‘Die lege blik in moeders ogen toen ik de baby in haar armen legde, vergeet ik nooit meer. Ze staarde naar het plafond, alsof ze haar best deed om maar niet naar haar kind te hoeven kijken.
Lees ook: Kraamwerk: ‘De moeder en baby hebben niet hetzelfde DNA, en ze voelt geen herkenning’
Vier dagen daarvoor was ze in het ziekenhuis bevallen van het meisje. De eerste kraamdagen werkte mijn collega bij dit gezin, maar vanwege privéomstandigheden kon zij de kraamweek niet afmaken. In de overdracht las ik dat de kraamvrouw en haar man twee keer een kind hebben verloren.
Miskramen
De eerste miskraam kreeg de moeder bij 10 weken, toen het de tweede keer misging was ze 13 weken zwanger.
De kraamvrouw wilde zo graag een kind, dat zij en haar man het vlak na de tweede miskraam snel opnieuw probeerden. De vader wilde eigenlijk liever nog even wachten en meer tijd nemen om het verdriet te verwerken.
(On)gelukkig
Toen de moeder ontdekte opnieuw zwanger te zijn, was ze dolgelukkig. Volgens haar man kon ze niet wachten om haar baby in haar armen te houden. Over de eerdere miskramen werd niet meer gesproken.
Ik doe dit werk al bijna tien jaar, dus van een vermoeide en emotionele moeder schrik ik al lang niet meer. Maar moeders ongelukkige en lege blik deed veel met me.
Lees ook: Annemieks miskraamverhaal: ‘Zo raar om die pillen te slikken, alsof ik er zelf voor koos’
Geen emotie
Ondanks dat ik nog maar een paar uur bij hen was, voelde haar man zich comfortabel genoeg om zijn zorgen over zijn vrouw bij mij te uiten. Zijn vrouw lag op dat moment boven te slapen, dus hij kon vrijuit vertellen.
Zo vertelde hij hoe zijn vrouw een paar dagen voor de geboorte van hun dochter nog zo gelukkig leek, maar dat dat tijdens de bevalling veranderde. Zijn vrouw werd stiller, meer in zichzelf gekeerd.
De kraamheer dacht dat het allemaal bij een bevalling hoorde. Maar toen zijn vrouw het meisje voor het eerst op haar borst kreeg, toonde ze geen enkele emotie. Ze had volgens haar man precies dezelfde lege blik die ik ook zag.
Lees ook: Waarom rouwen na een miskraam belangrijk is
Psychische hulp
Ik adviseerde de vader om zijn zorgen ook bij haar te uiten en dat deed hij. De volgende dag vertelde hij me dat ze een open gesprek hadden gehad en dat zij in huilen was uitgebarsten. Ze vertelde hem dat ze zich schuldig voelde tegenover de kinderen die ze eerder was verloren en dat ze niet kon genieten van het meisje dat er nu was.
De vader vertelde me ook dat hij vreesde voor een postnatale depressie en dat hij zijn vrouw vroeg om psychische hulp te zoeken. Dat wilde ze niet. Volgens haar waren het maar kraamtranen en zou het allemaal wel goedkomen. Hij dacht van niet en beklaagde zich over het feit dat ze nooit de tijd hadden genomen om de twee eerdere miskramen te verwerken.
Lees ook: Postpartum (postnatale) depressie: wat kun je doen?
Machteloos
Ik geniet van mijn werk als kraamverzorgende en kan altijd wel ergens het positieve van inzien. Maar dit keer had ik het zwaar. Ikzelf ben tegen de kraamvrouw ook voorzichtig begonnen over psychische hulp, maar ze wilde er echt niets van weten.
Ook voor de verloskundige, de huisarts en een medewerker van het consultatiebureau had ze dezelfde boodschap. Ik voelde me machteloos.
Nog vaak denk ik aan de kraamvrouw. Achteraf zijn er honderdduizend dingen die ik misschien anders had kunnen doen. Had ik misschien haar beste vriendin die op kraamvisite was, moeten vragen voor een interventie? Aan de andere kant: ik ben ook maar de kraamverzorgende.
We zijn inmiddels 2,5 jaar verder. Ik hoop dat het goed gaat met het gezin. Dat moeder weer gelukkig is en geniet van haar mooie dochter.’
Lees ook: Wat doet een kraamverzorgster (en wat niet)?
Liefhebber van onze rubriek Kraamwerk? We publiceren iedere zaterdag een nieuwe aflevering, eerder gepubliceerde Kraamwerken vind je in ons dossier. Liever op papier? Dat kan! De bijzonderste afleveringen zijn gebundeld in een boek.