Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 

Hechtingsproblemen, hoe herken je ze?

Veruit de meeste Nederlandse kinderen zijn veilig gehecht. Maar wat betekent het als je kind hechtingsproblemen heeft? Hoe herken je onveilige hechting bij je kind? En is er iets aan te doen?

Wat zijn hechtingsproblemen

Met hechting wordt de wederzijdse band tussen een kind en zijn ouders of verzorgers bedoeld. Deze band ontstaat al tijdens de zwangerschap en ontwikkelt zich verder tijdens de eerste levensjaren van je kind. Een kind hecht zich in zijn eerste jaren meestal aan zijn ouders en een paar andere mensen, zoals opa’s en oma’s of een buurvrouw die vaak oppast.

Advertentie

Op welke manier een kind ‘gehecht is’, verschilt per kind en thuissituatie. Een goede hechting wordt ‘veilige hechting’ genoemd. Een veilige hechting is belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind, maar ook voor de taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling. Een veilige hechting helpt je kind om op latere leeftijd op een goede manier relaties aan te gaan.

Soms verloopt de hechting door omstandigheden niet goed en raakt een kind ‘onveilig gehecht’. Als een kind onveilig gehecht is, kan dat tot gedragsproblemen leiden, maar dat hoeft niet. Deze gedragsproblemen worden ook wel hechtingsproblemen genoemd. Als een kind ernstige hechtingsproblemen heeft, kan er sprake zijn van een hechtingsstoornis.

Onveilige hechting bij kind

Ongeveer dertig tot veertig procent van de kinderen raakt onveilig gehecht. Dat kan verschillende oorzaken hebben, waar je verderop in dit artikel meer over leest. Er zijn drie onveilige hechtingsstijlen:

  • Veilige hechting
  • angstig-ambivalente hechting
  • vermijdende hechting
  • gedesorganiseerde hechting

Een kind dat onveilig gehecht is, kan hechtingsproblemen krijgen, zowel in zijn jeugd als op latere leeftijd. Het is mogelijk dat je kind er tijdens zijn kinderjaren weinig van merkt, maar dat het pas tot uiting komt als hij volwassen is. Hij kan dan bijvoorbeeld last krijgen van verlatingsangst in zijn relaties of moeite hebben met gezag. Ook hebben kinderen met hechtingsproblemen later een grotere kans op depressies, eetproblemen, verslavingen en angststoornissen.

Niet elk kind dat onveilig gehecht is, heeft hechtingsproblemen of een hechtingsstoornis. Zo’n 25 tot 30 procent van de bevolking heeft grote of minder grote hechtingsproblemen, en maar bij ongeveer 1 procent spreken we van een hechtingsstoornis.

Verhoogd risico op onveilige hechting

Er is niet één oorzaak te noemen waardoor een kind onveilig gehecht raakt; er zijn wel verschillende omstandigheden die het risico op onveilige hechting vergroten. Het gaat hierbij om factoren bij het kind, factoren bij de ouders en omgevingsfactoren:

Kind:

  • Adoptiekinderen: doordat de band met de biologische ouders bij adoptiekinderen wordt verbroken, kan een trauma ontstaan. Hierdoor kunnen ze het lastig vinden om relaties aan te gaan. Deze kinderen kunnen zich in de steek gelaten voelen, waardoor hun vertrouwen een deuk oploopt. Sommige adoptiekinderen zetten zich af tegen hun adoptieouders in loyaliteit naar hun biologische ouders. Lees hier meer over de voor- en nadelen van gesloten en open adoptie.
  • Pleegkinderen: voor pleegkinderen, die vaak al een onveilige hechting hebben met hun ouders, is een uithuisplaatsing een ingrijpende gebeurtenis. Ze kunnen bang zijn voor afwijzing en zich daardoor afstandelijk gedragen.
  • Kinderen met lichamelijke gebreken of stoornissen.
  • Huilbaby’s of temperamentvolle kinderen.
  • Ongewenste kinderen.
  • Prematuur geboren kinderen
  • Kinderen die lange tijd in het ziekenhuis liggen.
  • Kinderen met wisselende opvoeders.
  • Kinderen uit gebroken gezinnen (lees ook: zo voorkom je een vechtscheiding).
  • Kinderen van wie een of beide ouders zijn overleden (vooral als dit gebeurt op heel jonge leeftijd van het kind). Meer weten: de zorg voor je kind na je overlijden.

