slaapregressie

Slaapregressie en slaapprogressie bij je baby

Als je baby slecht slaapt en je op internet op zoek gaat naar tips, dan kom je al snel de term ‘slaapregressie’ tegen. Wat is slaapregressie? Krijgt elke baby dit en hoe kun je je kind er doorheen helpen?

Wat is slaapregressie?

Een slaapregressie is een periode waarin je baby slechter slaapt. Je baby wordt ’s nachts regelmatig wakker en kan vervolgens niet of moeilijk meer in slaap komen. Het kan elke baby overkomen: baby’s die altijd al wat moeilijker slapen, maar ook baby’s die voorheen sliepen als een roosje. Zo’n slaapregressie kan twee tot zes weken duren. Sommige baby’s hebben er maar een paar dagen last van en andere baby’s helemaal niet.

Advertentie

Ieder kind maakt slaapregressies door, maar de ene baby heeft er meer last van dan de ander. Er zijn vijf slaapregressies in de eerste twee levensjaren van je kind. De bekendste (of de meest beruchte) is de slaapregressie rond vier maanden. De slaapregressies vinden plaats op momenten dat kinderen aanwijsbaar grote stappen zetten in de ontwikkeling. In een periode van een slaapregressie bereikt je kind nieuwe mijlpalen als leren omrollen, leren zitten of leren lopen.

Lees ook: Mijn baby wil niet slapen, wat nu?

Slaapregressie of slaapprogressie?

Naast de term slaapregressie hoor je ook weleens de term slaapprogressie voorbijkomen. Deze termen komen op hetzelfde neer, maar slaapprogressie klinkt een stuk positiever. Regressie betekent immers achteruitgang, terwijl progressie juist vooruitgang of verbetering betekent.

De term slaapregressie wordt in Nederland het meest gebruikt. Je kind gaat een periode slechter slapen, dus er lijkt misschien sprake van achteruitgang. Slaapcoaches spreken juist liever van slaapprogressie. Tijdens zo’n periode van slechter slapen maakt je kind namelijk een ontwikkeling door en bereikt allerlei mijlpalen, zoals omrollen of lopen. En als de slaapprogressie achter de rug is, slaapt je kind juist beter dan vóór die periode. Zijn slaapcyclus is dus verbeterd.

Lees ook: Slaapritme baby: hoeveel slaapt een baby?

Oorzaak slaapregressie

De theorie achter slaapregressies gaat ervanuit dat als de hersenen van je kind zich focussen op het leren van een nieuwe vaardigheid, zoals omrollen of lopen, die ontwikkeling ook ’s nachts verder gaat. Je kind moet al die nieuwe informatie een plekje geven. Je kind blijft zijn nieuwe vaardigheid als het ware herhalen in zijn hersenen, terwijl hij eigenlijk moet slapen. Zijn zenuwstelsel is tijdens zo’n periode actiever, waardoor hij lichter en moeilijker slaapt.

Lees ook: Zo houd je gebroken nachten lang(er) vol.

Slaapregressie herkennen

Iedere baby krijgt te maken met slaapregressies, maar de reacties kunnen erg verschillen. Bij sommige kinderen merk je vrijwel niets, terwijl andere kinderen hun ouders de hele nacht wakker kunnen houden. Een slaapregressie kan zich uiten in verschillende symptomen, zoals:

  • Je baby wordt ’s nachts vaker wakker op willekeurige momenten
  • Je baby komt moeilijk of niet in slaap als hij ’s nachts wakker wordt
  • Je baby wordt ’s ochtends opeens erg vroeg wakker
  • Je baby wil overdag niet slapen of doet hele korte dutjes
  • Of hij doet juist extreem lange dutjes overdag (langer dan 3 uur)
  • Veel last van verlatingsangst
  • Je baby is huileriger dan normaal
  • Je kind heeft minder trek in eten

Als je kind middenin een slaapregressie zit, zit jij misschien met je handen in het haar. Maar onthoud dat het tijdelijk is en beschouw het als progressie, een teken dat je baby zich aan het ontwikkelen is. Het is nu misschien even pittig en vermoeiend, maar na deze fase heeft je kind flinke stappen gemaakt.

