Rob Jetten verwacht een baby met een draagmoeder, solovader Brian (55) kreeg zo dochter Lola: ‘Er is geen stappenplan, het is een jungle’
Rob Jetten verwacht een baby via een eiceldonor en een draagmoeder. Solovader Brian Fernandes (55) doorliep hetzelfde traject in Canada – in z’n eentje. ‘Het voelde als een jungle, en daarna begon het gevecht met de regels pas.’
Brian droomde altijd van een gezin mét partner, maar toen die wens strandde, besloot Brian in zijn eentje door te gaan. Via een jarenlang traject met een eiceldonor en draagmoeder in Canada werd hij op 53-jarige leeftijd vader van Lola. De weg ernaartoe was lang en kende de nodige teleurstellingen. Inmiddels is Lola 2 jaar, loopt alles op rolletjes en is het vaderschap een stuk leuker geworden.
Je had altijd het idee dat je vader zou worden mét een partner. Wanneer veranderde dat?
'Dat was best lastig. Ik ben uiteindelijk tien jaar met iemand samen geweest en we hebben daar jarenlang over gepraat. Hij was wat jonger en ik heb ook een tijd gewacht tot hij er klaar voor zou zijn. Uiteindelijk bleek dat die wens er bij hem niet kwam. Toen was ik inmiddels 43. Op een gegeven moment dacht ik: mijn wens om vader te worden is blijkbaar groter dan bij hem te blijven. Ik ga gewoon aan dat project kind beginnen. En dan komt die nieuwe vriend vanzelf wel.'
Was het een moeilijke beslissing om die twee wensen van elkaar los te koppelen?
'Ja. Want je neemt afscheid van een bepaald toekomstbeeld. Waar ik me alleen volledig op heb verkeken, is hoe lang en onzeker het traject voor een man kan zijn.’
Waarom is dat voor een man zo ingewikkeld?
'Als vrouw kun je op allerlei manieren zwanger worden. Bijvoorbeeld via een spermabank. Voor een man zonder baarmoeder ligt dat natuurlijk heel anders. Je bent aangewezen op draagmoederschap, vaak in het buitenland. En daar is geen simpel stappenplan voor. Het is echt een jungle.’
Lees ook: Draagmoederschap: wat mag en wat niet?
Waar begon je?
'Bij een advocaat in Nederland. Die kan je vertellen wat juridisch mogelijk is, maar vervolgens moet je zelf ontzettend veel uitzoeken en keuzes maken. Uiteindelijk heeft het bij mij ongeveer tien jaar geduurd voordat Lola er was.’
Je moest eerst een eiceldonor vinden. Hoe werkt zo'n keuze?
'Dat is ontzettend overweldigend. Je krijgt een database met vrouwen die zich als eiceldonor hebben aangemeld. De keuze is reuze en je kunt onder andere hun medische achtergrond bekijken. Dan ga je opeens nadenken over dingen waar je normaal nooit over nadenkt. Als je iemand in de kroeg ontmoet en verliefd wordt, vraag je ook niet eerst of haar broer autisme heeft of welke overige erfelijke aandoeningen er in haar familie voorkomen. Maar hier staat dat allemaal zwart-op-wit. Dat vond ik een enorme mindfuck.'
Hoe ging de zoektocht naar een draagmoeder?
'Dat liep via een bemiddelingsbureau in Canada. Met de eerste ben ik bijna twee jaar bezig geweest. Ik ben zelfs naar Canada gevlogen om haar te ontmoeten. Ze liet me daar een uur wachten in een winkelcentrum. Ik merkte toen al dat er iets niet klopte. Daarna werd ik nog twee keer gemismatched met andere draagmoeders voordat ik uiteindelijk iemand vond met wie het wel goed voelde. Zij is mijn draagmoeder geworden.’
Lees ook: Draagmoederschap anno nu: een steeds meer geaccepteerde vorm van ouderschap?
Jullie band werd zelfs zo hecht dat je bij haar in huis woonde.
