Bevallingsverhaal

Bevallingsverhaal: 'De brandweer? Maar ik kan dat kleine stukje toch wel lopen?’

Loes (28) genoot samen met haar man Anton (34) nog even van een babymoon in België. Lekker uitrusten, uit eten, de baby trappelde gezellig in haar buik. Er was geen reden om te denken dat ze al zou bevallen.

De babymoon

‘Vastgesnoerd op een brancard werd ik door de brandweer uit het raam van onze Belgische bed & breakfast gehesen. Het was volle maan en ik zag een heldere hemel vol sterren. Wat fijn dat het in elk geval niet regent, dacht ik een tikkeltje zenuwachtig. Wie had gedacht dat de baby uitgerekend nu, tijdens onze babymoon, geboren zou worden. Nog even sámen genieten in België, vier weken voor de uitgerekende datum, was toch niet zo’n gek idee?

Advertentie

Anton en ik waren superblij toen we erachter kwamen dat ik in verwachting was. We hadden gebruikgemaakt van embryoselectie, omdat Anton drager is van het borstkankergen. Een toekomstige dochter wilden we daar niet mee belasten. We hadden geluk, want een langslepend ivf-traject bleef ons bespaard. Na de tweede terugplaatsing bleek het raak. In het eerste trimester voelde ik me moe en misselijk. Zelfs de geur van eten zorgde er al voor dat ik geen hap door mijn keel kreeg. Maar na twaalf weken voelde ik me fit en gezond. “Gaan jullie nog even weg samen?” vroegen vrienden steeds vaker in mijn derde trimester. “Waarom niet?” zeiden we tegen elkaar. We zijn gek op citytrips en met de komst van de baby zou dat straks allemaal wat minder makkelijk gaan.

Leestip: Zwanger op vakantie, heb je hier al aan gedacht?

Harde buiken

‘Kortrijk is het nieuwe Antwerpen,’ las ik in een tijdschrift. Nou, dat leek me perfect! Ik had vooral zin om uit te rusten met Anton. Een beetje rondslenteren en lekker eten. Het maakte me niet eens zo veel uit waar we zouden belanden, als we maar een bad op de kamer hadden. Ik stelde me voor hoe ik heerlijk ontspannen in het warme water zou liggen met mijn dikke buik. Kaarsjes en muziek aan.

Wij wonen in Zeeland, dus Kortrijk was redelijk dichtbij. Mocht er iets gebeuren, dan waren we zo weer thuis of in een ziekenhuis. Ik had in de aanloop naar ons tripje wat last van harde buiken. “Niets om je zorgen over te maken,” zei de verloskundige. “Dat hoort bij het laatste trimester, maar het is wél goed om vanaf nu rustig aan te doen.” Onze baby lag in een stuit en met 37 weken zouden ze haar proberen te draaien. Het was nu gewoon afwachten en ontspannen. Dus met 36 weken gingen we op pad.

Ik had een prachtige bed & breakfast gevonden op de eerste etage van een oud herenhuis. Toen we incheckten, werden we verwelkomd door de eigenaresse die zelf in het souterrain woonde. “Wat fantastisch, je bent zwanger!” riep ze enthousiast. Ze wilde alles weten over mijn zwangerschap en nodigde ons uit op de koffie. “Jullie zijn een van mijn allereerste gasten,” vertelde ze. “Ik kreeg de certificering van de brandweer maar niet rond, omdat het een oud huis is en de ramen niet fatsoenlijk open konden. Maar nu is alles in orde!” “Hopelijk hoeven we geen gebruik te maken van de vluchtroute,” zei ik lachend.

Ook interessant: Babymoon: vakantie tijdens de zwangerschap

De stilte voor de storm

Al snel vonden Anton en ik een rustig restaurant in een hofje, ergens achteraf in het centrum. Daar aten we taartjes in de schaduw en dronken we koffie. ’s Avonds las ik tijdschriften in bad en fantaseerde ik met Anton over onze dochter. Hoe zou ze eruitzien? En wat voor karakter zou ze hebben? Thuis kon ik helemaal loslaten.

We hadden het huis ontploft achtergelaten. Alle gewassen babykleren lagen op één grote hoop op tafel, omdat ze nog gestreken moesten worden. Er stonden overal dozen met uitgezochte spullen voor Marktplaats en de kringloopwinkel. De commode moest nog in elkaar gezet worden en op de grond in de woonkamer lag aarde en zand, omdat we de tuin onder handen hadden genomen. “Ik moet nog een hoop doen voordat de baby komt,” zei ik tegen Anton. “Maar ik heb als we thuis zijn nog wel tijd.” Er was geen enkele aanwijzing dat de bevalling snel zou beginnen. Ik voelde me goed, de baby trappelde: het bleek stilte voor de storm.

Het is begonnen

Die avond kwam ik niet in slaap. Mijn buik zat in de weg en ik lag te woelen in bed. Plotseling voelde ik nattigheid. Is dit afscheiding? De slijmprop? Voor het eerst dacht ik: wat doe ik hier? Waarom ben ik niet thuis, tussen mijn eigen spullen? Morgenochtend wil ik terug, besloot ik. En op dat moment braken mijn vliezen. “Anton!” riep ik. “Het is begonnen!”