Lees ook: Dit zijn de meest voorkomende slaapproblemen bij baby’s

Wanneer zijn de slaapregressies?

De slaapregressie vinden op vijf momenten plaats. Deze vijf momenten zijn niet in beton gegoten: de vier maanden slaapregressie kan bijvoorbeeld ook al beginnen als je baby 9 weken oud is, of als hij 5 maanden oud is. Het hangt vooral samen met de motorische en cognitieve ontwikkeling van je kind.

Je kunt de slaapregressie verwachten rond:

  • 4 maanden:
    De eerste slaapregressie is voor veel baby’s ook meteen de meest heftige. Tijdens deze slaapregressie verandert de slaapcyclus van je baby permanent. De diepere slaap ontwikkelt zich. Doordat je baby nog niet zo goed kan omgaan met de overgang van lichte naar diepe slaap, wordt hij ’s nachts vaker wakker. Eigenlijk is het een kwestie van wennen; hij gaat vanzelf weer goed slapen, of zelfs beter dan voorheen. Tijdens deze slaapregressie leren baby’s vaak ook omrollen.
  • 8 maanden:
    Veel baby’s gaan tijdens deze slaapregressie van drie naar twee slaapjes overdag. Doordat zijn ritme verandert, kan hij overdag wat moeilijker gaan slapen. De tweede slaapregressie valt ook samen met een grote stap in de motorische ontwikkeling van je baby. Zo leert een baby tijdens deze regressie bijvoorbeeld zitten, tijgeren, kruipen of zich optrekken.
  • 12 maanden:
    Rond z’n eerste verjaardag maakt je kind ook een slaapregressie door. Dit heeft te maken met de grote vooruitgang in zijn motorische ontwikkeling, zoals leren staan of lopen, maar ook omdat zijn taalontwikkeling een sprong maakt. Nu je kind kan zitten en staan, wil hij dat waarschijnlijk ook doen in zijn ledikant. Daardoor gaat hij moeilijker slapen. Laat hem zijn gang gaan, zodat hij er zelf achter komt dat hij moet gaan liggen om in slaap te vallen. Als jij steeds de kamer binnenkomt om hem neer te leggen, blijft je dreumes juist wakker.

Lees ook: Vanaf deze leeftijd kun je de eerste woordjes verwachten

  • 18 maanden:
    Rond deze periode maken veel dreumesen de overstap van twee slaapjes naar één slaapje overdag. Dat kan wederom gepaard gaan met slaapproblemen. Denk aan moeilijker in slaap komen tijdens het middagdutje, of juist ’s nachts slechter of korter slapen omdat je kind overdag te veel uren heeft geslapen. Daarnaast speelt verlatingsangst een rol bij deze slaapregressie: bij veel dreumesen is dat nu op het hoogtepunt. De slaapregressie valt samen met een grote stap in de taalontwikkeling.
  • 24 maanden:
    De ‘terrible two’s’ zijn aangebroken en dat merk je ook in het slaappatroon van je kind. Je peuter wordt zich steeds bewuster van zijn eigen wil en laat die ook duidelijk merken. En misschien wel het favoriete moment van een peuter om zijn eigen wil te laten horen, is (helaas) als hij naar bed moet. Sommige peuters weigeren hun middagdutje, anderen worden heuse nachtbrakers.

Wil jouw kind ’s middags niet meer slapen? Probeer toch door te zetten. Leg je peuter gewoon in bed en geef aan dat hij even mag rustig. Vaak is het slim om niet te zeggen dat je peuter ‘moet’ slapen, want dan willen ze niet. Haal de druk eraf door te zeggen dat rusten en lekker liggen ook mag. Vaak zie je dat ze dit dan wel doen en toch in slaap vallen. Valt je kind niet in slaap, dan heeft hij toch even een rustmoment. En misschien valt hij over een paar weken opeens toch weer in slaap ’s middags, want de meeste kinderen hebben pas halverwege of aan het einde van hun derde levensjaar geen middagdutje meer nodig.

