Zindelijkheidstraining in 5 stappen

Zindelijkheidstraining in 5 stappen

Aangezien de meeste kinderen rond hun eerste jaar kunnen lopen, kunnen de meeste kinderen ook vanaf dat moment zindelijk worden. Hoe snel dit gaat heeft alles te maken met hoe jij dit als ouder aanpakt. Dit is wat je moet weten.

Wat is zindelijkheid?

Als je het woord ‘zindelijk’ opzoekt in het woordenboek vind je ‘netjes’ en ‘schoon’. Als ouder ben je eigenlijk altijd bezig je jonge kind ‘zindelijk’ te houden, denk maar aan het schoonmaken van een snotneusje, het wassen van handjes of je kind in bad doen. Een onderdeel van het zindelijk houden van je kind is hem te leren wat de juiste plek is voor zijn poep en plas: op een potje of op de wc in plaats van in zijn luier.

Zindelijkheidstraining

Zindelijkheidstraining is de begeleiding van je kind bij het zindelijk worden. Je helpt hem de juiste plek te vinden om te poepen en plassen en controle te krijgen over zijn aandrang. Een zindelijk kind kan zijn plas en poep ophouden, en zelfstandig reageren op aandrang, door zelf naar de juiste plek te gaan om te plassen of te poepen.

Wanneer start je met zindelijkheidstraining?

De ideale leeftijd om te starten met zindelijkheidstraining is tussen de 18 en 20 maanden. Kinderen van deze leeftijd zijn heel ontvankelijk voor het leren van nieuwe dingen, hebben zin om te spelen en zitten nog voor de nee-fase (vaak vanaf 2 jaar).

Op tijd beginnen met de zindelijkheidstraining voorkomt stress. Zowel bij jou als ouder als bij je kind. Heb je een kind dat ouder is dan twee, maak je dan geen zorgen: je kunt nog op elk moment beginnen met de training. Elk kind van welke leeftijd dan ook is in staat zindelijk te worden, de manier waarop is hetzelfde. En een kind van twee kan zich bijvoorbeeld weer langer concentreren.

Zindelijkheidstraining: stappenplan

Het allerbelangrijkste bij het zindelijk maken van je kind is dat dit met warmte en liefde gebeurt. Maak er een gezellig moment van, zorg dat je samen plezier hebt en jaag je kind niet op. Om je kind zindelijk te laten worden, kun je onderstaand vijfstappenplan gebruiken.

  1. Laat je kind op het potje zitten (en maak het gezellig)Zet je kind na elk slaapje en elk hapje op het potje of op de wc (eventueel met een wc verkleiner). Op deze momenten heb je de grootse kans dat je kind moet plassen en/of poepen. Het maakt niet uit dat je kind op dit moment nog niet begrijpt wat er op het potje van hem verwacht wordt. Tussendoor houdt je kind gewoon zijn luier om.Maak er een speciaal en liefdevol moment van. Lees je kind een boekje voor, doe samen een spelletje of zing een liedje. Het is heel belangrijk dat zowel jij als je kind plezier beleeft aan deze momenten. Belangrijk: laat je kind nooit alleen als hij op het potje zit.
  2. Het eerste succesEn dan opeens gebeurt het: er komt wat in het potje. Laat je kind meteen merken dat je dat heel knap vindt en zeg: ‘Heel goed van je, of ‘Goed gedaan.’ En daar kun je het bij laten. Het zindelijk worden is een normaal onderdeel van de opvoeding. Je vertelt je kind dus dat hij het goed gedaan heeft, maar de slingers hoeven niet uit de kast. Lukt het nog niet, word dan niet boos. Houd het ontspannen en geef je kind de kans om te oefenen. Ongelukjes horen erbij.Heeft je kind gepoept, blijf er dan rustig bij zitten en geef je kind de kans uit te poepen. Pak niet meteen de camera erbij: foto’s zorgen er vaak voor dat het poepen te vroeg stopt. Je hebt later nog genoeg kans deze mijlpaal vast te leggen.
  3. Ontwikkel een dagelijkse routineZet je kind als onderdeel van de routine een paar keer per dag op het potje. Goede tijden zijn: na de maaltijden, na de tussendoorhapjes en na het slaapje. Je kind zal de potjes-sessies leuk vinden en tussendoor ook willen.Niet elke ouder heeft tijd om zijn of haar kind na elke voeding of slaapje op het potje te helpen. Wees niet te streng voor jezelf en bouw het rustig op. Begin bijvoorbeeld met één tot drie keer per dag. Kijk wat past in het ritme van jouw gezin.
  4. Je kind wil zelf op het potjeDoordat je kind regelmatig op het potje zit, zal hij niet zo vaak nog een keer extra hoeven. Moet hij toch een keer, dan zal hij dat zelf aangeven, door bijvoorbeeld het potje naar je toe te brengen. Hij begrijpt nu wat hij moet doen, bovendien vindt hij het als het goed is een leuk en fijn moment, samen met jou.
  5. Je kind slaapt overdag én ’s nachts zonder luierIn aansluiting op de zindelijkheidstraining overdag volgen de nachten. Je hoeft hier niet zoveel voor te doen, dit gebeurt meestal binnen een half jaar nadat je kind overdag zindelijk is. Zolang je kind overdag genoeg plast, zou hij ’s nachts niet hoeven te plassen. Je kind zal dan ’s nachts ook zonder luier kunnen.Sommige kinderen hebben een tussenstapje nodig en worden ’s avonds laat nog een keer gewekt om te plassen.

Oefenen, oefenen, oefenen

Elk kind is anders, maar hoe lang een kind erover doet om zindelijk te worden, is vooral afhankelijk van jou als ouder. Hoe vaker je oefent, hoe sneller het gaat.

Onthoud: het is geen wedstrijd. Maak van de zindelijkheidstraining een leuke tijd, dan zul je zien dat zindelijk maken van je kind – in veel gevallen – kinderspel is.

Buiten de deur

Ga je naar de dierentuin, een feestje of op bezoek bij een vriendin, laat je kind voor vertrek dan een extra keer op het potje zitten en houd de rest van de dag de vaste routine aan. Na elk slaapje of hapje zet je je kind op het potje of ga je met hem naar de wc. Passen opa en oma een dagje op? Laat ze dan dezelfde routine aanhouden.

Als het niet lukt

Lukt het met deze stappen toch niet je kind zindelijk te maken of ben je nog onzeker? Dan kun je ervoor kiezen met het consultatiebureau of een expert te overleggen zoals Debby Mendelsohn. Vaak is een (telefonische) afspraak al genoeg om de training weer op gang te krijgen.

Debby Mendelsohn

Zindelijkheids-deskundige

Debby Mendelsohn is psycholoog, schrijver, trainer en expert op het gebied van zindelijk maken van kinderen. Haar boek 'Zindelijk maken is kinderspel' is een klassieker en bevat een schat aan informatie vanuit de praktijk, plus wetenschappelijke onderbouwing. Zij werkt nauw samen met kinderdagverblijven. Debby heeft zes kinderen.