Rooming-in versus rooming-out

Rooming-in versus rooming-out

Veel baby’s slapen de eerste maanden bij hun ouders op de kamer. Rooming-in heet dat. Het is gezellig, je hebt zo goed zicht op je baby en het is handig als je borstvoeding geeft. Maar er komt een moment dat je baby in z’n eigen kamertje gaat slapen (rooming-out). Onze slaapexpert Susanne Willekes vertelt je er alles over.

Voordelen rooming-in

Ook al staat er op de meeste baby’s een schattige babykamer te wachten, veel ouders kiezen er toch voor om het wiegje of ledikantje van hun baby de eerste maanden bij hen op de slaapkamer te zetten: rooming-in heet dat. Dit is trouwens wat anders dan co-sleeping, waarbij de baby in een co-sleeper naast het bed – bij de ouders slaapt (of bedding-in, waarbij de baby in het ouderlijk bed slaapt). Rooming-in heeft verschillende voordelen; je bent dichtbij als je kind ’s nachts huilt of gevoed wil worden en kun je je baby goed in de gaten houden. Rooming-in zou de kans op wiegendood dan ook aanzienlijk verminderen. Er wordt ouders daarom steeds vaker aangeraden om de baby de eerste zes maanden op hun kamer te laten slapen. Toch zitten er ook nadelen aan rooming-in en wordt het vroeg of laat tijd voor rooming-out; oftewel je baby in z’n eigen kamertje laten slapen.

Nadelen rooming-in

Ook al is rooming-in handig, veilig en gezellig, er zitten ook nadelen aan. Slaapt je kind bij je op de kamer, dan kan het zijn dat je onrustiger slaapt. Even los van de regelmatige voedingen, kan het zijn dat je wakker wordt van de slaapgeluiden van je baby. Zeker bij een eerste kind hebben veel ouders een scherp functionerend ‘zesde zintuig’ dat elke beweging en kreuntje van de baby registreert waardoor ze licht en/of onrustig slapen. Ook komt er bij veel ouders een moment dat ze het fijn vinden om de slaapkamer weer voor zichzelf te hebben. Tijd voor de baby dus om naar zijn eigen kamer te verhuizen.

Rooming-out: zo pak je het aan

Voor de meeste baby’s is het even wennen om opeens alleen op een kamer te liggen, zonder het vertrouwde geluid van de ademhaling en bewegingen van z’n ouders vlakbij z’n wiegje of ledikantje. Om een te grote overgang te voorkomen, is het verstandig om rooming-out stap voor stap aan te pakken.

  1. Vast bedritueel

    Zorg om te beginnen voor een vast bedritueel, of nog beter: houd je vast aan de bedtijdroutine die je bij voorkeur al hebt gecreëerd tijdens de rooming-in periode. Doe elke avond steeds alles in dezelfde volgorde voor je je baby in bed legt, bijvoorbeeld: wassen, tandjes poetsen, pyjama en slaapzak aan, voeding geven, liedje zingen. Je kan hiermee beginnen als je baby 6-8 weken oud is en hij een dag- en nachtritme heeft ontwikkelt. Als je hiermee begint als je baby nog bij jullie op de kamer slaapt, is het ritueel vertrouwd tegen de tijd dat je begint met rooming-out.

  2. Wennen

    Voordat je de overgang naar zijn eigen kamer maakt, kan je je baby er overdag al laten slapen, zodat hij alvast went aan zijn kamer voordat hij er ook ’s avonds gaat slapen. Het kan zijn dat je baby iets meer geruststelling nodig heeft de eerste avond(en) dan je gewend bent. Dat is heel normaal. Kalmeer je kind door even bij hem te blijven en bijvoorbeeld te zingen of geruststellend te aaien.

  3. Eigen kamer

    Gaat dit goed, dan zijn jullie toe aan de volgende stap. Leg je kind na het bedritueel in z’n wieg of ledikantje en ga de kamer uit. Zorg dat je baby je nog wel hoort door de deur op een kiertje te laten en tegen hem te praten. Of ga iets doen waarbij je geluid maakt. Is je kind onrustig of moet hij huilen, ga dan naar hem toe maar haal hem niet uit bed. Troost je kind door hem te aaien of even naast het bedje te gaan zitten. Je zult zien dat je baby na een tijdje gewend is aan z’n eigen kamer en al snel zonder problemen in slaap valt.

Tips voor rooming-out

Heeft je kind moeite om te wennen aan het slapen op z’n eigen kamer? Dit kan helpen:

  • Laat je baby op tijd wennen aan zijn eigen kamer door hem overdag op zijn eigen kamer te verschonen of er boekjes voor te lezen en met hem te spelen. Zo ontwikkelt hij een positieve associatie met de babykamer en zal de overgang minder lastig zijn.
  • Zorg voor een rustige kamer met zo min mogelijk prikkels, door zachte kleuren te gebruiken. Je wil dat je baby het gaat zien als een slaapomgeving en niet als speelkamer. Dit is ook aan te raden voor baby’s die vrij snel of direct na de geboorte in hun eigen kamer worden gelegd.
  • Leg een knuffel of doekje van je kind een nachtje in je bed of draag deze in je bh. Zo gaat het naar jou gaat ruiken en jouw vertrouwende geur zal je kind een veilig gevoel geven als hij in bed ligt.
  • Laat jullie slaapkamerdeur en die van de baby open. Zo kan je vanuit je baby geruststellend tegen je baby praten als hij wakker wordt. Als de afstand niet te groot is natuurlijk.
  • Koop een babyfoon, eventueel met videomonitor. Want niet alleen je baby zal moeten wennen aan het alleen slapen, het zal voor jou ook even wennen zijn. Zo hoef je niet bang te zijn dat je je kind niet hoort en kun je hem in de gaten houden.

Susanne Willekes

Kinderslaapcoach

Susanne Willekes is de eerste gecertificeerde Kinderslaapcoach van Nederland en oprichter van The Sleep Agency. Ze werkt met ouders van kinderen van zes maanden tot zes jaar aan gedragsmatige slaapproblemen en met ouders van pasgeboren baby’s aan het zogeheten ‘sleep shaping’. In september 2017 verschijnt haar eerste boek bij Unieboek Het Spectrum. Susanne heeft zelf drie kinderen.