‘Ik was 38+5 weken zwanger toen ik ineens buikpijn kreeg. Eerst voelde het als ongesteldheidsbuikpijn, maar in de loop van de ochtend begon het in golven te komen.
Mijn moeder kwam ’s ochtends nog even koffiedrinken, mijn vriend was thuis aan het werk. Hij is stand-upcomedian en had die avond een optreden. Toen mijn moeder weg was, liep ik meteen naar zijn kantoor: ‘Zeg je optreden vanavond maar af, het is begonnen.’
TENS-apparaat
Ik gebruikte een TENS-apparaat om de weeën op te vangen en ik heb even gedoucht. Het was gelukkig goed te doen. Aan het begin van de middag zaten er vijf minuten tussen de weeën, maar ze duurden steeds heel kort. Toen ze langer dan een minuut duurden, belden we de verloskundige.
De verloskundige was er rond 16.30 uur, ik zat op 2 centimeter. Ze zou over drie uur terugkomen. Maar toen ze de deur achter zich dichttrok, barstte het los. Ineens kreeg ik veel pijn en er kwam geen rustmoment meer tussen de weeën. Mijn vriend heeft nog even aan me voorgelezen, maar we voelden ons onthand zonder een deskundige erbij.
Aansteller
Vanaf toen ben ik gaan staan, en ben tot aan de geboorte niet meer gaan zitten. Ik begon aan mezelf te twijfelen. Ik kan redelijk goed tegen pijn – heb ik mezelf volledig overschat? Ben ik een aansteller dat ik dit te heftig vind?
‘Als dit nog lang zo doorgaat, wil ik een ruggenprik’, zei ik tegen mijn vriend – terwijl ik van tevoren geen medische pijnstilling wilde. Toen wist hij ook dat het menens was. Ondertussen moest ik ook overgeven, terwijl ik op het toilet zat. Door de druk van het overgeven braken mijn vliezen.
Lees ook: Pijnbestrijding bij de bevalling: welke vormen zijn er?
Weeënstormpje
We hebben de verloskundige eerder gebeld, zij kwam meteen. Ik bleek op 7-8 centimeter te zitten. De verloskundige was heel fijn en rustig, ze zei: ‘Dan heb je een weeënstormpje gehad’. Oké, dacht ik: ik mag wel wat milder kijken naar mezelf.
Ik was opgelucht. Er was geen ruimte meer voor een ruggenprik, en omdat ik al zo ver was dacht ik: dan kan ik die laatste centimeters ook wel uitzitten. We gingen naar het ziekenhuis, het was twaalf minuten rijden. De weeën kwamen om de twee minuten, en ik moest ook overgeven.
Cirkel van pijn en overgeven
Rond 20.00 uur kwamen we in het ziekenhuis aan. Ik wilde niet in een rolstoel zitten omdat ik alleen maar staand de weeën kon opvangen – ik stond te trillen op mijn benen. Ik hield ook niks meer binnen.
Ik heb even gedoucht, dat was fijn. Op een gegeven moment voelde ik dat ik moest poepen. ‘Dat is goed, je persweeën komen op gang’, zei de verloskundige. Maar ik moest écht poepen. Ik ging op het toilet zitten – maar toen werd ik misselijk van mijn eigen geur en moest ik weer overgeven. Het was een cirkel van pijn en overgeven.
Lees ook: Waarom overgeven tijdens de bevalling eigenlijk een heel goed teken is
Nul energie
Ik wilde een baarkruk proberen, zodat de zwaartekracht mee kon helpen. De verloskundige voelde dat ik op 9 centimeter zat, maar er zat nog wel een soort randje. Ondertussen bleef de weeënstorm doorgaan. Ik was lijkbleek, had nul energie meer en was naar binnen gekeerd. De persweeën namen af: de verloskundige zei dat mijn lichaam misschien een rustmoment wilde om zich klaar te maken voor de bevalling. Ze wilde het een uur geven, en als er nog niks was veranderd wilde ze overleggen met het ziekenhuis.
Dat werd een lang uur, inmiddels was het 23.00 uur ’s avonds. Ik had heftige weeën, maar zonder persdrang. Mijn vriend was achter me gaan zitten op de baarkruk, ik kon de hele tijd zijn armen vasthouden. Toen hij naar het toilet moest, dacht ik: ‘Nee, ik kan het niet alleen!’
Lees ook: Bevallen op de baarkruk: hoe werkt het?
