Waarom buitenspelen belangrijk is

Waarom buitenspelen belangrijk is

Dat regelmatig buitenspelen belangrijk is voor kinderen, weten we allemaal. Maar wat is er precies zo goed aan? Hoe zorg je dat je kind naar buiten gaat om te spelen in plaats van dat gehang binnen? En op welke leeftijd kan je kind zelfstandig buiten spelen en hoe bereid je hem hierop voor?

Daarom is buitenspelen belangrijk

Rennen, springen, graven in het zand… Buitenspelen is niet alleen goed voor kinderen vanwege de frisse lucht, maar er zijn nog veel meer redenen om je kind dagelijks minstens een uur buiten te laten bewegen. Om maar wat te noemen: buitenspelen maakt een kind sterker en socialer. Verder is beweging goed voor de gezondheid: het voorkomt overgewicht en verlaagt het stressniveau. Bij basisschoolkinderen verhoogt buitenspelen ook nog eens de leerprestaties en de cognitieve ontwikkeling. Vooral jongens die vaak net iets minder goed kunnen stilzitten, hebben er echt wat aan om dagelijks buiten uit te razen. En dat geldt ook voor heel jonge kinderen.

Weetjes buitenspelen

Wist je dat…

  • kinderen die in een groene omgeving wonen minder vaak bij de huisarts komen, dan kinderen uit een minder groene omgeving?
  • ouders steeds minder vaak met hun kinderen de natuur in gaan?
  • verstedelijking ervoor zorgt dat kinderen niet of nauwelijks meer in contact komen met de natuur?
  • kinderen van nu veel minder vaak buitenspelen dan twintig jaar geleden?
  • kinderen beter eten en slapen als ze regelmatig buitenspelen?
  • het speelgedrag van kinderen in de natuur gevarieerder en creatiever is dan binnen?
  • buitenspelen voor een sterk gebit en sterke botten zorgt door de vitamine D die je aanmaakt door zonlicht?

Hoe vaak en hoe lang?

Om gezonde en fitte volwassenen te worden, moeten kinderen elke dag minimaal één uur matig intensief bewegen. Maar liefst tachtig procent van de kinderen voldoet niet aan deze Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Dat minimale uur buitenspelen geldt ook voor dreumesen en peuters, dus stimuleer je kind van jongs af aan om veel te bewegen en naar buiten te gaan. Laat je kind vanaf twee jaar daarom zoveel mogelijk zelf lopen en laat de buggy regelmatig thuis. Maak je geen zorgen, je overvraagt je kind niet zo snel. Kinderen van twee tot vier jaar kunnen prima één tot drie kilometer wandelen. Even samen naar de supermarkt lopen, een rondje speeltuin en potje tikkertje spelen, en je kind komt makkelijk aan minstens een uur beweging per dag.

Fysieke voordelen buitenspelen

We noemden het al even: een belangrijke reden om je kind regelmatig buiten te laten spelen is de motorische ontwikkeling.  Nederlandse kinderen scoren op dat gebied namelijk onder de maat, zo blijkt uit onderzoek. Onderzoekers lieten zestienduizend basisschoolkinderen een parcours afleggen waarbij ze moesten rennen, springen en gooien, om hun Motorische Quotient (MQ) vast te stellen (een soort IQ, maar dan voor de beweging). Die bleek in bijna een kwart van de gevallen onvoldoende. Zorgelijk, vinden de onderzoekers. Want als je niet goed bent in bewegen, zul je er ook sneller mee stoppen. ‘Dat is niet alleen jammer voor het plezier dat kinderen kunnen hebben in sporten: sport is ook goed voor je gezondheid. En voor je gewicht. Gemiddeld is 1 op de 7 kinderen te dik. Van kinderen van 4 tot 11 jaar heeft zo’n 13 procent overgewicht en meer dan 3 procent zelfs obesitas, blijkt uit cijfers van Volksgezondheid en Zorg. Onderzoek van TNO laat  zien dat een kind dat met 3 maanden en met 2 jaar te zwaar is, ook een verhoogde kans heeft om overgewicht of obesitas te houden op de basisschool. Leer je kinderen al van kinds af aan goed bewegen, dan zullen ze daar later meer plezier in hebben en het vaker (blijven) doen.

