Nachtmerries bij kinderen

Nachtmerries bij kinderen

Nachtmerries in de peuter- en kleuterleeftijd zijn heel normaal. Kinderen maken van alles mee en denken overal over na, terwijl ze vaak nog niet helemaal snappen hoe het zit. Hoe ga je daarmee om?

Magisch denken

Pedagoog Hilde Marx kan wel verklaren waarom nachtmerries bij kinderen vaak voorkomen. Ze legt uit hoe peuters nog geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en fantasie en alles letterlijk nemen. Als oma in de tuin mompelt dat ‘die vreselijke slakken alles opeten’, kan een 3- of 4-jarige die tuin gaan mijden uit angst door de slakken opgegeten te worden. Of: als een ballon lek geprikt kan worden, denkt je kind dat hij zelf ook kan leeglopen. Dankzij dit zogenoemde ‘magisch denken’ is de wereld voor peuters en kleuters erg spannend. Enge dromen zijn een middel om die spanningen te verwerken.

Advertentie

Nachtangst

Is je kind totaal in paniek, lijkt hij ontroostbaar, beweegt hij druk en is-ie nauwelijks of niet wakker, dan kan er sprake zijn van ‘nachtangst’. Je kind lijkt misschien wakker, maar is niet te bereiken om getroost of gerustgesteld te worden. Hij lijkt helemaal niet in de gaten te hebben dat ouders bij hem zijn en vaak worden troostpogingen zelfs resoluut afgewezen. Het verschil met nachtmerries is dat deze – onschuldige – nachtangsten alleen in de avond voorkomen, tot zo’n 3 uur na het inslapen. Ze ontstaan wanneer je kind van een lichtere fase van slapen naar een diepere fase van slapen gaat en zijn het gevolg van een zich ontwikkelend zenuwstelsel. Wakker maken heeft geen zin. Blijf rustig bij je kind zitten. Na een minuut of 10 slaapt hij vaak vanzelf weer rustig verder zonder het zich te herinneren.

Nachtmerries: wat kun je doen?

Zeg na een nachtmerrie liever niet tegen je kind dat het onzin is wat hij droomde of dat hij zich niet moet aanstellen. Daarmee neem je hem niet serieus. Voor hem is het wél echt. Bevestig dat het eng is wat hij droomde. Je kunt je kind troosten door hem gerust te stellen, hem vast te houden, een liedje te zingen, een slok water te geven of bij hem te blijven tot hij weer slaapt; net wat bij jullie past.

2-3 jaar: monsters verjagen

Op deze leeftijd komen kinderen steeds meer buitenshuis. Ze gaan voor het eerst naar de peuterspeelzaal of beginnen zonder papa en mama bij andere kinderen thuis te spelen. Al die belevenissen zijn voer voor dromen.
Bovendien beseffen ze steeds meer dat ze een ‘eigen persoontje’ zijn. Overdag levert dat dwars gedrag op, maar ’s nachts, alleen in bed, is er van die dapperheid weinig over. Dan kan je kind bijvoorbeeld denken: als ze me maar niet wegdoen, en daarvan dromen.

Maak gebruik van zijn fantasie

Ook ontwikkelt je kind op deze leeftijd zijn fantasie. Hij ziet plotseling enge beesten in de schaduwen op de muur en begint van monsters, heksen en enge situaties te dromen. Maar diezelfde fantasie kun je ook gebruiken om de monsters te verjagen. Sommige kinderen vinden het geweldig als je de monsters door het open raam naar buiten jaagt. Of als papa de krokodil onder het bed vandaan trekt, hem de trap af gooit en via de voordeur naar buiten smijt.

Praktische tips bij nachtmerries

Als je kind niet zo meegaat in zulke spelletjes, kun je zijn onrust en dromen beter op een andere manier bezweren: de deur op een kier, een nachtlampje en een vast bedritueel helpen ook. Bouw de dag langzaam af en doe geen drukke spelletjes vlak voor het slapengaan.

3-4 jaar: ander einde bedenken

Als je kind zo veel nare dromen heeft dat hij er overdag moe van is, ga dan eens na waarom hij zo veel te verwerken heeft. Een verhuizing, een nieuwe school, de komst van een babybroertje of -zusje, een ziek familielid of spanningen tussen jou en je partner kunnen bijvoorbeeld een oorzaak zijn voor nachtmerries bij kinderen. Kinderen hebben voelsprieten voor iets wat verzwegen wordt. Het beste is om op kinderniveau uit te leggen wat er speelt. Monsters in nachtmerries zijn vaak symbolen voor onbegrepen gevoelens. Kinderen denken ook snel dat conflicten thuis hun schuld zijn.

Zelf een oplossing bedenken

Droomt je kind gewoon veel en heeft hij daar last van, bedenk dan samen een oplossing. Hang een dromenvanger boven zijn bed, maak een toverdrankje tegen dromen van bijvoorbeeld melk met roosvicee (werkzaam gemaakt met behulp van een spreuk en toverstaf), of vraag je kind of hij zelf een oplossing weet. Zelfbedachte oplossingen vergroten het zelfvertrouwen. Net als nadromen: samen overdag de droom bespreken en van een ander einde voorzien. Stel je voor dat je kind superkrachten had, en weg kon vliegen zodra de nachtmerriemonsters eraan kwamen…

Slaapwandelen

Slaapwandelen doet een kind tijdens de non-REM-slaap, dus niet tijdens het dromen. Niet zo vreemd: een kind dat z’n bed uit stapt en door het huis zwerft, moet behoorlijk diep in slaap zijn.

Over de oorzaak van slaapwandelen is weinig bekend, maar kwaad kan het in elk geval niet – zolang de omgeving veilig is. Als je kind slaapwandelt, kun je om ongelukken te voorkomen zorgen voor een traphekje, gesloten buitendeuren en afgeschermde tafelpunten.

Wek een slaapwandelend kind liever niet: dat verstoort zijn slaap alleen maar. Leid hem voorzichtig weer naar zijn bed. ’s Ochtends kan je kind zich er niets van herinneren. Vaak gaat slaapwandelen na een tijdje vanzelf weer over.