Ook vaders kunnen opgebrand raken: ‘Mijn vrouw doet meer, dus ik mag niet klagen’
Ook vaders kunnen opgebrand raken door het ouderschap. Maar hoe geef je toe dat het je te veel wordt als je partner nóg meer zorgtaken op zich neemt? Uit schuldgevoel houden sommige vaders hun mond, terwijl de spanning steeds verder oploopt. Orthopedagoog Lara van der Zwaag legt uit waarom het belangrijk is om op tijd aan de bel te trekken.
‘Mijn buffer was heel klein: van nul naar honderd in een paar minuten.’ Wouter (39) is vader van een zoon van 3 jaar en een dochter van 1 jaar. Hij werkt fulltime als scheepvaartinspecteur; zijn vrouw werkt vier dagen per week voor een farmaceutisch bedrijf. Al na de geboorte van zijn zoon merkte Wouter hoe machteloos hij zich soms voelde als vader. ‘Als baby liet mijn zoon zich moeilijk door me troosten. En ook nu botsen onze karakters en tempo’s. Hij heeft een heel sterke wil, net als ik, en daar kan ik moeilijk mee omgaan.’
Met één kind voelde Wouter nog op tijd wanneer zijn irritatie opliep en kon zijn vrouw het overnemen. Na de geboorte van hun dochter raakte die balans zoek. Hij had nauwelijks tijd voor zichzelf en stond, zoals hij het zelf zegt, ‘continu ter beschikking’ van zijn gezin en zijn werk. ‘Daardoor was ik eigenlijk steeds boos.’ De ommekeer kwam toen zijn vrouw aangaf dat hij op zijn vader begon te lijken, die vroeger veel werkte en thuis vaak boos was. ‘Dat drukte me met mijn neus op de feiten. Ik wilde absoluut niet mijn vader zijn. Daarom zocht ik hulp.’
Lees ook: Bob (42) kreeg een depressie na de geboorte van zijn tweede kind: ‘Ik voelde me steeds tekortschieten’
Als de rek eruit is
Orthopedagoog Lara van der Zwaag begeleidt ouders met overbelasting en een parentale burn-out. Volgens haar gaat een parentale burn-out verder dan gewone vermoeidheid. ‘Je kunt opgebrand raken door wat de opvoeding van je kinderen van je vraagt. Je voelt je uitgeput en herkent jezelf soms niet meer. Ook het contact met je kinderen kan veranderen: je voelt minder plezier en verbinding, en probeert vooral de dagen door te komen.’
In haar praktijk melden moeders zich meestal als eerste. Als hun partners bij de gesprekken aansluiten, merkt Van der Zwaag geregeld dat ook de vaders nauwelijks reserves hebben. ‘Veel vaders zeggen: mijn vrouw doet meer, dus zij heeft het zwaarder en ik heb niets te klagen. Ze voelen zich schuldig over hun eigen uitputting en vinden dat ze zich staande moeten houden, terwijl ze er ondertussen aan onderdoor gaan.’
Taken ongelijk verdeeld
‘Dat schuldgevoel hangt ook samen met hoe werk en zorg thuis verdeeld zijn. Uit de Emancipatiemonitor 2024 van het CBS blijkt dat de helft van de ouders in man-vrouwstellen werk en zorg voor de kinderen graag gelijk wil verdelen, maar dat slechts 9 procent dit daadwerkelijk doet. Bij 48 procent werkt de man meer en neemt de vrouw een groter deel van de zorg op zich, terwijl 13 procent van de ouders die verdeling wenselijk vindt.
Volgens Van der Zwaag kan zo’n verdeling er vroeg insluipen. ‘Omdat moeders na de geboorte vaak langer verlof hebben, nemen zij in eerste instantie meer zorg- en regeltaken op zich. Als stellen die later niet bewust herverdelen, blijven die taken makkelijk bij de moeder liggen.’
Wouter herkent dat. Het halen en brengen van de kinderen verdelen hij en zijn vrouw ongeveer gelijk, maar zij regelt het eten, de opvang en de was. ‘Daarom vind ik dat ik niet genoeg doe.’ Juist daarin zit volgens Van der Zwaag de paradox. Een man ziet dat zijn vrouw meer draagt en vindt daarom dat hij niet mag klagen, terwijl hij zelf óók vastloopt.
