Vloeken, schelden en de vieze woorden-fase

Vloeken, schelden en de vieze woorden-fase

De vieze woorden-periode begint als je kind een jaar of 3 is en gaat zeker tot een jaar of 8 door. Daar horen ook ongepaste scheldwoorden bij. Niet altijd leuk, maar verbieden werkt vaak averechts. Hoe ga je er dan mee om?

Vieze woorden-fase

Als je kind scheldwoorden heeft ontdekt, kan hij op de meest ongelegen momenten ‘poep’ en ‘pies’ schreeuwen, afgewisseld met geslachtsdelen en een welgemikte ‘shit’! Veel ouders schrikken (of schieten juist in de lach) als hun kind ineens een stevige krachtterm door de kamer slingert.

De poep-en-plasfase kan nog schattig zijn, maar kleurrijke termen voor geslachtsdelen of enge ziektes, klinken een stuk minder aandoenlijk uit een kindermond. Volgens de pedagogische handboeken hoort het uitproberen van vieze woorden bij het verkennen van grenzen, een fase die belangrijk is bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid.

Aandacht

Daarbij houden kinderen ook nog eens van aandacht of een reactie van hun ouders, en het roepen van kut-kak-hoer is dé manier om aandacht te krijgen.

Als je je kind voor het eerst hoort vloeken en schelden, sta je soms met je mond vol tanden. Van wie heeft hij die nare woorden geleerd? En hoe kun je erger voorkomen?

Het zal je misschien verbazen, maar kinderen weten voordat ze naar school gaan meer vloekwoorden dan je denkt. Uit onderzoek van de Universiteit van Illinois blijkt dat het vloekvocabulaire van kinderen rond 1-2 jaar uit zo’n 6 woorden bestaat (niveau ‘poep’ en ‘pies’). Peuters kennen al zo’n 34 woorden. Als kinderen 5 jaar zijn, weten ze maar liefst 42 vloekwoorden variërend van ‘trut’ tot ‘fuck’ (of erger).

Waarom vloeken kinderen?

Jonge kinderen vloeken vaak omdat ze het oppikken van iemand anders (thuis, schoolplein, televisie, etc.). Ze leren net te praten en willen elk woord dat ze horen herhalen. Het is totaal niet hun bedoeling om iemand anders te beledigen, ze doen het om hun spraak te verbeteren.

Oudere kinderen vloeken om verschillende redenen. Als het een woord is dat ze niet zo vaak horen, dan gebruiken ze het zonder te realiseren dat ze iemand kunnen beledigen. Ze vinden het gewoon leuk of interessant om dat woord te gebruiken.

Tieners vloeken om dezelfde reden als volwassenen: om zich te ontladen. Maar de emotie die eraan ten grondslag ligt, kan enorm verschillen: woede, teleurstelling, frustratie, schrik, pijn, verachting, angst, verbazing, berusting, bewondering en vreugde.

Hoe komen ze aan die vloekwoorden?

Kinderen pikken op verschillende plekken vloekwoorden op. Het is misschien vervelend om te horen, maar de meeste schuttingstaal leren ze thuis, ook al doen ouders nog zo hun best om niet te vloeken. Meestal gaat het onbewust. In een vlaag van boosheid of frustratie. Bijvoorbeeld als de kat je nieuwe leren bankstel kapot heeft gekrabt.

Ook via televisie, films en video’s die ze bekijken op tablet of smartphones horen ze vloekwoorden. Daarom is het belangrijk dat je in de gaten houdt wat ze kijken.

Verder horen ze vaak gevloek van oudere broers en zussen, en ook het schoolplein kunnen ze behoorlijk wat nare woorden oppikken.

Vloeken in bijzijn van kinderen

Is het erg om in het bijzijn van je kind te vloeken? De meningen daarover zijn verdeeld. Het liefst houd je je in als je kind in de buurt is. Maar zelfs ouders die anti-vloeken zijn, gaan wel eens over de schreef. Als jij je teen stoot, kun je niet altijd verhelpen dat er een ‘shit’ uit je mond floept.

