Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

 
door

'Mijn kinderen hebben er niets aan overgehouden'

Wendy kreeg een prenatale depressie. Halverwege de zwangerschap werden haar nare gedachten zo erg dat ze een einde aan haar leven wilde maken.

‘Mijn leven veranderde van een bergbeklimming in een wandeling toen ik op mijn 24e met antidepressiva startte. Ik worstelde met een depressie in combinatie met een eetstoornis en het verbaasde me hoe goed de medicatie aansloeg.

Advertentie

Zwanger

Hetzelfde jaar nog kwam onze kinderwens om de hoek kijken. Destijds dacht ik: zolang ik antidepressiva slik, gaat het slecht met me en kan ik geen moeder worden. In overleg met de huisarts bouwde ik de medicatie af.

De zwangerschap die volgde, verliep rustig en onze dochter werd gezond geboren.

Miskraam

Een jaar later ging het fout. Ik raakte weer zwanger, maar na ongeveer zes weken zwangerschap kreeg ik een miskraam, waarvan ik flink van slag raakte. Voor mijn gevoel had ik een kind verloren, maar de grootte van mijn verdriet leek niet te passen bij hoe anderen naar een vroege miskraam kijken.

Omdat het steeds slechter met me ging, besloot ik om weer met antidepressiva te starten.

Alsof we ons kind vervingen

Een maand na de miskraam was ik opnieuw zwanger, maar de blijdschap daarover verdween al snel. Het voelde alsof we ons verloren kind zomaar vervingen. Ik kon niet van de zwangerschap genieten, wat dan weer voor schuldgevoel naar de baby in mijn buik zorgde.

Ik was geen opgewekte moeder meer en zo stapelde het schuldgevoel zich op.

Nare gedachten

Na drie maanden begon ik me af te vragen of ik deze baby uberhaupt wel wilde. En voegde ik zelf nog wel iets toe aan het leven? Deze gedachten gingen van kwaad tot erger. Halverwege de zwangerschap probeerde ik zelfs een eind aan mijn leven te maken.

Ik weet tot op de dag van vandaag niet wat me op het laatste moment tegenhield. Ik kan me niks meer van dat moment herinneren.

Crisiskliniek

Via de poli voor Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie (POP) kwam ik in een GGZ-crisiskliniek. Eindelijk hoefde ik niet meer bang te zijn dat ik mezelf iets aan zou doen. Ik kreeg een hogere dosis antidepressiva, wat ervoor zorgde dat ik na twaalf dagen naar huis kon.

De medicatie kon de prenatale depressie niet stoppen, maar de suïcidale neigingen namen wel af. Zonder hogere dosis had ik denk ik de hele zwangerschap in de kliniek gezeten. Ik denk zelfs dat mijn tweede dochter en ik er dan niet meer zouden zijn.

Licht

Toen zij geboren werd, verdwenen mijn negatieve gedachten over haar direct. De somberte bleef nog even hangen, maar na anderhalve maand kwam er weer wat licht in mijn leven.

Het fijnste is dat beide dochters niets aan alle ellende hebben overgehouden. Het zijn heerlijke, blije meiden.

Acceptatie

Achteraf gezien had ik veel eerder aan de bel moeten trekken. Ik voelde me tegenover mijn gezin schuldig dat het niet goed met me ging, maar ik had het beter kunnen accepteren. Dan was de medicatie eerder verhoogd en was het waarschijnlijk allemaal anders gelopen.

Voor mezelf zorgen

Ik denk dat veel moeders hun partner en kinderen voorop stellen en zichzelf uit het oog verliezen. Ik heb inmiddels geleerd dat het voor iedereen goed is als ik ook voor mezelf zorg. En als daar medicatie bij nodig is, dan is dat zo.’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine. Interview: Verena Verhoeven. Fotografie: Kim Krijnen. 

Artikelen van Ouders van Nu ontvangen in je mailbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.