Ik kroop snel uit bed, omdat ik het mooie matras niet wilde verpesten. “Je moet platliggen!” hielp hij me herinneren. Omdat de baby in een stuit lag, mocht ik niet meer lopen. Anton legde handdoeken onder mijn hoofd en op de grond en samen zagen we dat het vruchtwater helder was. “Het is al begonnen,” stamelde ik nogmaals. Ik voelde nog geen weeën. “Ik kom nu naar je toe,” zei de verloskundige toen ik haar belde. “Dat wordt lastig,” zei ik. “Ik ben in België.” Ze moest even overleggen, een paar minuten later belde ze terug. “We willen dat je naar een ziekenhuis in België gaat, zodat ze daar kunnen zien hoe de baby ligt.” Jeetje, ik kan niet meer naar huis, schoot het door mijn hoofd. Anton belde het ziekenhuis in Kortrijk. “Kom maar langs,” zeiden ze. “Hoe moeten we dat doen?” vroeg hij. “De auto staat een kwartier verderop geparkeerd en mijn vrouw mag niet meer lopen.” Er kwam een ambulance.

Geen risico

Er liepen twee ambulancebroeders met een grote glimlach de kamer in, alsof we een taxi besteld hadden. “Allee mevrouw!” zei een van de jonge mannen. “U gaat niet meer thuis geraken!” Hij voelde aan mijn buik, controleerde mijn bloeddruk en gaf Anton een vriendschappelijk schouderklopje. Het bleek dat beiden mannen zelf ook net vader waren geworden en ze vonden het allemaal machtig mooi. “We nemen geen risico,” zei een van de broeders. “Ik bel de brandweer.” “De brandweer?” vroeg ik verbaasd. “Maar ik kan dat kleine stukje naar de ambulance toch wel lopen?” Met een grote grijns schudden ze van ‘nee’, terwijl ze naar het raam wezen.

En zo bungelde ik op een brancard in de lucht. Alle ramen om ons heen waren gelukkig donker, iedereen sliep. Anton had wel de mevrouw van de bed & breakfast wakker gemaakt omdat ze zich anders misschien rot zou schrikken. Ze was helemaal hyper en stond vanaf de straat te zwaaien en foto’s te maken. Ik voelde me redelijk rustig, had me al snel neergelegd bij de situatie. De baby ging flink tekeer, dat was geruststellend. Eenmaal beneden werd ik de ambulance in gereden. Waar kom ik terecht? vroeg ik me af. In één of ander streekziekenhuis?

Zenuwachtig

Eenmaal in het ziekenhuis bleek na een echo dat de baby nog steeds in een stuit lag en omdat ik al lichte weeën had, werd er besloten dat ik een keizersnee kreeg. Ik had al rekening gehouden met dit scenario en het voelde goed. Anton mocht nog even slapen en ik kon een paar uur bijkomen, voordat de anesthesist kwam. “Oh! Je bent een Hollandse?” vroeg hij nieuwsgierig toen hij binnenkwam. Ik legde uit dat we een weekend weg waren en hij wilde uitgebreid weten wat we van zijn stad en de plaatselijke kermis vonden.

Op dat moment werd ik zenuwachtig. Zou de keizersnee pijn doen? En wat als er iets mis zou gaan met ons kind? Ik vroeg of de baby na de geboorte even op mijn borst gelegd kon worden. Dat was niet gebruikelijk in België, maar ze maakten graag een uitzondering. Ik werd klaar gemaakt voor de OK. Er werd een scherm tussen mijn borsten en buik gehangen en terwijl Anton mijn hand vasthield, voelde ik het sjorren en trekken aan mijn buik. Ik had het koud, was superzenuwachtig, maar daar was ze dan. Hanna werd op mijn borst gelegd.

Ook lezen: Vaginaal bevallen na een keizersnede

Zoeteke, Poppeke, Hannáátje

We kregen een uitslaapkamer voor onszelf en in de dagen na haar geboorte genoten we van Hanna. Ze was klein, maar hoefde niet in de couveuse. Niemand wist nog dat ze geboren was, dus we zaten met z’n drieën in een heerlijke bubbel. De verpleging verstonden we soms nauwelijks door hun dialect, maar ze waren superlief. Hanna kreeg de ene koosnaam na de andere. Zoeteke, Poppeke, Hannáátje.

Onze ouders kwamen na twee dagen een beetje beduusd langs. Niemand had natuurlijk gedacht dat Hanna zo vroeg zou komen. Ik liet haar trots zien en vier dagen later, nadat Anton haar had aangegeven bij het gemeentehuis in Kortrijk, mochten we naar huis. Daar stond ons een grote verrassing te wachten. Mijn oma, moeder en zusje hadden het hele huis opgeruimd, schoongemaakt en versierd. Alle kleertjes waren gestreken en de kinderkamer was, tot mijn grote opluchting, af. Inmiddels zit mijn verlof er bijna op, en over een paar maanden gaan we met z’n drieën terug naar Kortrijk. Even langs bij de mevrouw van de bed & breakfast en misschien ook even bij het ziekenhuis. Hanna is een Kortrijkse, met een tour door haar geboorteplaats kunnen we niet snel genoeg beginnen!’

Dit artikel is eerder verschenen in Ouders van Nu Magazine – Tekst: Albertine Otten, Fotografie: Mirjam Cremer