Het is aan de ouders om hun kind te leren hoe daarmee om te gaan: dat het soms per ongeluk gebeurt, maar dat je met vloeken anderen ook kunt beledigen of pijn kunt doen.

Professor Michael Adams vindt dat vloeken in het bijzijn van je kinderen geen kwaad kan. Hij is ervan overtuigd dat vloeken juist de band tussen gezinsleden versterkt. In zijn boek Praise of Profanity legt hij uit dat vloeken verschillende nuttige sociale functies heeft. Zo vindt hij het belangrijk om stiekeme dingen te doen met gelijkgezinden.

Wat moet je doen als je kind gaat vloeken?

De eerste keer dat je je kind hoort vloeken kan dat óf op je lachspieren werken óf kan je boos maken. De meeste ouders zijn het erover eens dat vloeken een vervelende gewoonte is. Dus wat kun je doen als je kind begint met verboden woorden te gebruiken? Hier zijn een aantal tips:

  1. Niet overdreven reageren

    Probeer niet overdreven boos te reageren als je kind een vloekwoord gebruikt. De kans is groot dat hij het nog een keer doet als hij aandacht wil of als hij denkt dat het een goed woord is om je op de kast te jagen.

  2. Lachen inhouden

    Doe je best om niet in de lach te schieten. Elk kind vindt het leuk om papa of mama aan het lachen te maken, dus de kans dat hij het bewuste woord nog een keer zal gebruiken is groot.

  3. Uitpraten op een rustig moment

    Ga niet de confrontatie met je kind aan als je zelf nog boos bent. Dan gooi je alleen maar olie op het vuur. Praat erover als je gekalmeerd bent.

  4. Let op je woorden

    Probeer in het bijzijn van je kind niet te vloeken. Vloekwoorden worden juist thuis vaak opgepikt. Als je vaak vloekt dan denkt je kind dat het normaal is en dat hij dat ook mag doen.

  5. Let op leeftijd

    Hou rekening met de leeftijd van je kind. Als je kind nog klein is (dreumes, peuter)  dan heeft hij niet door dat vloeken een slechte gewoonte is. Dus word niet boos. Negeren werkt beter. Als je kind een kleuter is dan kun je het beste op een rustige manier duidelijk maken waarom hij niet moet vloeken. Als je zegt ‘dat is geen leuk woord’, is de kans groter dat hij het niet nog een keer zal zeggen.

    Als een kind eenmaal snapt dat vloeken beledigend kan zijn of pijn kan doen, kun je consequenties verbinden aan ongewenst woordgebruik. Afhankelijk van de leeftijd kun je een kind even apart laten zitten. In sommige gezinnen staat ook een ‘vieze woorden-pot’, waarin iedereen die vloekt of scheld 50 cent in moet doen. Maar goed gedrag belonen werkt beter dan slecht gedrag straffen. Spreek bijvoorbeeld een periode af waarin je kind bepaalde woorden niet mag gebruiken. Lukt dat, dan staat daar iets leuks tegenover.

  6. Kijk naar de context

    Er zit een groot verschil tussen vloeken wanneer je je teen stoot en iemand expres uitschelden. Het liefst wil je geen gevloek in beide situaties horen, maar zorg dat je reactie passend is.

  7. Zeg sorry

    Mocht er uit je eigen mond een vloekwoord ontsnappen, maak dan je excuses. Zo ben je een goed voorbeeld voor je kind. Want iedereen maakt wel eens een foutje.

  8. Alternatieve vloekwoorden

    Verzin alternatieve vloekwoorden. Een bekende is het woord chips in plaats van shit. Maak er samen met je kind een leuk spel van om andere, meer acceptabele ‘vloekwoorden’ te verzinnen.

Vieze woorden voor elke fase

De meeste kinderen zullen tussen de 2,5 en 5 jaar vieze (scheld)woorden gaan gebruiken. Kinderen zeggen immers gewoon na wat ze horen. Zo ontwikkelen ze hun taalvermogen. Elke ontwikkelingsfase heeft zijn eigen vieze-woordenschat.