Buiten spelen zorgt voor goede ogen

In de afgelopen decennia is het aantal kinderen dat bijziend is gestegen van 1 op de 4 naar 1 op de 2. Reden voor het Oogfonds om buitenspelen te promoten. Natuurlijk kan een brilletje bijziendheid oplossen, maar voorkomen is beter dan genezen. Hoewel niet helemaal duidelijk is hoe buitenspelen hieraan bijdraagt, is wel bewezen dát het helpt tegen bijziendheid. ‘Dat heeft te maken met de lichtintensiteit’, zegt Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde bij het Erasmus Medisch Centrum. ‘Uit veel experimenten blijkt dat licht een signaal is voor het oog om te stoppen met groeien.’ Bijziendheid kan ontstaan als een kind veel leest, gamet of op een tablet of smartphone kijkt. Normaal spannen de oogspieren zich in om goed dichtbij te kunnen zien. Als dit langere tijd gebeurt, groeit de oogbal langer, zodat de spieren worden ontlast.Het nadeel hiervan is dat beelden in de verte onscherp worden. Kinderen brengen steeds meer tijd door achter een scherm, waardoor het niet verwonderlijk is dat het aantal bijziende kinderen groeit. Uit studies in Azië blijkt dat het beschermende effect van het licht optreedt als een kind zo’n 15 uur per week buiten is en dan bij voorkeur verdeeld over de hele week, dus zo’n twee uur per dag.

In weer en wind naar buiten

Regen, kou of sneeuw: het is allemaal geen reden om niet naar buiten te gaan. Zolang je kind de juiste kleding aan heeft, kan er ook prima buiten worden gespeeld met slecht weer. Zorg dus dat je laarzen, poncho’s, handschoenen en andere buitenkleding in huis hebt en maak ook eens een boswandeling in de regen of vrieskou. De meeste kinderen vinden een beetje guur weer helemaal niet erg. Bovendien is buitenspelen met slecht weer leerzaam. Zo leert je kind dat het in de wind extra lastig is om je evenwicht te bewaren bijvoorbeeld. Of dat een bal gooien en vangen een stuk moeilijker is als het waait. Bovendien zijn spelletjes die juist met slecht weer leuk zijn om buiten te doen. Speel tikkertje waarbij je vrij bent als je op en droge plek staat of stamp samen eens hard in de plassen. Dan maar die wasmachine een keer extra laten lopen. Hier een aantal leuke dingen om te doen als het regent. 

Buitenspelen stimuleren

Uit onderzoek blijkt dat jongens als ze jong zijn, meer buitenspelen dan meisjes. Naarmate ze ouder worden, is dat omgekeerd. Dit heeft onder andere te maken met alle schermen die er tegenwoordig voorhanden zijn. Tablets, computers, mobiele telefoons, gameconsuls: onze kinderen gamen en internetten heel wat af. Veel kinderen vinden dit zo leuk, dat ze maar met moeite naar buiten te krijgen zijn. Zonde! Probeer je kind echt minimaal een uur per dag flink te laten bewegen, zo blijft hij gezond. Hier een aantal dingen die je kunt doen om buitenspelen te stimuleren:

  • Geef het goede voorbeeld. Kinderen leren meer van wat je doet, dan van wat je zegt. Ga dus zelf ook regelmatig naar buiten en – minstens even belangrijk – zit zelf ook niet steeds op je telefoon te kijken.
  • Maak naar buiten gaan aantrekkelijk. Ga eens samen fietsen met je kinderen, maak een lange wandeling met het hele gezin of organiseer een picknick.
  • Laat je kind eens buiten knutselen of spelen met de Lego in plaats van binnen.
  • Stel eens een van deze klassieke buitenspelletjes voor.
  • Zorg voor een voorraad regen- en winterkleding, zo is er geen excuus om naar buiten te gaan met slecht weer.
  • Stimuleer contact met buurkinderen, waarmee je kind – als hij oud genoeg is –  buiten kan spelen.
  • Leer je kinderen van jongs af aan omgaan met schermtijd en houd deze tijd beperkt.
  • Schermtijd kun je beter in regels en grenzen vatten, dan in straf. Zeg dus niet: ‘Als je nu niet…, mag je deze week niet meer op de iPad,’ maar maak van tevoren duidelijke afspraken en hou je hier aan.

Verveelt je kind zich buiten? Ook dat is op z’n tijd juist heel goed. Verveling heeft namelijk een belangrijke functie.

Zelfstandig buitenspelen

Is je kind nog jong, dan kan hij nog niet alleen op pad natuurlijk. De motoriek van peuters en kleuters is nog volop in ontwikkeling, bovendien hebben kinderen van die leeftijd weinig besef van gevaar. Wel kun je hem zelf buiten laten spelen onder toezicht. Wijs je kind hierbij op risico’s, maar maak hem niet onnodig bang en verbied niet te veel. Binnen een vertrouwde, afgebakende omgeving kan je kind prima zelfstandig spelen en onthoud: af en toe een keer vallen hoort ook bij de ontwikkeling. Zo maak je je tuin veilig voor je kind.

