12x de meest gestelde vragen over zindelijk worden

12x de meest gestelde vragen over zindelijk worden

Zindelijk maken is kinderspel, zegt psychologe Debby Mendelsohn, die er een boek over schreef. Kan je kind goed zitten en lopen, dan kun je beginnen met zindelijkheidstraining. Haar advies: zie het zindelijk worden als iets leuks, niet als iets vervelends.

Natuurlijk heeft het tijd nodig voor je kind ook echt zindelijk is. En het ene kind is sneller toe aan de wc of het potje dan het andere. Ook kunnen er in dit proces allerlei twijfels en vragen opkomen. Doe ik het wel goed en hoe krijg ik mijn kind na het potje op de wc? Hier de twaalf meest gestelde vragen over zindelijkheidstraining, plús oplossingen.

  1. Ik wil af van die luier ’s nachts, maar twijfel of deze stap te vroeg komt voor mijn kind.

    Tijdens het zindelijk worden zal je kind waarschijnlijk eerst incidenteel ’s ochtends wakker worden met een droge luier. Geleidelijk zal dit steeds vaker gebeuren. Als je merkt dat je kind drie nachten achter elkaar een droge luier heeft, doe hem dan eens geen luier om als hij gaat slapen. Natuurlijk moet je kind nog wennen aan het slapen zonder luier, er kan daardoor nog best een ongelukje gebeuren. Leg daarom bijvoorbeeld plastic op het matras met een handdoek erop. Het hoeslaken komt daar weer overheen. Ook bestaan er speciale matrasbeschermers om het bed mee op te maken.

  2. Mijn kind gaat eindelijk goed op het potje. Maar ik ben bang dat hij van slag raakt als ik hem vanaf nu op het toilet zet.

    Het belangrijkste is dat je kind zijn behoefte niet meer in een luier doet, maar op een plek waar het hoort. Of dat een potje of de wc is maakt dan niet uit. Vindt je kind het toilet nog te spannend, laat hem dan net zo lang het potje gebruiken tot hij niet meer bang is voor de wc. Het moment dat hij er klaar voor is komt vanzelf.

  3. Mijn dochter verzet zich zo tegen het potje dat ze gerust dagenlang haar poep ophoudt.

    Probeer altijd te achterhalen waarom je kind zich tegen (poepen op) het potje verzet. Als je de oorzaak weet, weet je hoe je kunt helpen. Merk je bijvoorbeeld dat je kind het niet fijn vindt om op het potje te zitten, kijk dan of zitten op de wc met wc-brilverkleiner beter werkt. Misschien wil je kind liever op de wc omdat ze heeft gezien dat jij dat ook doet. Het kan ook zijn dat ze gewoon nog niet begrijpt wat de bedoeling is. Lees eerst verhaaltjes voor waarin een kind op het potje gaat, zodat ze gaat begrijpen dat dit normaal is. Blijf bij je kind als je het potje weer gaat proberen en stel haar gerust. Ga zeker niet dwingen en word niet boos, dat kan het proces belemmeren.

  4. Meisjes zouden makkelijker zindelijk worden, maar mijn dochter lijkt het niet te snappen.

    Zindelijk worden hoort bij het groter worden en of je een jongen of een meisje bent maakt niet uit. Zowel jongens als meisjes hebben hierbij hulp van hun ouders nodig. Je kunt het potje introduceren door je kind er na een maaltijd of na een slaapje op te zetten (of op de wc met wc-brilverkleiner). Op deze momenten is de kans het grootst dat een kind moet plassen en/of poepen. Terwijl je kind op het potje zit, lees je bijvoorbeeld een verhaaltje voor. Zo gaat je kind wennen aan het potje en maak je er een leuk moment van.

  5. Sinds ik ben gestopt met mijn peuter belonen als hij op het potje is geweest, wil hij er niks meer van weten.

    Als een kind alleen zijn behoefte op het potje doet als er een beloning volgt en daarmee totaal zindelijk is, zou ik er geen groot punt van maken. Blijf hem gerust belonen, zolang het om een kleine beloning gaat. Ooit zal het belonen moeten stoppen, maar bouw het geleidelijk af. Geef bijvoorbeeld eerst nog elke keer dat het lukt een beloning, dan pas na twee keer, enzovoort.