  1. Zindelijk worden

    Zo gaat zindelijk worden vaak samen met de poep-en-plasfase. Kinderen vinden het dan ineens enorm interessant om dingen te roepen als: ‘Poepscheetbillenbips’ of ‘Ik ga op je plassen’. Niet om stout te zijn, maar omdat ze nog geen schaamtegevoelens kennen. Bovendien snappen ze niet dat de eerste drol in het potje een applaus oplevert, maar dat erover roepen niet echt gewenst gedrag is.

  2. Naar de basisschool

    Kleuters horen ineens allerlei nieuwe woorden op de basisschool. ‘Shit, fuck, kut, godverdomme’ blijken volwassen niet oké te vinden en dat maakt het des te spannender en stoerder om het toch te zeggen. Vaak hebben ze zelf geen flauw idee wat ze zeggen: ze papagaaien andere kinderen na (die waarschijnlijk ook nog niet weten wat die woorden betekenen).

  3. Vanaf 7 jaar

    Vanaf een jaar of 7 gaan kinderen vieze of nare woorden bewuster inzetten. Hun gewetensontwikkeling is op gang en ze weten eigenlijk al wat wel of niet door de beugel kan. Ze willen dus een reactie ontlokken. Er kan thuis ook een omgekeerde situatie ontstaan: kinderen die hun ouders corrigeren: ‘Mam, dat mag je niet zeggen!’ Kinderen worden op deze leeftijd ook creatief in het verzinnen van andere woorden voor niet geaccepteerde vieze woorden, die wel geschikt zijn.

Omgaan met vieze woorden-fase

  • Het ligt voor de hand, maar geef zelf het goede voorbeeld en pas op je taalgebruik (ja, ook als je je teen stoot of een deuk in je auto rijdt).
  • Alleen maar verbieden heeft weinig zin. Leg goed uit wat de reden is waarom we geen vieze woorden gebruiken en waarom het niet hoort. Daar is natuurlijk een reden voor! Op momenten dat je het gewoon echt niet wil, spreek je je kind duidelijk en met serieus gezicht toe. ‘Ik wil dat je stopt met vieze woorden zeggen of vloeken.’
  • Lach niet om vieze woorden – hoe moeilijk dat soms ook is – en zorg dat vrienden en familie dat ook niet doen. Je kind interpreteert lachen namelijk als aanmoediging.
  • Negeer het gedrag en zet je pokerface op. Als je kind geen enkele reactie van je krijgt, is hij eerder geneigd om met zijn gedrag te stoppen. Als je kind grof in de mond blijft en negeren niet helpt, ga dan de kamer uit. Als je in een openbare ruimte bent, ga dan allebei weg.
  • Geef hem de mogelijkheid om vijf minuten per dag vieze woorden te zeggen, bijvoorbeeld op zijn kamer. Daarvoor en daarna moet het afgelopen zijn.
  • Reageer met humor in plaats van woede: je vangt meer vliegen met honing dan met azijn.
  • Als jullie allebei gekalmeerd zijn, leg dan duidelijk uit welk taalgebruik je wel en niet accepteert. Laat hem weten wat de consequenties zijn als hij zich daar niet aan houdt, zoals een dag geen tv-kijken.
  • Bij een ouder kind kan schelden ook afreageren zijn. Probeer erachter te komen wat hem dwars zit en help hem andere manieren te vinden om zijn boosheid of verdriet kwijt te kunnen.
  • Beloon gewenst gedrag en prijs je kind voor het letten op zijn taalgebruik.
  • Stel een vieze-woorden-potje in. Elk kind (of ouder/opvoeder) dat een woord van de zwarte lijst gebruikt, moet vijftig cent doneren. Of gebruik een omgekeerd beloningssysteem: een sticker plakken bij elke vies woord. Bij vijf stickers moet er een huishoudelijk klusje gedaan worden.