Pijnstilling
Na een uur zat het randje er nog steeds. Toen werd ik overgedragen aan het ziekenhuis. De verloskundige ging nog helemaal uitleggen dat ze het jammer vond, maar ik dacht alleen maar: stop met praten, ik wil dat het voorbij is!
Ik werd medisch, waardoor ik remifentanil als pijnstilling mocht. De verloskundige prikte verkeerd en ik heb nog overgegeven, maar dat is een blur. Toen het infuus eindelijk was aangesloten, voelde het alsof de zon weer ging schijnen. De weeën waren weer draaglijk, ik kon weer contact maken met mijn vriend en grapjes maken.
Olympische coach
Ondertussen kreeg ik oxytocine om de persweeën op gang te krijgen, en moest ik op mijn zij liggen met een kegelvormige bal tussen m’n benen. Ik kreeg twee echoapparaten op mijn buik, maar die klapten de hele tijd om. Ze konden onze hartslagen niet onderscheiden, dus er werd een plakkertje op het hoofd van de baby gedaan.
Toen kon ik eindelijk gaan persen – ik vond het fijn dat ik iets kon doen. De verloskundige was een soort olympische coach: ‘Je gaat een recordtijd neerzetten!’ Ik had het gevoel dat ik ook echt de vrouw was die als snelste ooit ging bevallen.
Lees ook: Oxytocine: wat doet dit knuffelhormoon?
Paarsblauw
Na een halfuur persen werd Okke geboren. Hij werd bij me neergelegd, maar al snel werd hij paarsblauw. Wrijven hielp niet voldoende – ze moesten hem meepakken. Blijkbaar zat er vruchtwater in zijn longen, dat hij er niet uithuilde. Hij lag op zo’n babytafeltje en ineens stonden er drie mensen om hem heen. We dachten dat ze hem aan het beademen waren, maar ze oefenden druk uit op zijn longen.
Ik was er vrij apathisch onder, ik moest ook de placenta er nog uitpersen en was een beetje uitgescheurd. Er lag best wat bloed op mijn bed, en ondertussen dachten we dat Okke beademd werd – mijn vriend is daardoor getraumatiseerd. Hij dacht: straks ga ik in mijn eentje naar huis.
Zuurstoftekort
Gelukkig ging het snel weer goed en mocht Okke bij mij liggen. Maar toen nam de verloskundige bloed af van de navelstreng. Ze zei: ‘Ik heb niet zo leuk nieuws: de zuurgraad is iets te laag geweest, wat betekent dat hij zuurstoftekort heeft gehad.’ De arts zou later komen om het uit te leggen.
Ik dacht meteen: zuurstoftekort kan heel heftig zijn. In het ergste geval wordt het een soort kasplantje. Hoe kan dit nou? Alle echo’s en controles zijn goed gegaan – hoe kan bij zo’n bevalling dan alles misgaan? Dat was natuurlijk niet zo, maar zo voelde het wel.
Lees ook: Asfyxie: zuurstoftekort rond de geboorte
Spanning
Toen ze klaar waren om mij te hechten, namen ze Okke mee naar de afdeling neonatologie. Daar heeft hij twee dagen gelegen. De eerste 24 uur was ik er nog redelijk kalm onder, maar voor mijn vriend was het heel pittig. Hij was obsessief bezig met de waardes van Okke op de hartmonitor.
De artsen mogen natuurlijk niet zeggen ‘maak je maar geen zorgen’. Ze zeiden wel dat er in de eerste vijf uur niets afwijkends was gevonden – dat was de meest cruciale periode – maar dat er alsnog wel wat uit kon komen. ‘Het is niet niks voor jullie’, zeiden ze begripvol. En toen brak ik helemaal. Wat als het niet goed afloopt?
De goede kant op
Gelukkig was het ziekenhuispersoneel heel lief. Ook alle verpleegkundigen deden hun werk met een glimlach, zelfs midden in de nacht. Dat maakte het veel draaglijker.
Het ging gelukkig steeds verder de goede kant op. Na 48 uur mochten alle snoertjes eruit en mocht Okke kleertjes aan. In de nacht van woensdag op donderdag is hij geboren, op zondagochtend mochten we naar huis. We zijn er zonder kleerscheuren vanaf gekomen.’
Geboren!
Naam: Okke
Datum: 19-02-2026
Lengte: 50 centimeter
Gewicht: 3294 gram
Meer bevallingsverhalen lezen? We publiceren iedere woensdagochtend een nieuwe. Eerdere bevallingsverhalen lees je terug in het dossier Bevallingsverhalen. Wil je geïnterviewd worden over jouw bevalling? Mail oproep@oudersvannu.nl