ZwangerZwangerschapscomplicaties

Vroeggeboorte: 5 signalen die je nooit mag negeren (en wat je moet doen)

Vroeggeboorte 5 signalen die je nooit mag negeren (en wat je moet doen) Getty Images
Getty Images
Leestijd 7 minuten
(Medisch) beoordeeld door:
Lees verder onder de advertentie

Kans op een vroeggeboorte?

Het komt regelmatig voor dat je baby eerder wordt geboren dan de uitgerekende datum. Is dat eerder dan 37 weken zwangerschap, dan heet dit een vroeggeboorte. Dit komt voor bij ongeveer 5 tot 18 procent van alle zwangerschappen. Ook is het soms beter voor de baby of moeder om eerder te bevallen, bijvoorbeeld bij een ernstige zwangerschapsvergiftiging. Deze vroeggeboortes worden dan opgewekt in het ziekenhuis.

Sommige vrouwen hebben een verhoogd risico op een vroeggeboorte, zoals bij een tweelingzwangerschap of bij een eerdere baarmoederhalsoperatie. Je verloskundige of gynaecoloog neemt bij de eerste zwangerschapscontrole de risicofactoren met je door en bespreekt of je een verhoogd risico hebt op een vroeggeboorte. Kun je een spontane vroeggeboorte zien aankomen en op welke signalen moet je letten?

Wat zijn de signalen van een vroeggeboorte?

Je kunt van tevoren niet voorspellen of je te vroeg gaat bevallen. Wel zijn er verschillende signalen die kunnen wijzen op een vroeggeboorte. Al lijken sommige symptomen ook op ‘normale’ zwangerschapsklachten, zoals druk op je bekken. Het is dan ook verstandig om contact op te nemen met je verloskundige. Doe dit zeker als je het gevoel hebt dat er ‘iets’ niet klopt of als je je zorgen maakt.

  1. 1

    Pijnlijke harde buiken
    Harde buiken zijn normaal in de zwangerschap. Zeker bij een tweeling kun je hier al vroeg in de zwangerschap last van hebben. Dit kan vervelend aanvoelen, maar je hoort er nooit écht pijn van te hebben. Twijfel je of je last van harde buiken hebt? Bij een ontspannen baarmoeder kun je je buik een stukje indrukken. Bij een harde baarmoeder kan dit niet en voelt je buik als een harde bal. Heb je pijnlijke harde buiken die regelmatig komen en gaan? Neem dan contact op met de verloskundige of gynaecoloog.

  2. 2

    Menstruatie-achtige krampen
    Tijdens je zwangerschap kun je last krijgen van krampen in je onderbuik. Deze krampen worden veroorzaakt door de rek op je baarmoederwand en de banden (bandenpijn). In sommige gevallen verergeren de krampen door de bewegingen van je ongeboren baby. Ze zijn in de meeste gevallen onschuldig. Worden de krampen erger en doen ze meer pijn? Dat kan een teken zijn dat je gaat bevallen. Meestal wordt je buik dan ook hard. Neem in dit geval altijd contact op met je verloskundige of gynaecoloog.

  3. 3

    Lage rugpijn
    Veel vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap pijn in hun onderrug. Vooral vrouwen die in verwachting zijn van een meerling hebben hier last van. Lage rugpijn die regelmatig komt en gaat (bijvoorbeeld elke tien tot vijftien minuten) kan een teken zijn dat je gaat bevallen. Deze lage rugpijn gaat vaak samen met een harde buik. Als de pijn niet weggaat bij een andere houding is het verstandig om de verloskundige of gynaecoloog te bellen.

Lees verder onder de advertentie

Het verliezen van vruchtwater

Tijdens je zwangerschap heb je vaker last van vaginale afscheiding. Dit is normaal en niets om je zorgen over te maken. Het is wel belangrijk dat je zeker weet dat het gaat om vaginale afscheiding en niet om vruchtwater.

Verlies je vocht en weet je niet wat het is? Ruik en voel eraan om erachter te komen. Normale afscheiding is dun en een beetje plakkerig. Vruchtwater is niet plakkerig en heeft een weeïge, zoete geur. Ook drijven er in vruchtwater vaak witte vlokjes. Zeker als je te vroeg bevalt, kun je die duidelijk zien.

Vruchtwater hoeft niet in één keer met een hele plons te komen, het kan geleidelijk gaan. Twijfel je of je vruchtwater verliest? Bel dan met de verloskundige of gynaecoloog om te overleggen.

Bloedverlies: een teken van vroeggeboorte?

Bloedverlies komt soms voor in de tweede helft van de zwangerschap en kan een van de signalen van een vroeggeboorte zijn. Met name als je ook last van harde buiken, krampen of lage rugpijn hebt. Bloedverlies kan ook door andere oorzaken ontstaan, zoals placentaproblemen. Neem daarom altijd contact met je verloskundige of gynaecoloog op als je opeens bloedverlies hebt.

Lees meer over
bloedverlies tijdens de zwangerschap

Weeën vs. oefenweeën

Al vroeg in je zwangerschap – vanaf ongeveer zes weken – treden de eerste oefenweeën op. Daar voel je in eerste instantie niks van. Het zijn de spieren in de baarmoederwand die oefenen om straks een bepaalde beweging te kunnen maken om de bevalling soepel te laten verlopen.