Lees ook: Wanneer geen middagdutje meer?

Hoe merk je wanneer een slaapregressie begint en eindigt?

Het is lastig te zeggen wanneer een slaapregressie precies begint en eindigt. Bij de ene baby merk je het heel duidelijk als er een slaapregressie is aangebroken, omdat zijn slaapritme plotseling totaal overhoop gaat. En een andere baby kan er weinig last van hebben, waardoor hij erdoorheen rolt zonder dat jij er iets van merkt.

Een slaapregressie heeft ook niet echt een vaststaand einde. Tijdens een slaapregressie verandert het slaappatroon van je kind immers. Het ene kind is daar sneller aan gewend dan het andere kind. Sommige baby’s slapen na een paar dagen alweer goed, terwijl het bij een ander zes weken kan duren. Daarnaast kan het gebeuren dat tijdens een heftige, lange slaapregressie bepaalde gewoontes of slaapassociaties zijn aangeleerd, waardoor je kind dit ook nog ná de slaapregressie nodig heeft om in slaap te vallen.

Zo help je je kind tijdens een slaapregressie

Hoe jouw baby op een slaapregressie reageert, kun je niet beïnvloeden. Je kunt je baby er wel doorheen helpen, met onderstaande tips:

  • Geef je baby het gevoel dat je er voor hem bent. Knuffel en troost hem als hij het even moeilijk heeft.
  • Kijk of het oude slaapritme nog past, of dat het bijvoorbeeld tijd is om van 3 naar 2 slaapjes te gaan. Is dit niet het geval, probeer dan het oude ritme zo goed mogelijk aan te houden, ineens gaat het weer goed en is de slaapregressie voorbij.
  • Blijf je houden aan een vast slaapritueel. Gebruik dit slaapritueel elke keer als je je baby op bed legt. Het tijdstip verandert misschien door de slaapregressie, maar probeer de stappen van het ritueel zelf in stand te houden. Lees hier hoe je je eigen slaapritueel ontwikkelt.
  • Zorg dat de babykamer goed donker is. Tijdens een slaapregressie slapen baby’s vaak lichter en worden sneller wakker als het licht wordt.
  • Probeer verder alles zo veel mogelijk bij het oude te houden. Als je allerlei hulpmiddelen gaat toevoegen, bijvoorbeeld een extra fles geven, in slaap wiegen etc. dan went je baby hieraan en kan het een slaapprobleem worden in plaats van een tijdelijke slaapregressie.
  • Houd in gedachten dat je baby er niks aan kan doen. Hij slaapt niet bewust slecht, hij wordt niet bewust vaak wakker. Hij kan er niks aan doen. Door hier bewust aan te denken is het soms makkelijker om door te zetten.
  • Nog een belangrijke tip: doe het niet alleen. Een slaapregressie bij een baby kan je behoorlijk opbreken, zeker als je er ’s nachts keer op keer uit moet. Wissel dus af met je partner, of vraag af en toe hulp aan familie of een goede vriendin. Misschien kan iemand overdag een paar uurtjes oppassen, zodat jij even kan bijtanken op bed. Breken de slaapproblemen van je kind jullie echt op? Dan kan een slaapcoach misschien uitkomst bieden.

Dit artikel is tot stand gekomen en goedgekeurd door artsen en andere (medische) deskundigen van het Ouders van Nu expertteam.

Inge de Heer

Kinderslaapcoach

Inge de Heer is eigenaar van kinderslaapcoachpraktijk “de Kinderslaapcoach”. Als gecertificeerd kinderslaapcoach coacht ze, sinds 2016, ouders van kinderen met gedragsmatige slaapproblemen. De kinderen zijn in de leeftijd van 0-6 jaar. Inge is getrouwd en is moeder van 2 tieners.