Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
bevallen in coma

Jennifer lag in coma en ging bevallen: ‘Ze mocht voor één keer bij mij liggen. Als afscheid’

Jennifer is zo’n zes maanden zwanger van haar derde als blijkt dat ze een ernstige hartafwijking heeft. Om haarzelf en de baby te redden, wordt ze in slaap gebracht. Maar dan beginnen de weeën.

Advertentie

Lees ook: Renskes bevalling duurde 7 minuten: ‘Het was één intens heftige pijnscheut die onhoudbaar was’

Jennifer (27) is getrouwd met Bonito (26) en moeder van dochters Joann (5), Noëlle (3) en Vajén (6 maanden). Ze wonen in Vlaardingen.

Vier weken gemist

‘Toen ik me er voor het eerst bewust van was dat er een baby op mijn borst lag, dat ik een dochter had en dat ze Vajén heette, zoals Bonito en ik vlak voordat ik ziek werd hadden afgesproken, was ze al een maand oud. Ik vond het heel spannend om haar vast te houden, vooral omdat ik me zo slap voelde na ruim drie weken coma.

Ik was op dat moment al een week bij, maar wakker worden uit een coma gaat in het echt niet als in de film, waar ze meteen weer alive-and-kicking zijn. Ik was nog lang niet helder genoeg om me te realiseren dat ik een kind had. Vajén is in die week ook bij me geweest, maar dat herinner ik me nauwelijks.

Maar nu, na ruim een week, was de mist in mijn hoofd voldoende opgetrokken om voor het eerst écht kennis te maken met mijn dochter. Ze was piepklein, eigenlijk pas 32 weken, en had overal slangetjes. Dat viel me vooral op. Het was een ongelofelijk mooi moment, waar ik nog vaak aan terugdenk. En dan doet het ook een beetje pijn, omdat ik de eerste vier weken van haar kwetsbare leven heb moeten missen.

Advertentie

Lees ook: Neonatoloog Machteld van Scherpenzeel-de Vries legt uit wat je te wachten staat met een premature baby

Snel benauwd

Ik was ruim 27 weken zwanger toen ik me niet lekker voelde. Ik bleek corona te hebben, maar werd al snel benauwder dan normaal was. Toen ik bloed begon te hoesten, wist ik dat er iets helemaal fout was.

In het ziekenhuis bleek dat ik een aangeboren hartafwijking had. Die was niet eerder opgemerkt, ook niet bij mijn eerdere zwangerschappen, hoewel ik, achteraf gezien, toen ook snel buiten adem en moe was. Mijn hart pompte niet goed meer en de artsen maakten zich niet alleen zorgen over mij, maar ook over de baby.

Dat ik de veertig weken niet zou halen, was al snel duidelijk en er werd gesproken over een geplande keizersnee met 33 weken. Daarna zouden ze een plan voor mijn hart maken. Nog een paar onderzoeken en dan weer naar huis, dat was het idee. Maar die avond werd ik plotseling weer vreselijk benauwd.

Doodsangst

Voordat ik het wist, stond de kamer vol artsen. Mijn hart was het aan het begeven. Ik kreeg heel snel 15 liter zuurstof toegediend en als dat gebeurt, kun je eigenlijk niet meer zelf ademen. Dat was doodeng. Ik kon alleen maar huilen, ik dacht echt dat ik doodging.

Advertentie

De artsen vertelden me dat ik aan de hart-longmachine moest om aan te kunnen sterken, om in leven te blijven eigenlijk, en dat dat zou betekenen dat ik een paar weken kunstmatig in slaap gehouden zou worden. Ik smeekte ze om dat te doen, zo ongelooflijk bang was ik.

Aan de baby dacht ik niet eens, ik wilde alleen maar van die benauwdheid en angst af. Achteraf vind ik dat onbegrijpelijk, hoe kun je nou niet aan je kind denken? Maar als je in doodsangst verkeert, gaat het blijkbaar zo.

Ook de artsen waren alleen nog met mij bezig; dat de baby mijn slaapmedicatie zou binnenkrijgen en daar last van zou kunnen hebben, was nu niet het belangrijkst. Later begreep ik dat ook wel: als je geen moeder meer hebt, is de kans dat de baby het overleeft wel heel klein.

Veel te vroeg

Het moment dat ik daadwerke­lijk in slaap werd gebracht, staat me nog maar vaag bij. Bonito was erbij en ik heb hem nog gezegd dat ik bang was om dood te gaan. Dat vond hij heel moeilijk, want het waren misschien wel mijn laatste woorden.