Hoe dichter je bij de uitgerekende datum komt, hoe heftiger oefenweeën kunnen zijn. Ze voelen aan als plotselinge, pijnlijke steken maar duren hooguit dertig seconden en nemen daarna af. Echte weeën daarentegen komen en gaan, doen pijn en houden ongeveer een minuut aan. Ook leiden ze tot ontsluiting of het breken van de vliezen. Als weeën optreden voor de 37e week wordt gesproken van vroegtijdige weeën.

Lees ook:
hoe voelt een wee?

Lees verder onder de advertentie

Signalen vroeggeboorte: en dan?

Lijkt het alsof je vroegtijdige weeën hebt, dan word je door de gynaecoloog onderzocht. De gynaecoloog kijkt tijdens een echo naar de lengte van de baarmoedermond, of voelt aan de baarmoedermond of je al ontsluiting hebt. Soms wordt er met een wattenstokje rondom de baarmoedermond slijm afgenomen en wordt de stof fibronectine gemeten. Deze stof komt vrij aan het begin van de bevalling. Als deze stof niet aanwezig is (de test is negatief), dan is de kans dat je gaat bevallen erg klein. De test is niet zo betrouwbaar als je al bloedverlies of gebroken vliezen hebt.

Vroegtijdige weeën zorgen niet altijd voor een vroeggeboorte. Dankzij behandeling met rust en soms ook medicijnen kan de zwangerschap soms enkele dagen tot weken worden verlengd. In sommige gevallen gaat de dreiging voorbij en kun je weer naar huis en alsnog rond de uitgerekende datum bevallen.

Wat als je baby eerder lijkt te komen?

Dreigt een vroeggeboorte dan probeert de gynaecoloog de bevalling uit te stellen of in elk geval de situatie zo optimaal mogelijk te maken voor als de baby toch komt. Het uitstellen van de bevalling is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de duur van de zwangerschap, de fysieke conditie van moeder en kind, en de mate van ontsluiting van de baarmoedermond. Ook onderzoekt de gynaecoloog de reden voor de vroeggeboorte (zoals een infectie) en of het uitstellen van de geboorte zinvol is. Soms is de bevalling al zo ver gevorderd dat uitstellen niet meer mogelijk is.

Als de gynaecoloog de dreigende vroeggeboorte heeft vastgesteld, kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  1. 1

    Bedrust
    Of bedrust echt kan zorgen voor het uitstellen van een bevalling, daar zijn artsen het niet over eens. Toch wordt het vaak wel geadviseerd bij weeën, omdat het het aantal harde buiken kan verminderen en daardoor de bevalling kan uitstellen. Daarnaast wordt bedrust voorgeschreven als de vliezen zijn gebroken en het hoofdje van de baby nog niet is ingedaald om te voorkomen dat de navelstreng langs het hoofdje gaat.

  2. 2

    Medicatie voor longrijping (corticosteroïden)
    De arts kan besluiten om medicijnen voor longrijping toe te dienen, zogenaamde corticosteroïden. Deze hormonen zorgen ervoor dat het deel van de longen dat al is aangelegd sneller rijpt. Er wordt een vloeistof in de longen aangemaakt die gestimuleerd wordt door corticosteroïden. Dit zorgt ervoor dat de longen makkelijker lucht aan de bloedvaten kunnen geven wanneer de baby te vroeg geboren wordt.
    Corticosteroïden zijn stresshormonen. Hierdoor zullen de longblaasjes van de baby sneller doorrijpen waardoor ademhalen makkelijker zal gaan. Er blijft echter vaak een groot tekort aan longblaasjes aanwezig. De baby zal na de geboorte waarschijnlijk nog steeds ondersteuning bij het ademhalen nodig hebben (afhankelijk van hoe vroeg de baby wordt geboren). Gelukkig is deze remming tijdelijk en ontwikkelen nieuwe longblaasjes zich na de geboorte snel.

    Medicijnen voor longrijping worden meestal tot 34 weken zwangerschap via een injectie aan de moeder gegeven. Het eerste effect voor de baby wordt al een paar uur na de injectie bereikt. De werking houdt ongeveer tien tot veertien dagen aan. Als de bevalling tussen de 34 en 37 weken op gang komt, worden er meestal geen medicijnen voor longrijping gegeven.

  3. 3

    Weeënremmers
    Weeënremmende medicijnen houden de samentrekking van de baarmoeder tegen. Het doel van weeënremmers is dat de medicijnen voor longrijping de tijd hebben om in te werken. Ook worden ze gebruikt als je overgeplaatst wordt naar een gespecialiseerd ziekenhuis, bijvoorbeeld als je baby nog erg prematuur is (voor 32 weken). Je krijgt de medicatie maximaal 48 uur toegediend.

    Er zijn ook studies die het nut van weeënremming ter discussie stellen en voorstellen om ze helemaal niet meer toe te dienen. In Nederland vindt op dit moment een groot onderzoek (Apostel 8) plaats om dit goed uit te zoeken.

Lees verder onder de advertentie

Bronnen: Nederlands Jeugdinstituut , Radboudumc