anti-pestprogramma

Anti-pestprogramma's op de basisschool

Helaas zijn er heel wat kinderen die gepest worden op school. Om hier wat aan te doen, heeft de overheid bepaald dat scholen onder andere een anti-pestmethode moeten gebruiken. Kanjertraining en KIVa zijn twee van de bekendste, maar er zijn er nog veel meer. Helaas blijken ze lang niet allemaal even effectief.

Wat is een anti-pestprogramma?

Anti-pestprogramma’s zijn ontwikkeld om het pesten op scholen te voorkomen (preventief) en te stoppen (curatief). Er zijn ongeveer 61 verschillende anti-pestprogramma’s, maar ze werken lang niet allemaal goed. Toch mogen scholen zelf kiezen welke methode zij gebruiken. Er zijn grofweg twee soorten anti-pestprogramma’s: universele en selectieve.

Advertentie
  • Universele programma’s zijn gericht op de hele klas of de hele school om de groepsdynamiek achter pesten aan te pakken.
  • Selectieve programma’s richten zich op kinderen die naast de universele aanpak een directe aanpak nodig hebben. Dit kunnen pesters of gepeste kinderen zijn, of kinderen die zelf niet bij pesten betrokken zijn, maar wel een rol kunnen spelen bij het verminderen van pesten.

Voor welke methode er ook wordt gekozen, ze richten zich bijna allemaal op de weerbaarheid en het zelfvertrouwen van kinderen. Kinderen die stevig in hun schoenen staan worden namelijk minder snel gepest en kunnen beter voor zichzelf opkomen. Ook wordt er in veel van de methodes aandacht besteed aan emoties: hoe voelt het om gepest of buitengesloten te worden? Anti-pestprogramma’s worden meestal in de klas gedaan, onder leiding van de leerkracht.

Verplicht voor alle scholen

Sinds 2015 is op school de Wet Veiligheid van kracht, welke als doel heeft pesten aan te pakken en de veiligheid voor leerlingen op school te verbeteren. In deze wet staat onder andere dat scholen moeten zorgen dat leerlingen sociaal veilig zijn, oftewel: dat er alles aan wordt gedaan om pesten te voorkomen of aan te pakken. Zo moet er een aanspreekpunt zijn waar leerlingen en ouders pesten kunnen melden. Ook moet iemand het pestbeleid op school coördineren en moeten scholen inzage kunnen geven in wat ze doen om pesten aan te pakken. Onderdeel hiervan is het inzetten van een anti-pestmethode. Scholen mogen zelf kiezen welke methode ze gebruiken. Dit kan een van de vier goedgekeurde anti-pestprogramma’s zijn, maar dat hoeft niet.

Pestprotocol

Naast de verplichte zaken, hebben veel scholen ook nog een anti-pestprotocol. Hierin staat hoe de school pestgedrag signaleert en aanpakt. Zo laat de school aan ouders en leerlingen zien, dat pesten serieus wordt genomen en wordt aangepakt. Een goed anti-pestprotocol geeft kinderen, leerkrachten en ouders duidelijkheid over hoe pesten op school wordt aangepakt. Het doel is dat er zo een goede samenwerking ontstaat tussen alle betrokkenen: leerkracht, pester, gepeste, overige klasgenoten en ouders. Dit wordt ook wel de vijfsporenaanpak genoemd.

Hoe effectief is zo’n anti-pestprogramma?

Over de effectiviteit van de verschillende anti-pestprogramma’s bestond lang onduidelijkheid. De Commissie Anti-pestprogramma’s heeft daarom jarenlang onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de verschillende methodes. Ze werkten daarbij samen met aanbieders van anti-pestprogramma’s en met scholen die deze programma’s gebruiken. In mei 2018 is het onderzoek afgesloten. De conclusie: slechts 4 van de 61 methodes zijn echt effectief. Daarnaast is gebleken dat veel scholen de door hun gekozen methode niet goed of niet volledig toepassen, waardoor deze niet goed werkt.