'Ja. Ik ben ongeveer vijf weken bij haar en haar kinderen in huis geweest, waarvan twee weken voor de bevalling. Ik kookte, bracht haar kinderen naar school en hielp haar waar ik kon. We waren eigenlijk een soort gezinnetje.’
Was je ook bij de bevalling?
'Ja, en dat vond ik magisch. De geboorte van een kind is echt ongelooflijk bijzonder. Zij benadrukte steeds: 'This is your baby.' Dat hielp.’
En daar begon weer een heel ander gevecht…
'Ja. In Canada stond ik als vader en enige ouder op de geboorteakte, maar in Nederland was dat niet zomaar geregeld. Ik liep tegen allerlei juridische problemen aan. Lola kon bijvoorbeeld niet gewoon in de gemeentelijke basisregistratie worden ingeschreven. Uiteindelijk heeft het bijna twee jaar geduurd voordat ze, na tussenkomst van de rechter, in de BRP opgenomen kon worden.’
Wat betekende dat in de praktijk?
'Heel veel gedoe. Lola had een Canadees paspoort. Ik moest bijvoorbeeld iedere drie maanden naar de IND om een verblijfssticker te halen, in afwachting van de uitspraak van de rechter. Anders verbleef ze hier illegaal omdat ze niet als Nederlandse ingezetene geregistreerd stond. Ook de verzekering was een probleem. In het begin heb ik zelfs een hele dure commerciële verzekering moeten afsluiten, omdat ik bij mijn eigen verzekering in eerste instantie tegen een dichte deur liep. Je voelt je dan alsof je om een gunst vraagt, terwijl ik dacht: dit is mijn kind, mijn vlees en bloed. Waarom moet ik hier zo hard voor vechten?’
Kon je ondanks al dat gedoe genieten van het feit dat je eindelijk vader was?
'Eerlijk gezegd vond ik het eerste jaar niet leuk. Dat is misschien niet wat mensen verwachten na tien jaar wachten. Ik houd ontzettend veel van haar, maar ik vond de babyfase eenzaam en beperkend. Ik was altijd iemand die ontzettend veel deed. Mijn 24 uur per dag was eigenlijk altijd te weinig. En ineens kon ik bijna niets meer. Ik wist: dit wordt vanzelf leuker.'
Denk je dat dat anders was geweest als je een partner had gehad?
'Misschien wel. Dan kun je elkaar steunen en samen de kleine dingen beleven. Alleen met een baby vond ik het soms gewoon saai. En je hebt natuurlijk ook niet de zwangerschap meegemaakt. Mijn draagmoeder zat in Canada. Ik stond bij de geboorte eigenlijk meteen op 1-0 achter, zonder die negen maanden waarin je er langzaam naartoe groeit.’
Wanneer veranderde dat?
'Na ongeveer anderhalf jaar. Toen konden we echt met elkaar communiceren en werd het veel leuker. Ik heb ook ontzettend veel geluk gehad met Lola. Ze is een heel makkelijke en sociale baby.’
Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt?
'Mensen zeggen vaak tegen me: 'Tien jaar? Ik had het allang opgegeven.' Maar dat voelt voor mij niet als iets om trots op te zijn, want ik geef niet zo snel op. Waar ik wel trots op ben, is dat ik het onder de gegeven omstandigheden met Lola voor elkaar krijg. Want makkelijk is het niet zo in je eentje. Samen komen we er wel.'
Hoe is het contact nu met de eiceldonor en de draagmoeder?
'De eiceldonor woont inmiddels in Londen. Ik kom daar regelmatig en neem Lola soms mee. Ze hebben elkaar dus al ontmoet. De draagmoeder woont in Canada. Met haar heb ik ongeveer iedere maand een videocall en het plan is dat ik daar met Lola volgend jaar naartoe ga. Ik vind het mooi dat beide vrouwen onderdeel kunnen blijven van haar leven, voor zover dat voor iedereen goed voelt.’