Ouders:

  • Ouders die zelf onveilig gehecht zijn.
  • Ouders die in hun jeugd mishandeld of verwaarloosd zijn.
  • Ouders met psychische problemen of trauma’s.
  • Ouders die lijden onder (onverwerkt) verdriet.
  • Moeders die een moeilijke zwangerschap hebben gehad.

Omgeving, bijvoorbeeld:

  • Armoede
  • Slechte woonomgeving
  • Migratie

Kenmerken van hechtingsproblemen bij kind

Hoe kun je hechtingsproblemen bij je kind herkennen? Er zijn verschillende kenmerken waar je op kunt letten in het gedrag van je kind, zowel in het dagelijks leven als op school:

Gedrag dagelijks leven:

  • Weinig zelfvertrouwen
  • Gevoelig voor stress
  • Druk en chaotisch
  • Snel boos of agressief
  • Twee gezichten: thuis gedragen ze zich heel anders dan op school
  • Lichamelijk erg aanhankelijk
  • Teruggetrokken
  • Oppervlakkig in contact
  • Laat zich niet knuffelen of troosten
  • Gespannen, nerveuze indruk
  • Manipuleren binnen relaties
  • Aantrekken en afstoten van andere kinderen
  • Weinig vaste relaties, veel vluchtige contacten
  • Wantrouwen naar volwassenen
  • Problemen met gezag
  • Hoger risico op depressie en angsten

Tip: Zo help je een onzeker kind

Gedrag op school:

Let op: niet alle kinderen met hechtingsproblemen laten deze kenmerken zien en ook zeker niet allemaal tegelijk. Daarnaast betekenen deze gedragsproblemen niet automatisch dat er sprake is van hechtingsproblematiek; er kunnen ook andere oorzaken zijn. Lees hier meer over gedragsproblemen bij jonge kinderen.

Hechtingsproblemen of hechtingsstoornis?

Hechtingsproblemen zijn niet hetzelfde als een hechtingsstoornis. Een hechtingsstoornis komt in uitzonderlijke gevallen voor; bij ongeveer één procent van de bevolking. Het gaat dan om een psychische stoornis die is ontstaan door bijvoorbeeld kindermishandeling, extreme verwaarlozing of als een kind keer op keer naar andere pleegouders moet. Bij een hechtingsstoornis heeft een kind vaak grote problemen met het aangaan van relaties en in de sociale interactie met andere mensen. Een kind met een hechtingsstoornis kan heel gesloten zijn, contact met anderen vermijden en heel wantrouwend tegenover mensen in het algemeen zijn. Of het kind is juist ongeremd in zijn contact met andere mensen, maakt geen verschil tussen bekende en vreemde mensen en gaat zonder terughoudendheid relaties aan met onbekenden.

Omgaan met hechtingsproblemen

Het kan voor ouders of verzorgers van een kind met hechtingsproblemen  moeilijk zijn om met hem om te gaan. Bijvoorbeeld als een kind niet wil knuffelen of zelfs geen enkele affectie toont, of als hij erg agressief gedrag naar de ouders of verzorgers vertoont. Als dit zo is, is het heel belangrijk dat je je als ouder/verzorger niet afzijdig gaat houden. Blijf liefdevol met je kind omgaan. Een kind moet altijd het gevoel hebben dat zijn ouders of verzorgers van hem houden en er altijd voor hem zullen zijn.

Lees ook: Zo ga je om met een boos kind

Hechtingsproblemen voorkomen

Hechtingsproblemen kun je voorkomen door te zorgen voor een veilige hechtingsrelatie met je kind. Dat begint al voor de geboorte en het gaat voor een heel groot deel vanzelf. Lees hier hoe je het hechtingsproces met je baby kunt bevorderen.

Het eerste jaar van een kind is vrij bepalend voor de hechting. In deze periode ontwikkelt het aantal verbindingen in het brein zich razendsnel. Ook het sociale brein ontwikkelt zich, maar daar heeft je baby jou wel voor nodig. Kijk en luister goed naar je kind. Op een gegeven moment ga je signalen herkennen en weet je wat je kind nodig heeft: een schone luier, melk, een dutje, even troosten omdat hij pijn heeft. Als jij voor hem zorgt en reageert op zijn behoeftes, bevordert dat jullie hechting. Als je baby voelt dat er van hem wordt gehouden en dat hij veilig bij je is, kan hij zich goed ontwikkelen.