  6. Mijn kind wil per se zelf zijn billen afvegen, maar ik weet niet of hij dat wel kan.

    Tja, de eigen wil van peuters. Als je denkt dat je kind het nog niet alleen kan, help hem dan door het samen te doen. Jij houdt hierbij zijn hand vast terwijl hij veegt. Zodra je merkt dat hij het zelf echt serieus doet en het redelijk gaat, laat hem het dan zelf doen. In het begin zul je misschien wat sporen in zijn onderbroek vinden (lang leve de wasmachine!), maar voor je het weet heeft hij het onder de knie.

  7. Wij gaan op vakantie en moeten lang vliegen. Ik doe mijn zoon dan liever een luier om, al zitten we midden in de zindelijkheidstraining. Of is dit niet verstandig?

    Als je denkt dat het moeilijk wordt om je kind tijdens de vlucht op het potje of de wc te zetten, doe hem dan gerust een luier om. Zo voorkom je ook dat hij moet plassen tijdens het opstijgen of landen en daardoor een ongelukje heeft. Is het mogelijk tijdens de vlucht, zet je kind dan wel een keer op het potje of ga met hem naar de wc.

  8. Mijn dochter zegt vaak twee minuten nadat ze heeft geplast dat ze weer nodig moet.

    Er zijn twee veelvoorkomende redenen waarom een kind dat doet. Het kan zijn dat ze niet lang genoeg op het potje of de wc heeft gezeten. Laat haar in dat geval voortaan langer zitten, zodat ze goed uitplast. Maar het kan ook zijn dat ze door heeft dat ze aandacht krijgt als ze zegt dat ze moet plasssen. Dan kan het een spelletje worden. Leg op een lieve manier uit dat ze jou alleen moet roepen voor het potje als het écht nodig is.

  9. Mijn zoon houdt zijn poep op tot hij een luier om heeft.

    Afgezien van het feit dat het niet het leukste klusje is om de poepluier van je peuter te verschonen, is het aan de ouders om hun kind te leren waar poep en plas thuishoort: in het potje of de wc. Leg je kind op een vriendelijke manier uit wat de regels zijn en dat grote kinderen niet meer in een luier poepen of plassen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Plas en poep is vies, het hoort in de wc of het potje en niet in een luier. Kleine kinderen kunnen dit nog niet, maar jij bent nu groot genoeg om naar de wc te gaan.’

  10. Wat is de ideale leeftijd om te beginnen met zindelijkheidstraining?

    Rond de tijd dat je kind leert lopen. Begin hier het liefst mee vóór je kind twee jaar is. Je bent dan de nee-fase voor. Maar als je later begint werkt dit stappenplan ook.

  11. Mijn kind geeft zelf niet (altijd) aan wanneer hij naar de wc moet.

    Zolang je kind het zelf nog niet aangeeft, of het wel eens vergeet, kun je hem helpen. Het ene kind heeft nou eenmaal sneller in de gaten dat hij naar de wc moet dan het andere. Sommige kinderen gaan zo op in hun spel dat ze niet merken dat ze moeten en in hun broek plassen. Vraag je kind af en toe of hij misschien moet poepen of plassen, zolang dat nodig is.

  12. Ik raak zo gefrustreerd van dat zindelijk worden dat ik op het punt sta het voorlopig op te geven.

    Zindelijk worden moet in een ontspannen sfeer gebeuren. Een kind voelt het als je boos, ongeduldig of gefrustreerd bent en dat helpt het zindelijk worden niet. Merk je dat het je te veel wordt, dan kun je een rustpauze inlassen. Begin een week of twee later opnieuw. Het gaat er niet om hoe snel je kind zindelijk is, maar dát hij zindelijk wordt. En dat gaat het beste op een ontspannen manier.

Debby Mendelsohn

Zindelijkheids-deskundige

Debby Mendelsohn is psycholoog, schrijver, trainer en expert op het gebied van zindelijk maken van kinderen. Haar boek 'Zindelijk maken is kinderspel' is een klassieker en bevat een schat aan informatie vanuit de praktijk, plus wetenschappelijke onderbouwing. Daarnaast schreef ze het boek  Borstvoeding doe je zo! waarin ze moeders begeleidt rondom alle aspecten van borstvoeding. Zij werkt nauw samen met kinderdagverblijven. Debby heeft zes kinderen.