wat is het verschil tussen voorkeur en eenkennigheid?
Een gerichte voorkeur voor een ouder is echt iets anders dan eenkennigheid. Eenkennigheid (ook wel vreemdenangst genoemd) is een natuurlijke ontwikkelingsfase bij baby’s. Een kind kan plotseling in tranen uitbarsten zodra je de kamer verlaat of als er een onbekende dichtbij komt.
Rond de eerste verjaardag zitten kinderen vol in hun hechtingsfase. Het is dan ook heel begrijpelijk dat je kind het liefste kiest voor de ouder met wie hij het meeste tijd doorbrengt. Als jij de routine plotsklaps aanpast, gaat de baby daar logischerwijs tegenin. Volgens Beckers is het toch belangrijk om je hier niet altijd door te laten sturen. Door direct toe te geven, bevestig je eigenlijk de gedachte dat het bij de andere ouder niet veilig is. Je helpt je kind veel meer door te laten zien dat het ook héél gezellig en veilig is als de andere ouder het even overneemt.
Lees meer: Eenkennigheid bij baby’s: zo ga je ermee om
Bron: BuroBloei