Lees ook: Floor (42) over de ongelijke taakverdeling thuis: ‘Ik werd de infobalie van ons gezin’
Overleven
‘Bij Lucas (34) raakte niet alleen hij, maar ook zijn vrouw overbelast. Ze hebben een zoon van 3 jaar en een dochter van 1 jaar. Lucas werkt in de techniek. Zijn vrouw werkt in de kinderopvang en is daarnaast zelfstandig ondernemer vanuit huis. ‘Op een gegeven moment had ik geen energie meer’, zegt Lucas. ‘Dat kwam door een opeenstapeling van dingen. Onze jongste had koemelkallergie, de kinderen vroegen veel aandacht, de opvang liep niet lekker en ondertussen zaten we thuis in een grote verbouwing. Al die tijd probeer je alle ballen in de lucht te houden, maar op een gegeven moment kom je in een soort overlevingsstand.’
De spanning uitte zich bij Lucas in agressie die hij niet van zichzelf kende. ‘Uit frustratie sloeg ik soms met mijn vuist tegen een deur of muur. Anderen pijn doen, wilde ik niet, dus dan maar zo.’ Ook op Lucas’ werk ging het steeds minder. ‘Ik kon me niet meer aanzetten om te werken en uiteindelijk meldde ik me ziek. Ook mijn vrouw viel uit op haar werk. Zelfs iets doen om op te laden was moeilijk. Ik ging vroeger graag naar de scouting, maar daar had ik de puf niet meer voor. Mijn vrouw en ik zaten allebei zo laag in onze energie dat het voor ons lastig was om alleen met de kinderen te zijn. En dus bleef ik thuis.’
Lees ook: Orthopedagoog over parentale burn-out: ‘Ouders zijn uitgeput en dat ligt niet alleen aan henzelf’
Niet wachten tot het misgaat
Van der Zwaag adviseert overbelaste ouders om hulp te zoeken voordat werken of zorgen helemaal niet meer lukt. ‘Als je merkt: dit valt me zwaar, trek dan aan de bel. Bijvoorbeeld bij de huisarts of bij iemand die met het gezin kan meekijken.’
Het gezin van Lucas krijgt intussen hulp. ‘We hebben een gezinscoach die regelmatig met ons meekijkt naar onze zorgtaken. Ook zijn we via Buurtgezinnen gekoppeld aan een vrijwillig steungezin in de buurt, waar onze kinderen op afgesproken momenten terechtkunnen. Soms springt ook familie bij en dat helpt. Zo kunnen mijn vrouw en ik steeds een beetje opladen.’
Ook ruimte voor jezelf
Inmiddels bouwt Lucas zijn werk weer voorzichtig op met een paar halve dagen per week. ‘Dat gaat met ups en downs, maar er zit een stijgende lijn in.’ Ook Wouter heeft inmiddels hulp gekregen. Met zijn psycholoog leert hij rustmomenten in te bouwen voordat de spanning oploopt. ‘Ik maak tijd om te hardlopen en train voor een marathon. Ook gebruik ik sinds kort antidepressiva. Ik merk dat ik hierdoor meer buffer heb. De prikkels van de kinderen komen minder hard binnen. Ik blijf kalmer en hoef niet meer weg te lopen als iets me te veel wordt.’
Praat erover
Volgens Van der Zwaag is overbelasting geen bewijs dat je tekortschiet als vader. ‘Sommige gezinssituaties vragen nu eenmaal meer van ouders dan andere. Ook als vader mag je aangeven dat je het zwaar hebt, zelfs als je partner meer zorgtaken op zich neemt.’ Het gaat er immers niet om wie het zwaarst belast is, maar om wat jullie allebei nodig hebben om het vol te houden.’ Wouter hoopt vooral dat andere vaders eerder uitspreken wat er speelt. ‘Blijf er niet mee zitten, want schaamte is nergens voor nodig.’
Lees ook: Ken jezelf: zo kun je een parentale burn-out voorkomen