Kritiek anti-pestprogramma’s

Hoewel de bedoeling van anti-pestprogramma’s natuurlijk positief is, zijn niet alle ouders even enthousiast over dit soort methodes. Een veelgehoord punt van kritiek is dat anti-pestprogramma’s zich vooral richten op het verhogen van de weerbaarheid van kwetsbare kinderen. De omgekeerde wereld vinden sommige ouders: het gepeste kind leert om zijn houding te veranderen. Zij vinden dat de programma’s zich meer zouden moeten richten op de pester, die iets aan zijn gedrag en houding moet doen.

Effectieve antipestmethodes

Scholen kunnen kiezen uit zo’n 61 verschillende anti-pestprogramma’s. Uit jarenlang onderzoek naar de effectiviteit van tien veelgebruikte anti-pestprogramma’s blijkt dat er maar vier goed werken: PRIMA, KiVA en Taakspel en Alles Kidzzz. De eerste drie zijn universele programma’s waarbij de hele klas wordt betrokken, Alles Kidzzz is een individueel programma. Toch mogen scholen ook voor een ‘afgekeurde’ methode kiezen.

Deze methodes zijn goedgekeurd:

  1. KiVa is ontwikkeld in Finland. Deze methode maakt kinderen bewust van groepsprocessen die een rol spelen bij pestgedrag. Met tien klassikale lessen in groep 5 en 6 moet pestgedrag voorkomen worden. Gebeurt dit toch, wordt er een steungroep opgezet: hierin zitten de pester en het gepeste kind, maar ook twee tot vier andere kinderen uit de klas. Samen gaan zij op zoek naar een oplossing: hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen het fijn heeft op school?
  2. PRIMA is zowel gericht op de aanpak van pesten als op preventie. Er wordt gebruikgemaakt van een zogenoemde Pestmeter, om te bepalen hoe het pestklimaat op school is.
  3. Taakspel richt zich op het groepsproces. De methode is er vooral op gericht kinderen in de klas zich aan de regels te laten houden.
  4. Alles Kidzzz is een individueel programma voor kinderen met gedragsproblemen. Dit programma geeft kinderen de mogelijkheid om vaardigheden te ontwikkelen waardoor ze beter met andere kinderen en volwassenen om kunnen gaan. Deze methode bestaat uit 8 bijeenkomsten, waarbij de trainer het kind uit de klas haalt.

Overige antipestmethodes

Ondanks dat alleen de bovenstaande vier methodes zijn beoordeeld als effectief, maken veel scholen (nog) gebruik van andere anti-pestprogramma’s. Dit zijn een aantal van de methodes die op veel scholen worden ingezet.

  1. Kanjertraining is misschien wel een van de bekendste methodes. Ongeveer een kwart van de scholen maakt hier gebruik van. Tijdens de training wordt gedrag besproken via diverse gedragstypen: de stoere tijger, de pestvogel, de grappende aap en het onzekere konijn. Aan de hand van rollenspellen en verhalen leren kinderen hoe zij met elkaar kunnen omgaan. De Kanjertraining heeft geen aantoonbaar effect op pesten in het algemeen, maar lijkt wel effect te kunnen hebben in klassen met veel conflicten, met name wanneer het wordt gegeven door een externe psycholoog.
  2. Bij de Vreedzame School leren kinderen, leraren en ouders hoe ze democratisch met elkaar om kunnen gaan, bijvoorbeeld via bemiddelen. Leerlingen kunnen solliciteren naar de rol van mediator (bemiddelaar).
  3. Programma Alternatieve Denkstrategieën (PAD) is een methode voor sociaal emotionele ontwikkeling waarbij leerlingen aan de hand van emotiekaartjes leren om te gaan met hun gevoelens en problemen op te lossen.
  4. Plezier op school is een tweedaagse zomercursus voor aanstaande brugklassers die op de basisschool gepest werden of andere problemen hadden in de omgang met leeftijdgenoten. De cursus helpt het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden van deze kinderen te vergroten, zodat zij een goede start kunnen maken op het voortgezet onderwijs en het risico op herhaling van deze problemen verkleind wordt.
  5. Sta Sterk heeft als doel: het vergroten van de sociale weerbaarheid van de deelnemers. Zo leren zij voor zichzelf opkomen in onaangename situaties, zoals bijvoorbeeld bij verbaal en digitaal pesten, uitschelden, uitlachen, bedreigende opmerkingen en pesten door buitensluiten.

Kijk hier voor een overzicht van alle methodes.