Het ging echt niet goed met mij, de behandeling deed te weinig en daarom kreeg ik via mijn lies ook een Impella, dat is een soort motortje om het hart aan de gang te houden. Dat leek effect te hebben en ook met de baby ging het naar omstandigheden goed.

Maar na twee dagen coma kreeg ik plotseling weeën. Ik was 27 weken en 6 dagen zwanger. Mijn lichaam deed het zo slecht, dat de bevalling automatisch in gang werd gezet. Het kind moest er blijkbaar uit, zodat ik een overlevingskans had. Daar kon geen lieve arts iets tegen doen, het is gewoon de natuur. Ik vind dat zo bijzonder.

Maar voor Bonito, mijn ouders en ook de artsen was het vooral ontzettend schrikken. Kon mijn hart een bevalling wel aan? En hoe zou het met de baby gaan die veel te vroeg ter wereld zou komen?

Lees ook: De laatste ontsluitingsweeën

Ze zouden eerst mij redden

In een mum van tijd had ik 8 centimeter ontsluiting. Dat doet een lijf in coma helemaal zelf. In principe zou ik zelfs natuurlijk kunnen bevallen, blijkbaar heeft een lichaam in nood daar trucjes voor, echt bizar. De artsen kenden verschillende gevallen waarin vrouwen buiten bewustzijn zonder hulp zijn bevallen, hoewel ze het nog nooit zelf hadden meegemaakt.

Het was dus voor iedereen ongelofelijk spannend, vooral ook omdat de artsen aan Bonito vertelden dat ze, mocht het heel erg misgaan, ook nu eerst mij zouden redden. Daarna pas de baby. Zo gaat dat blijkbaar. Van deze eigenlijk onmenselijke mededeling heeft Bonito nog steeds weleens last.

Gelukkig is het nooit zover gekomen, al was het kantje boord. Doordat ik in beide liezen slangen had, voor de hartlongmachine en de Impella, kon de baby niet goed draaien en kwam ze er toch niet vanzelf uit. Tijd om me naar de operatiekamer te rijden was er niet, zo slecht ging het ineens met ons allebei. De gynaecoloog heeft, in zijn gewone kleren, op mijn kamer een spoedkeizersnee gedaan. Was dat niet gebeurd, dan hadden Vajén en ik het niet overleefd.

Niet mijn herinneringen

Het was een superheftige gebeurtenis voor Bonito, en voor onze ouders die op de gang wachtten, maar voor mij is het alleen maar een heel onwerkelijk verhaal. Ik heb al honderd keer in geuren en kleuren verteld over Vajéns geboorte, over het feit dat Bonito niet wist of haar naam met een F of een V gespeld moest worden, over dat ze ruim een kilo woog en dat de artsen daar heel blij mee waren en dat ze na een korte reanimatie alleen een beetje zuurstof nodig had. Ze deed het boven verwachting goed en dat is iets wat ik vol trots vertel.

Maar het zijn allemaal verhalen die ik heb gehoord. Het zijn niet míjn verhalen, míjn herinneringen. Ik weet er helemaal niets van, op een paar rare dromen en hallucinaties na. Ik was niet bij de geboorte van mijn kind. En dat vind ik nog altijd ontzettend moeilijk. Ik had er vanaf moment één voor haar moeten zijn.

Voor één keer samen

Maar Vajén deed het geweldig: ze groeide als kool en had geen last van afkickverschijnselen van mijn medicatie. Toch durfden mensen Bonito niet te feliciteren met zijn dochter, want het leek erop dat ik het niet zou overleven; ik kreeg allerlei zware complicaties en lag ondertussen met coldpacks op mijn borsten, omdat ik zo veel stuwing had. Ik was stervende, maar daarnaast ook ‘gewoon’ aan het herstellen van een bevalling.

De artsen zagen het zo somber in dat ze besloten dat Vajén voor één keer bij me mocht liggen, zodat we in elk geval één moment samen hadden gehad. Een soort afscheid, dat had iedereen zo’n beetje in gedachten. Alle mensen in de kamer, Bonito, onze ouders, de artsen en de verpleegkundigen hadden tranen in hun ogen toen Vajén vanuit de couveuse op mijn borst werd gelegd.

