‘Van onze dochter Nowie ben ik 2,5 jaar geleden bevallen met een spoedkeizersnede. Zij was een grote baby van 4340 gram en had van die lekker dikke spekwangen. Dat zij zo groot was, verbaasde mij niet: mijn man is 2 meter!
Tijdens de zwangerschap van Móis leek het er lange tijd op dat hij een gemiddelde lengte had, maar toen ik met 31 weken een 3D-echo liet maken, zei de echoscopist dat hij wel erg groot was. We hebben de echofoto’s van Nowie en Móis met elkaar vergeleken en ook nu zag ik dezelfde wangen.
Lees ook: Macrosomie: bevallen van een grote baby
Inleiding
Vanwege de vorige keizersnede werd ik met 37 weken overgedragen aan het ziekenhuis. Daar kregen ze Móis niet gemeten omdat hij zo groot was. Zelfs het hoofd van de afdeling lukte het niet. Ik kon er niet meer omheen: ik moest met 38 weken worden ingeleid.
De dag voor de inleiding werd het ballonnetje geplaatst. Het deed geen pijn en ik was blij verrast toen ik te horen kreeg dat ik op dat moment al 2,5 centimeter ontsluiting had.
Omdat de arts bang was dat de wond van de keizersnede open zou gaan, moest ik een nacht in het ziekenhuis blijven. Ik was zo zenuwachtig dat ik maar moeilijk in slaap viel. Gelukkig heb ik dankzij slaapmedicatie toch nog twee uur kunnen slapen.
Lees ook: 10 tips om op een natuurlijke manier weeën op te wekken
Alles volgens plan
De volgende ochtend werd ik iets voor 06.00 uur wakker. Niet lang daarna liet de ballon vanzelf los. Mijn eerste gedachte: mooi, alles verloopt volgens plan. Ik had goede hoop dat ik geen medicatie nodig had om de baarmoedermond verder open te krijgen.
Naast mijn man en de geboortefotograaf, wilde ik ook graag mijn moeder en zusje bij de bevalling hebben. Eigenlijk mochten er maar drie mensen bij zijn, maar gelukkig werd niemand naar huis gestuurd.
Weeënopwekkers
Om 10.15 uur werden mijn vliezen gebroken. Dat voelde niet fijn. Met een soort breinaald werden er over de vruchtzak gekrast om er een scheur in te maken. Ik voelde daarna meteen het vruchtwater eruit stromen. Wat was het veel!
Daarna was het de vraag: gaan we meteen beginnen met weeënopwekkers of wachten we het nog even af? Ik wilde het graag nog even aankijken, maar na een halfuur gebeurde er nog niks. Via een infuus, dat er helaas pas na vijf keer prikken goed in zat, kreeg ik om 11.00 uur de medicatie.
Lees ook: Laura’s bevallingsverhaal: ‘Ze had krassen op haar voorhoofd door de naald van het vliezen breken’
Kaartspel
En toen was het weer afwachten. We hebben nog met z’n allen het B&B vol liefde-kaartspel gespeeld en een stuk taart gegeten. Het was heel gezellig dat iedereen er was. Bovendien was het een fijne afleiding.
Ondertussen ging elk halfuur de sterkte van de weeënopwekkers omhoog. Na een tijdje begon ik eindelijk wat te voelen, maar het was heel licht: nog niet eens te vergelijken met menstruatiekramp. ‘Het klinkt niet aardig, maar we willen aan je gezicht zien dat je pijn hebt’, zei de verpleegkundige. ‘Want dan gebeurt er écht iets.’
Om 13.00 uur begonnen de weeën steeds sterker te worden, maar het lukte me nog goed om ze weg te zuchten. Ik durfde het zelfs aan om de opwekkers nog iets hoger te laten zetten. Een halfuur later was het hek van de dam. Het begon zeer te doen en de tijd tussen de weeën werd steeds korter.
Hevige pijn
Ik heb wel drie keer onder de douche gestaan, maar de pijn werd steeds heviger. Zitten wilde ik niet, want het voelde alsof de pijn dan mijn lichaam niet uit kon. De bevalbal was dan ook niets voor mij. Ik wilde en kon alleen maar staan. Daardoor kreeg ik er ook een hard hoofd in dat het bevalbad, dat inmiddels was opgezet, wel iets voor mij was. Toch gaf ik het een kans. Maar toen ik ging zitten en wist meteen: dit wil ik niet.
Het was intussen al 16.30 uur. Ik was al heel wat uur onderweg, had weinig geslapen en nog maar 5 centimeter ontsluiting. Ik wilde een ruggenprik. Gelukkig mocht ik meteen naar de anesthesist. Wat was ik opgelucht. Maar het gekke is: als je weet dat je bevrijd gaat worden van de pijn, wordt de pijn juist erger.
De ruggenprik werkte maar aan één kant. Daardoor voelde ik in de rechterkant van mijn buik de weeën. Ik moest op mijn zij gaan liggen in de hoop dat de pijnstilling ook naar die kant zou druppelen. Ik denk echt dat je beter aan beide kanten de weeën kunt voelen, want nu was de pijn aan één kant heel scherp. Daardoor ademde ik niet goed waardoor ik via een slangetje in mijn neus zuurstof kreeg toegediend.
Lees ook: 23x moeders vertellen: zo voelt een ruggenprik
Positieve flow
Op een gegeven moment werd de pijn minder, maar de druk daarbeneden groter. Ik was van 5 naar 7 centimeter gegaan. Voor mij was dat een enorme mijlpaal, want bij Nowie was ik niet zo ver gekomen. Ik kwam in een positieve flow: als me dit is gelukt, dan komt het goed.
Om 23.00 uur had ik 9 centimeter ontsluiting. Ik werd misselijk en heb alles ondergespuugd. Volgens de verpleegkundige was het een goed teken dat ik aan het spugen was. Volgens haar zou het nu echt niet lang meer duren.
Wachten met persen
Maar het was druk op de afdeling. Terwijl ik volledige ontsluiting en persdrang had, mocht ik van de verpleegkundige alleen maar wat puffen en meebewegen. Actief meepersen mocht niet, omdat ik moest wachten op de verloskundige.
Na anderhalf uur was ik het zat. Mijn man, moeder en zusje sleepten mij erdoorheen. Om 03.00 uur mocht ik dan eindelijk persen. Om 04.09 uur is Móis geboren. Hij werd op mijn borst gelegd en het eerste dat ik zei: ‘Wat is hij klein!’ Maar dat was hij helemaal niet, haha.
Omdat Móis een grote baby was, moest ik nog even ter observatie in het ziekenhuis blijven, maar aan het einde van de middag mochten we al naar huis.
Ik kijk terug op een positieve bevalling, ondanks dat het lang duurde. Ik was bang voor een keizersnede, maar ik ben er zonder veel kleerscheuren vanaf gekomen.’
Geboren!
Móis
22-8-2025
51 centimeter
3914 gram
Meer bevallingsverhalen lezen? We publiceren iedere woensdagochtend een nieuwe. Eerdere bevallingsverhalen lees je terug in het dossier Bevallingsverhalen. Wil je geïnterviewd worden over jouw bevalling? Mail oproep@oudersvannu.nl