Hoe ga je om met driftbuien?

Hoe ga je om met driftbuien?

Peuters lijken soms te ontploffen om niks. Thuis, in de winkel, op straat. Goed reageren is dan best moeilijk. Hoe ga je om met driftbuien van je kind? Deze stappen van pedagoge José Sagasser geven houvast.

Hoe ga je om met driftbuien?

Heeft je peuter een woedeaanval? Deze stappen van pedagoge José Sagasser geven houvast.

  1. Blijf rustig als je kind een driftbui krijgt

    Bedenk dat je kind zelf ook vaak wordt overvallen door zijn woede. Iemand moet het overzicht houden en in dit geval ben jij dat. Drift kan in het karakter van je kind zitten. Het kan ook komen door de ontwikkelingsfase waar hij in zit. Een peuter ontdekt zijn eigen wil. Hij gaat spannende dingen uitproberen, zoals bij je weg rennen of met de afstandsbediening gooien. Bedenk dat hij het niet expres doet. Het is niet tegen jou gericht en de driftbuienfase gaat weer over.

  2. Houd vast aan dezelfde aanpak

    Het is een illusie om te denken dat driftbuien door een bepaalde aanpak helemaal overgaan. Wel helpt het om een strategie te bepalen waar je je de komende tijd aan houdt. Besluit je de boosheid van je peuter te negeren, doe dat dan ook in de supermarkt en op straat. Besluit je zijn gevoel te benoemen en dicht bij hem te blijven, houd dat dan de komende weken vol. Word niet boos, hang geen hele verhalen op, houd je aanpak simpel. Je kind verleiden tot samen stampvoeten kan ook een strategie zijn.

  3. Creëer een plek om boos te zijn

    Peuters moeten leren met hun emoties om te gaan. Ze mogen voelen wat ze voelen en dat kan als ze een veilige, bekende plek hebben om uit te razen. Misschien kun je een hoekje creëren met kussens om op te slaan, misschien wil je kind het liefst met zijn knuffel op de trap zitten. Maak duidelijk dat het geen strafplek is, maar een plek om (uiteindelijk) tot rust te komen. Zeg bijvoorbeeld: ‘Hier mag je lekker boos zijn’. Na een minuutje kun je kijken hoe de vlag erbij hangt. Is je kind dan wat aan het nasnikken of zelfs helemaal rustig, dan kun je hem weer binnenlaten. Als hij nog kwaad is, kun je dat verwoorden: ‘Jij bent nog boos, ik kom zo wel weer kijken.’ Op deze manier leer je je kind dat kwaad zijn mag, maar dat je er geen extra aandacht mee krijgt.

  4. Geef je kind niet te veel aandacht als hij boos is

    Is je kind afgekoeld, kom dan niet meer terug op zijn boosheid. Hij is uitgeraasd en nu is het weer tijd voor leuke dingen. Te veel aandacht voor een driftbui kan averechts werken. Dan wordt de emotie een middel om in het centrum van de belangstelling te staan. Dat willen de meeste peuters juist graag. Je kind zijn zin geven om zijn woedeaanval te stoppen, is ook niet handig.

  5. Zorg voor jezelf

    Het kan er best inhakken, zo’n periode met driftbuien. Soms zou je misschien het liefst met je peuter meegillen. Af en toe een oppas regelen en op pad gaan met je partner of een vriendin kan je in balans houden.

José Sagasser

Pedagoog

José Sagasser is pedagoog en moeder van drie kinderen. Ze werkt al jaren voor Ouders van Nu en heeft sinds 1995 haar eigen opvoedbureau: OPVON. Ouders kunnen bij haar terecht met vragen over huilen, eten, zindelijk worden, slapen, de peuterpuberteit, naar school gaan, et cetera. Ze schreef onder andere het boek 'De kleine koning' over peuters en de brochure 'Slaapproblemen de baas'.