Zo ga je om met een brutale peuter

Zo ga je om met een brutale peuter

Een peuter wil steeds meer zelf doen en bepalen. Maar dat lukt of mag niet altijd. Ook kan hij zijn gevoelens nog niet altijd goed onder woorden brengen. Dat levert soms een gefrustreerd en dwars kind op. Hoe ga je het beste om met je brutale peuter?

De ontwikkeling van je peuter gaat snel. Hij verkent de wereld om zich heen en zijn eigen grenzen. Hij ontdekt zijn eigen temperament, zijn wil, zijn gevoelens en die van de mensen om hem heen. En dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. Hij hoort niet graag ‘nee’ als hij iets wil of vraagt (en zeg nou zelf, wie eigenlijk wel?). Dan kan hij boos of opstandig worden. Ook omdat hij zijn frustratie nog niet goed onder woorden kan brengen. Daarom gaat hij bijvoorbeeld schreeuwen, schelden, stampvoeten of brutaal zijn. Dit gedrag is normaal. Het hoort bij de peuterpuberteit.

Gebruiksaanwijzing brutale peuters

Onhandelbare en boze peuters komen van tijd tot tijd in ieder gezin voor. De oorzaak is vaak vermoeidheid van de ouder of het kind. Maar moeheid is niet op te lossen op het moment suprême dat je kind ontploft omdat hij niet mag voetballen in de woonkamer. Hoe pak je dat aan?

Negeer het

Toegegeven, als je peuter zomaar vanuit het niets zegt: ‘Mama is een dikke koe’, is dat best grappig. Toch is het slimmer om niet in de lach te schieten. En ook niet (nep)boos te worden. Door aandacht te besteden aan zijn gedrag, wordt je peuter beloond. Negatieve aandacht is ook aandacht. Door bijvoorbeeld ‘stomme mama’ te zeggen, probeert hij een reactie bij je uit te lokken. Dat is het doel. Als jij er totaal niet op in gaat, is de lol er snel af. Je kunt wel zeggen dat zoiets niet aardig is om te zeggen: ‘Ik vind het niet leuk dat je dat tegen me zegt. Wil je dat niet meer doen?’ Punt. En snij daarna meteen een ander onderwerp aan.

Leer hem omgaan met emoties

Zegt je kind dat hij je ‘stom’ vindt, omdat hij zijn speelgoed moet opruimen en dat niet wil? Vertel hem dan dat het prima is om boos te zijn of het niet met je eens te zijn, maar dat je in zo’n geval ook kunt zeggen: ‘Ik ben boos’, in plaats van iemand stom te noemen. Zo leer je je kind zijn emoties te uiten en beter te benoemen. En daarbij is ruimte geven aan negatieve gevoelens een belangrijke basis voor de emotionele gezondheid van je kind.

Duidelijke consequenties

Gaat je kind toch door? Of is hij onaardig naar zijn broer(s), zus(sen) of vriendjes of scheldt hij ze uit? Verbind consequenties aan dit gedrag. Een paar minuten afkoelen op de gang bijvoorbeeld, of de toren van zijn broer herbouwen als hij die expres heeft omgegooid. Zorg dat je gezichtsuitdrukking en de intonatie van je stem kloppen met wat je zegt.

Maak regels

Regels geven duidelijkheid en daar houden kinderen van. Vertel je kind daarom dat thuis de regel geldt dat je anderen geen pijn mag doen. Niet door te schoppen of te slaan, maar ook niet door iemand uit te schelden of gemene dingen te zeggen, omdat dat ook pijn doet. Zegt je kind toch nog een keer iets onaardigs tegen je? Roep dan eens ‘au’. Dat kan je boodschap versterken.

Geef complimenten

Moedig je kind aan om aardige dingen te zeggen door hem complimenten te geven. Zegt hij dat hij het eten lekker vindt? Zeg dan: ‘Ik vind het lief dat je dat zegt.’ Of als hij zegt dat zijn zus een mooie jurk aan heeft: ‘Ik vind het aardig dat je zegt dat ze er leuk uitziet.’ Zo stimuleer je aardig gedrag.

Geef het goede voorbeeld

Let op welke woorden je zelf gebruikt, óók als je met vriendinnen of andere volwassenen praat. Sta niet toe dat er bij jullie thuis onaardige dingen over anderen worden gezegd, dus ook niet tegen huisdieren. Als jij de hond ‘stom’ noemt, zal je kind dat kopiëren. Tegen je kind zeggen dat hij ‘een klein rotventje’ is, kan dus ook niet. Tel zelf even tot tien, desnoods tot 100, als je boos bent.

Hoe kun je brutaal gedrag voorkomen?

Het zal niet altijd lukken om boos en opstandig gedrag te voorkomen. Het ene kind heeft dat meer dan het andere kind. Dit heeft met temperament te maken. Deze tips kunnen je wel helpen om goed gedrag te stimuleren.

  1. Zorg dat je kind niet in situaties terechtkomt waarin je hij steeds ‘nee’ te horen krijgt. Zet dingen weg. Je hoeft dan niet steeds ‘nee’ te zeggen.
  2. Zorg dat je kind wat te doen heeft.
  3. Leer je kind enkele, duidelijke regels. Leg ook uit waarom iets niet mag of kan. Herhaal dit vaak. Je peuter gaat dit dan begrijpen.
  4. Gebruik zoveel mogelijk vaste tijden om te eten. Ook een vast slaapritueel geeft je kind duidelijkheid. Probeer je kind op tijd in bed te krijgen, vermoeidheid werkt opstandig gedrag in de hand.
  5. Vertel je (oudere) peuter wat je doet en wat er gaat gebeuren. Je kind weet dan wat het kan verwachten.
  6. Verwacht niet te veel van je kind. Hij kan nu bijvoorbeeld nog niet lang aan tafel blijven zitten.
  7. Let op als je kind zich goed gedraagt en geef dan een complimentje. Zeg hierbij tegen je kind wat hij goed doet.
  8. Denk eerst na voor je ‘ja’ of ‘nee’ zegt en blijf dan bij je besluit.
Video: Rachel vraagt door: 'Hoe ga jij om met dreumes drama en de peuterpuberteit?'