Je kind raakt veilig gehecht als jij:

  • reageert en aandacht geeft als je kind contact zoekt, bijvoorbeeld als hij brabbelt, huilt of lacht.
  • zelf contact zoekt met je kind.
  • je kind voedt als hij honger heeft.
  • hem troost als hij huilt.
  • zijn luier verschoont als hij vuil is.
  • hem liefdevol knuffelt en wiegt.
  • met je kind speelt en voor hem zingt als hij dat wil.
  • laat merken dat je begrijpt waar hij behoefte aan heeft.

Uiteraard is het ook na het eerste jaar belangrijk om aandacht te blijven besteden aan jullie hechtingsrelatie: knuffelen, samen spelen, luisteren naar wat hij nodig heeft, hem helpen, ook bij het uiten en verwerken van gevoelens. Alles wat bijdraagt aan de veilige basis die jij voor hem bent.

Moeite met hechten aan je baby?

Je baby gaat zich al tijdens de zwangerschap aan jou hechten en omgekeerd. Ook je partner kan al werken aan de hechtingsband, door contact te maken met jullie baby in de buik. Na de bevalling gaat het hechtingsproces bij beide ouders verder. Niet alle ouders voelen direct na de geboorte een sterke band met hun baby. Dit kan bijvoorbeeld komen door:

  • Je hormonen: die zijn volop in verandering.
  • De bevalling: veel vrouwen (maar soms ook partners) hebben tijd nodig om hun bevalling te verwerken, zeker als het een zware bevalling was.
  • Een baby in de couveuse: het is moeilijker een band op te bouwen met een baby die niet direct bij je is.
  • Een baby die veel huilt: door het constante huilen en de stress bij de baby en de ouders kan het lastig zijn om direct een band te voelen.
  • Je verwachtingen: die waren misschien anders dan de werkelijkheid.
  • Wennen aan het nieuwe leven als ouders, dit kost tijd.
  • Andere zorgen, zoals over geld of ziekte.

Voor het hechtingsproces is het hormoon oxytocine essentieel. Als jij of je baby veel stresshormoon aanmaakt, wordt de oxytocine-aanmaak lastiger. Er kunnen allerlei omstandigheden zijn die stress veroorzaken en die kun je nu eenmaal niet altijd voorkomen. Voel je hier niet schuldig over. Je kunt wel kijken wat de situatie kan verbeteren en wat je kunt doen om de hechting te helpen. Weet ook dat je instinctief al veel doet voor de hechting. Soms gaat het proces langzamer, maar dan komt het nog steeds goed.

Heb je last van negatieve gevoelens die niet overgaan, dan zou het kunnen dat je een postnatale depressie hebt. De hechting verloopt dan vaak lastiger. Praat erover met je partner of familie en vrienden zoek vooral hulp bij het consultatiebureau of je huisarts. Er is namelijk een oplossing voor.

Onveilige hechting herstellen

Een kind kan zich herstellen van een onveilige hechting. Een onveilige hechtingsstijl is makkelijker te veranderen in een veilige, dan omgekeerd. Al kan de onveilige hechting wel blijvende invloed hebben op je kind, ook als de hechting goed is hersteld. Het hangt van je kind af in welke mate hij daar later nog last van zal hebben.

Een onveilige hechting herstelt zich niet zomaar. Het is belangrijk om veel aandacht te blijven besteden aan de band met je kind. Zorg ervoor dat je kind zich veilig en geliefd voelt. Laat merken dat jij begrijpt waar hij behoefte aan heeft.

Misschien vind je het lastig om te ontdekken wat je kind nodig heeft, of blijf je je onzeker voelen over jullie band. Of misschien heb je het vermoeden dat je kind hechtingsproblemen heeft. Dan is het verstandig om professionele begeleiding te zoeken, bijvoorbeeld van een kinderpsycholoog of kindercoach. Samen kunnen jullie werken aan het herstel van de hechtingsband. Sommige ouders vinden het moeilijk om deze stap te zetten, maar het is in het belang van je kind en jezelf om hier hulp bij te vragen. Je hoeft je hier niet voor te schamen; onveilige hechting komt vaker voor dan je misschien denkt. Je kunt je zorgen bespreken met je huisarts of op het consultatiebureau.

Lees ook: Wanneer ga je naar een kinderpsycholoog?

Bronnen: Nederlands Jeugdinstituut (NJI), Psychologen Nederland (Psyned)