Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Afwijkende hoofdliggingen

De meeste baby’s liggen bij de bevalling in achterhoofdsligging: met hun achterhoofd richting de buik van de moeder. Maar soms ligt een baby met zijn hoofd in een andere positie. Zo’n afwijkende hoofdligging kan de geboorte moeilijker maken en de kans op een keizersnede vergroten.

In samenwerking met expert

Karlijn Janssen

Verloskundige

Baby draait naar hoofdligging

Tot ongeveer week dertig van de zwangerschap heeft een baby nog veel bewegingsruimte in de baarmoeder en kan hij alle kanten op bewegen en liggen. Rond dertig weken zwangerschap, als het hoofd zwaarder wordt, gaan de meeste baby’s (zo’n 70%) met hun hoofd naar beneden liggen. Meestal gebeurt dit voor de 36e week van je zwangerschap. Blijft je baby met zijn billen (en dus zijn stuitje) naar beneden liggen, dan heet dit een stuitligging.

Advertentie

In de maand vóór de uitgerekende datum ligt 15% van de baby’s niet met het hoofd naar beneden. Rond de uitgerekende datum is dit nog maar 3 tot 4%. Stuitligging wordt in de verloskunde niet gezien als een afwijking, maar als een variatie op een normale ligging.

Achterhoofdsligging

Draait je baby wel met zijn hoofd naar beneden, dan gaat hij waarschijnlijk met zijn achterhoofd en rug richting de zijkant van je buik liggen. Ook ligt hij met zijn kin op zijn borst, zodat zijn achterhoofd in je bekken ligt. In de verloskunde heet dit ook wel de AAV-ligging (achterhoofdsligging, achterhoofd voor.) Dit is de meest ideale hoofdligging, omdat je baby zo het makkelijkst door het bekken past tijdens de bevalling. Hij kan de inwendige spildraai het makkelijkst maken en de schedeldelen kunnen in deze positie iets over elkaar schuiven (dit heet moulage), waardoor het hoofd nog wat kleiner wordt.

Sterrenkijker: Achterhoofdsligging met achterhoofd achter

Soms ligt een baby niet met zijn achterhoofd richting de buik van de moeder, maar meer richting haar rug. Tijdens de bevalling draaien de meeste baby’s alsnog met hun achterhoofd richting buik en hun gezicht naar achteren. Maar soms lukt de inwendige spildraai niet goed in deze ligging, of draait de baby juist met zijn achterhoofd naar achteren. Dit wordt ook wel een sterrenkijker genoemd: als de moeder tijdens de geboorte op haar rug ligt, komt de baby met zijn gezicht richting de sterren tevoorschijn.

Bij een achterhoofdsligging met het achterhoofd achter kan een baby minder makkelijk door het bekken. Als de verloskundige of gynaecoloog dit op tijd merkt, kan ze de baby vaak nog in de goede positie draaien. Zo’n 5 tot 8% van de baby’s wordt als sterrenkijker geboren. Gaat de geboorte erg moeizaam, dan kan een vacuumpomp of keizersnede nodig zijn.

Voorhoofdsligging

Het kan ook gebeuren dat een baby niet met zijn kin op zijn borst in het bekken ligt, maar met zijn hoofd een beetje naar achteren gekanteld. Daardoor ligt zijn voorhoofd tegen de baarmoedermond. In deze ligging past het hoofd minder makkelijk door het bekken, maar tijdens het persen kan je baby altijd nog in een gunstiger positie komen te liggen. Toch is de kans vrij groot dat een baby in voorhoofdsligging wordt geboren via een keizersnede.

Aangezichtsligging

In deze positie ligt een baby helemaal met zijn hoofd naar achteren gekanteld, waardoor zijn gezicht tegen de baarmoedermond ligt. Dit noem je aangezichtsligging. Ook in deze ligging past het hoofd minder makkelijk door het bekken. Tijdens het persen kan de baby zijn ligging nog aanpassen, waardoor hij makkelijker door het geboortekanaal past. De persfase duurt vaak wel langer dan normaal en de kans op een keizersnede is groter.

Kruinligging

Ligt je baby in deze positie, dan ligt hij niet met zijn achterhoofd naar beneden, maar met zijn kruin, dus de bovenkant van zijn hoofd. Ook in kruinligging gaat de geboorte vaak moeizamer en duurt de persfase langer. En ook in dit geval kan een baby zijn ligging tijdens de persfase nog aanpassen. Lukt dit niet en duurt de persfase daardoor te lang, dan volgt ook bij deze ligging een keizersnee.

Hoe herken je een afwijkende hoofdligging?

Verloskundigen kunnen vaak aan de hand van het weeënpatroon zien dat een baby misschien niet optimaal in het bekken ligt. Bijvoorbeeld omdat de bevalling een lange aanloop heeft, de weeën beginnen en weer stoppen of omdat de persdrang te vroeg start. Ook kan de pijn van de weeën bij een afwijkende hoofdligging vooral in de rug of bij het stuitje voelbaar zijn. Door inwendige controle kan de verloskundige, als er genoeg ontsluiting is, aan de schedelnaden voelen hoe het hoofdje van de baby ligt.

Afwijkende hoofdligging: wat kun je doen?

Je kunt een afwijkende hoofdligging van je baby niet voorkomen. Voldoende beweging tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld bij zwangerschapsyoga of met de methode Spinning Babies, kan wel helpen voor een goede stand van de baarmoeder en het bekken. Dat kan een gunstige invloed hebben op de ligging van de baby.

Als tijdens de bevalling blijkt dat je baby niet gunstig ligt, kun je proberen hem in een betere ligging te helpen door met je houding ruimte te maken in je bekken. Als je op handen en knieën gaat zitten, is er meer ruimte binnen in je bekken. Die ruimte kan je baby benutten om met zijn hoofd bij te draaien. Deze houding kan er ook voor zorgen dat de weeën minder pijnlijk worden. Liggend op je rug is de ruimte in je bekken het kleinst en is de kans dat je baby bijdraait dus ook kleiner.

Blog: De geboorte van een sterrenkijker

Karlijn Janssen

Verloskundige

Karlijn Janssen is sinds 2010 verloskundige, echoscopiste en heeft enkele jaren haar eigen verloskundigenpraktijk gehad. Op dit moment heeft Karlijn een eigen praktijk in Amsterdam: het Geboortecentrum. Karlijn geeft advies en voorlichting aan zwangere vrouwen en hun eventuele partner. Ze specialiseert zich momenteel ook tot echoscopiste. Ze heeft twee zonen.

Contact
Website