Alleen op pad

Er is geen leeftijd te noemen waarop een kind veilig alleen buiten kan spelen in de straat of buurt. Uiteindelijk bepaal jij als ouder wanneer je kind er klaar voor is. Voor de een is dit al met vier jaar, terwijl een andere ouder hier met zes jaar nog niet aan moet denken. Hier een aantal dingen die je mee kunt nemen bij de overweging of je kind er klaar voor is om alleen op pad te gaan:

  • Woon je in een rustige of juist drukke buurt?
  • Is er veel verkeer waar je rekening mee moet houden en kent je kind de verkeersregels?
  • Begrijpt je kind het verschil tussen een kwartier of uur?
  • Weet je kind dat hij niet met vreemden mag praten?
  • Weet je kind wat hij moet doen als er iets misgaat?
  • Vanaf welke leeftijd spelen de meeste buurkinderen alleen buiten?

Op welke leeftijd dan ook: blijf de eerste tijd in de buurt als je kind ‘alleen’ buiten mag spelen. Ga bijvoorbeeld verderop zitten in de straat of ga af en toe vijf minuten naar binnen. Gaat dat goed, dan kun je de tijd langzaam een beetje oprekken naar tien minuten of een kwartier. Bespreek eventuele gevaren en regels van tevoren duidelijk af met je kind. Heeft je kind een telefoon? Zorg dat hij die bij zich heeft, zodat hij jou altijd kan bellen en vice versa. Tip: vragen over de grote boze buitenwereld: hoe eerlijk moet je zijn?

Tips zelfstandig buitenspelen

Mag je kind zelfstandig in de buurt of op straat spelen, hier een paar handige tips:

  1. Maak concrete afspraken

    Mag je kind zelfstandig buitenspelen met vriendjes en vriendinnetjes: wijs duidelijke punten aan als grens: een verkeersbord, ‘het huis met de kikker’ of het einde van de stoep. Hoe concreter, hoe beter. Benadruk ook dat hij nooit met iemand mag meegaan, dat hij eerst aan mama of papa vraagt of hij een snoepje mag aannemen, dat hij niet in zijn eentje buiten mag spelen en het even moet melden als hij bij een vriendje thuis gaat spelen.

  2. Neem scenario’s door

    Vertel je kind wat hij kan doen als hij wordt geplaagd (naar huis komen of hulp inroepen van een andere moeder) of als hij valt (laat het vriendje naar jou komen). Als hij wat verder weg speelt, dan woont er misschien wel een vriendje in de buurt waar hij kan aanbellen. Sowieso is het altijd handig om hem jouw mobiele nummer uit z’n hoofd te laten leren of mee te geven. Het geeft hem een veiliger gevoel en jou meer rust.

  3. Klokkijken

    Kan je kind nog niet klokkijken of vergeet hij zijn horloge vaak? Help hem dan door bijvoorbeeld af te spreken dat hij thuiskomt als de lantaarnpalen aan gaan. Een kookwekker in zijn zak is ook een goede oplossing als je niet wilt dat hij al te lang weg is. Hou er wel rekening mee dat je je kind meestal toch zelf even moet halen, want tijdens het spelen is de tijd zo vergeten.

  4. Check: gaat het goed?

    Twijfel je of word je opeens onrustig, dan neem je natuurlijk (ongezien) een kijkje om te controleren of je kind op de afgesproken plek is. Het is een goede graadmeter voor jezelf om gecontroleerd los te laten en te kijken hoeveel vrijheid je kind aankan – want daar kun je ook té voorzichtig in zijn.

  5. Geef complimenten

    Mag je kind alleen buitenspelen en houdt hij zich aan de gemaakte afspraken, benoem dit vooral. Zeg bijvoorbeeld: ‘Wat fijn dat je op de afgesproken tijd thuis bent.’ Of: ‘Wat goed dat je naar huis bent gekomen toen je vriendjes ook naar huis gingen.’ Heeft je kind zich niet aan de afspraak gehouden, laat hem dan meteen de gevolgen merken. Dat kan door hem een middag in de achtertuin te laten spelen, of door zelf weer mee te gaan naar de speeltuin.

  6. Afspraak is afspraak

    Als het vriendje van vijf huizen verderop meer mag dan jouw kind, is het goed om je af te vragen of je niet te voorzichtig bent. Als jij vindt dat dat niet zo is, laat je dan ook niet verleiden tot het oprekken van je regels. Vertel je kind dat jullie je eigen regels hebben, en dat de papa en mama van zijn vriendje weer andere regels hebben.

  7. Vertrouw niet te veel op zijn mobieltje

    Een telefoon is natuurlijk heel handig als je kind alleen op pad mag, maar hou er rekening mee dat veel kinderen nog niet echt verantwoording dragen voor het ding. Hij wordt vergeten, niet opgeladen of hij zit nog in de jas die ze net hebben uitgetrokken tijdens het voetballen. Jij kunt je dan suf bellen en je zorgen maken, terwijl je kind heerlijk aan het spelen is. Zorg er daarom voor dat je goede afspraken met je kind hebt gemaakt en altijd weet waar hij uithangt. Zo voorkom je een hoop stress.

    M.m.v. psycholoog Tamar de Vos – van der Hoeven.