De stenen trap in mijn achtertuin is even hoog als de Mount Everest. De trap is gevaarlijk en een val kan lelijk zijn. Onderaan de afgrond ligt een stekelig rozenperkje. Als mijn zoon de vijf treden voor het eerst alleen – en zonder zuurstof – bedwingt, kijkt hij achterom. ‘Zie je wel, papa, ik kan dit’. Zijn vijftien minuten jongere zusje bekijkt de show terwijl ze naast me staat. Ze lijkt zich te verbazen over haar grote broer. Of denkt ze hetzelfde als ik: is Thorre verder in zijn motorische ontwikkeling dan Lizzie?
Lees ook: Dirk (40): ‘Zwaar, een tweeling? Helemaal niet, wij zijn geluksvogels’
Als eerste op de schommel
Die vergelijkingsvraag houdt me al bezig sinds de geboorte van de tweeling. Constant kijk ik naar verschillen. Lizzie dronk minder melk in het ziekenhuis, Thorre had een gelere huid. Hij zei als eerste ‘papa’, zij zat als eerste op de schommel.
Van bevriende ouders horen we dat het niet anders is met kinderen van verschillende leeftijden. Mijn eigen ouders deden vroeger overigens precies hetzelfde. ‘Jij wilde ook niet dat de zijwieltjes van je fiets gingen, Dirk’, zei mijn moeder laatst. ‘Je was als de dood voor aflopende stoepranden. Je broer duwde je over de moeilijke stukken heen.’
Lees ook: Wat doet de rivaliteit tussen broer en zus met de ontwikkeling van een kind?
Constant vergelijken
Bij tweelingen ontstaat een unieke situatie. In huis rennen kinderen van dezelfde leeftijd rond. Ze krijgen dezelfde opvoeding en groeien op in dezelfde omgeving. Daardoor lijkt vergelijken logisch, maar onderzoek laat zien dat zelfs eeneiige tweelingen zich verrassend verschillend kunnen ontwikkelen in hun taalontwikkeling, temperament, motoriek, concentratie of sociale vaardigheden.
Het zegt niets over de latere ontwikkeling als een tweelingbroer drie maanden eerder praat of een tweelingzus veel avontuurlijker is. Sterker nog: tweelingonderzoek laat zien hoe weinig vergelijkingen soms verklaren. Daarom is eigenlijk de enige vergelijking die ertoe doet: hoe heeft dít kind zich de afgelopen drie maanden ontwikkeld?
Lees ook: Ontwikkelingspsycholoog en tweelingdeskundige Coks Feenstra over tweelingen
Kijk mij eens!
In de tuin staat Thorre nog steeds triomfantelijk bij te komen van zijn bovenmenselijke prestatie. Turend langs de afgrond kijkt hij trots naar mij en zijn zusje. Lizzie glimlacht naar haar broer, die op de top van zijn wereld staat. Dan kijkt ze omhoog en trekt ze een sprintje. Via een omweg zonder trap staat ze tien seconden later op exact dezelfde plek als haar broer.
In plaats van contact te zoeken, haar broer te feliciteren of met een bal te spelen, rent ze meteen door naar de achterdeur. Met man en macht probeert ze de klink te openen. Als het haar lukt, draait ze zich om. Haar blik spreekt boekdelen. Terwijl Thorre nog nageniet van zijn beklimming, staat Lizzie al bij de speelgoedkast. Hij wilde een berg bedwingen. Zij vroeg zich af waarom je daar niet gewoon omheen zou lopen en de snelste weg zou nemen.
Meer columns van Dirk lezen? Dat kan hier.