Dalende hartslag

Maar ook ik huilde! Blijkbaar merkte mijn lichaam onmiddellijk dat mijn kind bij me was. Mijn hartslag daalde en ook Vajén werd rustig. Het was een wonder. Vanaf toen werd ze om de dag bij me gelegd en ging het langzaam beter met me. Als ze bij me lag, werd mijn slaap ook minder diep; ik knipperde met mijn ogen en reageerde een beetje op haar, al herinner ik me daar niks van.

Ik denk weleens dat ik mijn leven te danken heb aan het buidelen met Vajén. Er gaat zo veel kracht uit van een moeder en een kind die samen zijn, samen horen… dat móét invloed hebben gehad op mijn herstel. Ik ben er zo dankbaar voor. Ook voor Vajéns groei en herstel is het belangrijk geweest. Ze heeft zich goed aan me kunnen hechten, ook al was ik er niet écht.

Wakker worden

Drie weken later ben ik uit de coma gehaald. De artsen hoopten dat mijn lichaam voldoende hersteld was van de hartkwaal en bevalling om weer redelijk zelfstandig te kunnen functioneren. Bovendien zouden mijn organen het begeven als ik langer onder zeil zou zijn.

Het was eigenlijk een beslissing op hoop van zegen, maar hij pakte goed uit. En dan ligt daar na een week een mensje in je armen van wie de mensen zeggen dat het je dochter is. Ik dacht vooral: wie is dit kind? Wat moet ik ermee? Het duurde echt even voordat ik ook zelf doorhad, mentaal en fysiek, dat dit kleintje mijn dochter was en ik haar moeder.

Toen kon ik haar voorzichtig knuffelen, maar pas na een week of zes voelde ze écht eigen. Dat was op het moment dat ik me goed genoeg voelde om zelf naar haar toe te gaan op de afdeling neonatologie, in plaats van dat ze in haar couveuse naar mij op de cardiologie werd gereden.

Lees ook: Alles over de afdeling neonatologie

Elke dag op bezoek

Eindelijk kon ik mijn moederrol vervullen en haar verzorgen, zo goed en zo kwaad als dat ging. Ik kon bij haar zijn, met haar dokters praten, met haar kroelen… Alles wat een moeder doet als haar kind ziek is. Het voelde zo goed. Maar tegelijkertijd had ik het moeilijk met het feit dat ik er zo lang niet voor haar had kunnen zijn, dat ik niet bij haar was in de meest cruciale weken van haar leven.

Het is een thema dat steeds terugkomt, in allerlei gedaantes, ook toen ik op een gegeven moment al thuis was en Vajén nog een aantal weken in het ziekenhuis moest blijven. Ik ging elke dag naar haar toe, hoe vermoeiend dat ook voor me was. Ik móést er voor haar zijn.

Ook nu geef ik haar nog voor geen goud uit handen, ook al is ze inmiddels zes maanden en een stevige tante. Ik zorg voor haar en niemand anders. En ja, dat is soms best zwaar. Gelukkig is ze een rustige baby en houdt ze waarschijnlijk niks over aan haar vroeggeboorte. Daar ben ik ongelofelijk dankbaar voor.

Alles op alles

Ikzelf ben er nog niet. Mijn hart is weliswaar stabiel met behulp van medicijnen, maar herstelt helaas niet. In de toekomst zullen we waarschijnlijk moeten nadenken over een kunsthart of een transplantatie. Dat is moeilijk, ik ben pas 27 en wil mijn kinderen oud zien worden. Dat dat misschien niet gaat, verlamt me van angst.

Daarom zette ik in het ziekenhuis alles op alles om snel naar huis te kunnen, want ik wilde er niet alleen voor Vajén zijn, maar ook voor haar zusjes die mij weken moesten missen en een zieke moeder terugkregen. Ik doe er dus alles aan om mijn conditie te verbeteren, ook omdat ik nog een aantal operaties voor de boeg heb.

Ook psychisch heb ik nog een hele weg te gegaan, want het is niet bepaald iets wat je zo even verwerkt. Maar ik geef niet op. Voor mezelf en Bonito, maar zeker voor de meiden.’

Op televisie

Het verhaal van Jennifer en Vajéns geboorte met eigen ogen zien? Ze zijn gevolgd voor het EO-programma Handen aan de couveuse, dat is terug te kijken op NPO Start.

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Neeltje Huirne. Fotografie: Marie Broeckman

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.

Zwangerbox partnerpagina Center Parcs 2022

Center Parcs

Bekijk de website